Slowdive + Blanck Mass Paradiso, Amsterdam (06-10-2017)

De muziek in Paradiso voor de optredens komt van achter uit de zaal. Het geluid bromt en bast wat. Er is geen nummer herkenbaar, geen woord te verstaan. Er staat toch echt een dj knoppen in te drukken. Na de set van voorprogramma Blanck Mass is er opnieuw muziek. Er klinken donkere tonen, wazige klanken en het is niet duidelijk welke nummers worden gedraaid. Wat een gemiste kansen en wat een slechte service voor de wachtende bezoekers.

In het voetspoor van My Bloody Valentine, Ride en The Jesus and Mary Chain gaat het vijftal Slowdive in de negentiger jaren vanuit Reading, Berkshire de podia in Engeland langs. Na drie succesvolle langspelers gooien de groepsleden in 1995 de bijltjes erbij neer. Van aarzelende schoolband naar succesvol shoegazer groep en eindigend als overbodige indieact zonder contract, dat alles in zes jaren Na een pauze van negentien jaren is er in 2017 het nieuwe album Slowdive en toert de groep door Europa. De zalen lopen zijn tot verrassing van de groep afgeladen vol.

Blanck Mass - © Jaks Schuit

Benjamin John Power wandelt in donker het podium op. Vanachter het podium branden twee blauwe spots op de eerste rijen bezoekers. Power neemt achter een hoge tafel met apparatuur plaats. Hij is  bijna onzichtbaar achter zijn knoppen. Een aantal fans laten zacht gefluit en wat applaus horen. Power is Blanck Mass en hij maakt muziek met een computer, stekkerdozen, een laptop en wat toetsen. Ergens in het altaar waar hij achter verscholen gaat, zijn sticks ingeplugd waarop de volledige thuisstudio te horen is. Luisteren naar Blanck Mass is langdurig onder een opstijgende helikopter staan op zoek naar oordopjes. Benjamin Power wil elk optreden als een drone in de concertzaal hangen.

Power is de helft van het duo Fuck Bottoms. Deze groep maakt zware, experimentele elektronicamuziek met herkenbare melodieën. Bij Blanck Mass is dat net even anders. ‘The Rat’ opent vijfentwintig minuten snoeihard, pompend lawaai. Power schuift de knoppen open en de oordopjes op de juiste plek. De baspartijen, afkomstig uit die onzichtbare sticks, zetten de vloer van Paradiso in een continue trilstand. De overgang naar ‘Rhesus Negative’ is compromisloos. Voor het podium doen fans een poging om in trance te raken. Na ‘Dead Format’ is er bij enkele bezoekers de wens een intiem, akoestisch nummer als intermezzo te beluisteren.

Voorganger Power predikt echter hetzelfde evangelie vanachter zijn altaar. ‘Please’ is het voorlaatste nummer en de Engelsman en de tien bewegende fans voor het podium willen dat heel Paradiso verandert in een bemenst luchtvaartuig. Vanavond wil de zaal echter niet van de grond komen. In het nummer zijn wat vocalen te horen, alsof een zangeres vanuit een ver en vreemd gebied de mensen wil toezingen. De woorden zijn onverstaanbaar en worden door Power al snel weggedraaid. Tijdens afsluiter ‘The Great Confuso Pt. 2’ loopt Power van het podium. De muziek buldert nog een halve minuut door en dan gaat het licht op het podium aan. Vier medewerkers tillen de tafel van Blanck Mass voorzichtig naar de zijkant van het podium. Het publiek mag even bijkomen.

Als entree naar het optreden van Slowdive wordt ‘Deep Blue Day’ van Brian Eno gedraaid. Het melodieuze, instrumentale nummer vult de grote zaal. De verwachtingen voor het optreden van Slowdive worden gekieteld

‘Slomo’ van de dit jaar verschenen langspeler Slowdive opent het concert. Oprichter Neil Halstead stuurt de eerste gitaarakkoorden de zaal in. De ritmesectie Simon Scott (drummer) en Nick Chaplin (bassist) verkennen de weg door het nieuwe nummer. Slowdive debuteerde in 1991 met het album Just For A Day. Op het podium volgt ‘Catch The Breeze’. een track van die langspeler.

De muziek van Slowdive is weids, meanderend en bijna achteloos hoog van kwaliteit. Het werk van gitarist Christian Savill bepaalt voor een groot deel de indiegitaarrock, maar de muzikant staat bijna anoniem aan de zijkant van het podium. Volgt ‘Slowdive’, een nummer  afkomstig van de gelijknamige EP uit 1990. De groep uit Reading debuteerde met deze release op het label Creation en dat was in die dagen een garantie voor radiotijd bij John Peel en positieve recensies in de Engelse muziekbladen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Rachel Goswell, zangeres, toetseniste, gitariste en mede-oprichtster van Slowdive staat met een gelukzalige glimlach op het podium. Coffeeshop of domweg gelukkig op het podium? Het is onduidelijk. De korte aankondigingen of bedankjes geven geen duidelijkheid.

Op het podium hebben de leden van Slowdive nog steeds weinig of geen contact met elkaar en de pogingen om te communiceren met het publiek stranden telkens. Bij de volgende glimlach van Goswell dwalen de gedachten Paradiso uit, richting Reading. Wat heeft deze muzikante in die pauze van vele jaren gedaan? Voorzitster van de ouderraad van het lokale kinderdagverblijf? Zou zo maar kunnen. Tweewekelijks als vrijwilligster de vergaderingen leiden. Onderwerpen als het veiligheidsbeleid, het budget voor aan te schaffen speelgoed en het jaarlijkse etentje voor de medewerkers agenderen.

Christian Savill staat als een onbekende buurman achter zijn schutting en luistert naar melodieuze shoegazerrock, die vanuit zijn tuinhuis klinkt. Hij kijkt af en toe over het bouwwerk van hout en klimplanten van zijn buren, maar maakt geen aanstalten een praatje te beginnen. Bassist Nick Chaplin heeft jarenlang de post rondgebracht in Reading en omgeving. Niet in zo’n bestelbusje, maar met een fiets met tassen voor en achter. Hij wilde door weer en wind de brieven en de rekeningen in de brievenbussen van de inwoners stoppen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Terug in Paradiso is Slowdive op stoom gekomen. De groep wandelt door het oeuvre van vier albums en plukt van elke release een of meer parels. Het vijftal is in staat om elk nummer een versnelling te geven, een extra dimensie. “Don’t Know Why’ van Slowdive opent bijna voorzichtig en verandert gaandeweg in een grootse eruptie van fijne toetsen, heel veel melodieuze gitaren en rondpompende drums. Elk nummer hierna is een hoogtepunt.

 

‘Golden Hair’, een compositie van Syd Barrett, is een wat vreemde afsluiter. Het intieme nummer zet in de zaal alles stil. Slowdive eert een muzikant die door zijn inbreng in Pink Floyd mede het geluid van de groep heeft vorm gegeven.

Drie nummers als toegiften. Elk intro wordt met gejuich onthaald. De zaal is al lang al tevreden en geniet van elk liedje meer. Na bijna een kwartier is er voldoende moois te horen geweest. Zonder veel woorden, met slechts een bijna haspelend “thank you” verdwijnt Slowdive.

‘An Ending (Ascent)’ van Brian Eno vult de zaal. Rustig schuifelt het publiek naar de garderobe, naar de kelder voor een drankje of de buitendeur. Negentien jaren mag lang zijn, negentig minuten Slowdive vliegen voorbij.

Pop Aye

De wandeling van een gesjeesde architect en een oude olifant ontroert

Popeye Poster 1

“De stad neemt je op en spuugt je weer uit.” De bijna bejaarde architect Thana is door zijn ontwerpen deels verantwoordelijkheid voor het aanzicht van Bangkok. Hij wil een leefbare stad, een plek waar mensen graag wonen. Jongere collega’s zetten hem op een zijspoor. Thana wordt niet meer gevraagd aan te schuiven bij vergaderingen en zijn ontwerpen verdwijnen in de onderste lades van ongebruikte bureaus. Thuis treft hij zijn apathische echtgenote, die geen oor heeft voor de klachten van haar man. Ze wil zonder zorgen winkelen.

Na weer een mislukte dag tussen de muren van het ontwerpbureau, ziet Thana langs de weg een man met een olifant. Thuis zoekt hij een oud adressenboekje om te kunnen bellen naar iemand uit zijn jeugd. In zijn tienerjaren was er in zijn geboortedorp een olifant en hij denkt déze olifant te hebben gezien. Bij zijn speurtocht in huis stuit hij op een van de aankopen van zijn vrouw. Ze heeft hem niet verteld over de aanschaf van een dildo. Hij confronteert haar met het speeltje en het gesprek loopt uit op een ruziënd meningsverschil.

The Sailorman

Bij een tweede ontmoeting met de man en de olifant besluit Thane in een opwelling de olifant te kopen. Hij fluit de herkenningsmelodie van vroeger en ziet de olifant reageren op de melodie van Popeye The Sailorman. De architect pakt zijn spullen en gaat wandelend met de olifant op weg naar zijn geboortedorp Loei.

Pop Aye is een bijzondere roadmovie. De gedrongen architect en de grote olifant zijn een wonderlijk stel. Onderweg stuiten ze op bureaucratische instanties en ontmoeten ze wonderlijke en innemende mensen. Karaoke zingende travestieten hebben onuitvoerbare verlangens en rustig levende zwervers zijn het stadium van wensen voorbij. Om maar twee van de ontmoetingen te noemen. Thana treedt elk individu met menselijke interesse tegemoet.

Onbeantwoorde vragen

Kirsten Tan heeft een film gemaakt zonder stunts, ontploffingen en achtervolgingen. De olifant en zijn tijdelijke baasje beginnen aan een wandeling van vele dagen in het warme Thailand. In de Nederlandse bioscoop duurt de tocht 104 minuten. Thaneth Warakulnukroh,  in de jaren negentig in Thailand een beroemd progrock muzikant, speelt een ontwapenende rol als de op leeftijd geraakte architect. In Pop Aye krijgt niet elke verhaallijn een volledig bevredigend einde. Gaat Thana nog terug naar de werkgever? Acclimatiseert de olifant in Loei? En zo zijn er meer vragen die geen antwoord krijgen. Het is alles behalve een smet op een mooi geschoten, kleine film die van begin tot einde de aandacht vasthoudt en ontroert.

Rodney DeCroo – Old Tenement Man

Rodney DeCroo

Vanuit de gevangenis zingt Jack Taylor over de moord op zijn vader. Vijfentwintig jaren jong en hij verloor zijn vrijheid met één schot. “Blew my life away,” klinkt het vanuit de cel. Rodney DeCroo vertolkt het nummer levensecht, misschien wel vanuit een kleine ruimte met slechts drie muren en een raam met spijlen. Heeft hij zijn vader omgelegd?

 

 

De carrière van de Canadees DeCroo zou verfilmd moeten worden. Een paar zinnen om niet alle dramatische gebeurtenissen te herkauwen, niet alle oude koeien uit de sloot te halen. Zeven jaren geleden besluit hij vlak voor een uitverkocht optreden de samenwerking met zijn band op te zeggen; hij schrijft een toneelstuk, neemt een spoken-word langspeler op, schrijft een dichtbundel en moet iets met de diagnose post traumatische stress stoornis. Naast zijn schrift met ideeën voor nieuwe songs kan hij traumatische gebeurtenissen uit zijn jeugd stapelen.

Het debuutalbum onder eigen naam verschijnt in 2004, daarna neemt hij met War Torn Man een live album uit. Op de schijf is pratend publiek te horen. Juist deze nachtmerrie voor optredende artiesten laat DeCroo horen.

De voorlaatste release is Campfires On The Moon in 2015. Het is een verzameling toegankelijke nummers. DeCroo is voor de luisteraar te volgen. Tien nummers en de demonen en de impulsieve beslissingen lijken achter de rug.

Voor zijn zevende album Old Tenement Man heeft DeCroo rock ‘n’ roll ballades geschreven. De teksten verhalen over helden als Lou Reed en Leonard Cohen. Met producer Lorrie Matheson wilde DeCroo niet opnieuw schrijven over gebeurtenissen uit zijn eigen verleden, maar wilde hij zingen over de bewondering die hij heeft voor anderen. ‘Lou Reed On The Radio’ is een prachtig voorbeeld. Zinderend uptempo gitaarwerk en de tekst over Reed. De fan DeCroo zit gekluisterd aan de radio en hoort over de dood van een held en kan slechts in ongeloof luisteren.

DeCroo is lyrisch over de samenwerking met producer Lorrie Matheson. Hij heeft haar muzikaal de vrije hand gegeven. “I’ve always been labeled alt-country and getting to draw from Lorrie’s breadth of knowledge pushed me out of my musical bubble,” vertelt DeCroo over het bevrijdende partnerschap. Zijn muzikale palet met vooral americana heeft een fiks shot rock ‘n’ roll gekregen. Daarnaast schuwt Matheson schurende effecten niet. De uitgebalanceerde, heldere nummers krijgen daarmee een extra muzikale lading.

De tien nummers op Old Tenement Man hebben grote zeggingskracht. Natuurlijk gebruikt DeCroo in zijn liedjes karakters uit het verleden. Er komen meer mensen langs dan alleen Lou Reed en Leonard Cohen. Geen van de bezoekers in de nummers slaagt er ditmaal in het humeur van DeCroo te bederven. De troubadour haalt kracht uit de teksten die hij schrijft. Het album sluit af met ‘The Barrel Has A Dark Eye’. DeCroo gaat toch nog op zoek naar de duivels en de demonen. Hij geeft geen antwoord over zijn zoektocht, het is aan de luisteraar om na te denken.

Old Tenement Man is een productie met talloze verhalen. Rodney DeCroo neemt de luisteraar bij de hand en laveert met groot muzikaal vakmanschap langs de vele mogelijke moeilijkheden. Hij heeft geen pasklare oplossingen maar biedt fascinerende, muzikale hoop in deze tijd van onzekerheden. (Tonic Records)

Jeffrey Halford and The Healers

Een tekst, een stem, een snik

Lo Fi Dreams

In 2014 verschijnt Kerosene, het achtste album van Jeffrey Halford and The Healers. De agenda van deze muzikanten groep is simpel. Ze nemen nieuw materiaal op in een studio of zijn onderweg naar podia om heel veel liedjes op de planken te spelen. Kerosene was een goed gekozen titel. De groep gebruikt brandstof om van plaats naar plaats te reizen, de groep krijgt energie door het vele optreden en de respons van het publiek. Door het vele toeren heeft het even (!) geduurd voor er nieuw materiaal was, maar nu is Lo Fi Dreams verkrijgbaar.

Jeffrey Halford is een in Dallas geboren zanger, liedjessmid en gitarist. In zijn jeugd luistert hij op de transistorradio naar Roger Miller. Na wat omzwervingen belandt het gezin in San Francisco, waar Halford architectuur studeert en op de straathoeken zijn eerste liedjes ten gehore brengt.

Anno 2016 heeft Halford op het podium gestaan met Mick Fleetwood, Canned Heat, Guy Clark, Robert Earl Keen and Ramblin’ Jack Elliott, Taj Mahal, Etta James, Los Lobos en John Hammond. Geen misselijke groep muzikanten. Als componist wordt de Amerikaan in een rij gezet met Randy Newman, John Prine en John Fogerty gezet.

Gevoelige inkt
Het album Toxic was het debuut van Halford. Net als opvolger Nine Hard Days zijn deze releases ‘out of print’. De langspeler Kerosene (1998) is gewoon te bestellen. Jeffrey Halford and The Healers maken rootsrock met een flinke veeg romantiek. Een voorbeeld is de tekst van het nummer ‘Driving Alone’ van Kerosene. De band is aan het toeren, het podium staat in een wat kil kot en de toeschouwers zijn afstandelijk en kritisch. Halford schrijft dan de volgende tekst met een snik in de stem: ‘The lonesome singer moaned through the speaker that was blown, while I was driving alone.’ Het is bijna niet mogelijk meer drama en romantiek in een zin te vatten.

Gruzelementen
Ook voor Lo Fi Dreams heeft Halford de pen weer diep in de gevoelige inkt gestoken. In het nummer ‘10.000 miles’ reist de eenzame muzikant naar huis. ‘I’m rolling home to you,’ en warempel het nummer rolt op gang. ’10.000 miles and 10.000 more.’ De titel van het nummer ‘Looking For A Home’ zegt veel. Een echtpaar wordt door de sheriff het huis gezet en zal op zoek moeten naar een nieuwe plek om te wonen. In ‘Elvis Shot The Television’ laat Halford horen humor en bewondering in een liedje te kunnen vatten. De luisteraar ziet bij de woorden Elvis onderuit gezakt voor een televisie zitten. Het programma staat hem niet aan, de afstandsbediening ligt niet binnen handbereik en hij schiet de beeldbuis aan gruzelementen.

Lo Fi Dreams, in een hoes die Joost Swarte met een klare lijn had kunnen ontwerpen, telt maar tien nummers. Dat is tevens het enige punt van kritiek bij deze release. Jeffrey Halford and The Healers nemen de luisteraar mee op een trip die avontuurlijk maar wat kort is. Tijdens de reis wordt er heerlijke rootsrock gedraaid. Na het tiende nummer moet de repeatknop al worden ingedrukt. En dat is drie of vier nummers te snel. (Shoeless Records)

Reto Burrell – Side A&B

De Zwitserse troubadour Reto Burrell brengt met Side A & B zijn twaalfde solorelease uit. Voor het gemak heeft Burrell dit album in twee kanten gesplitst. Hij deelde niet alleen de muziek in, hij had gelijk een titel voor het schijfje. Op kant A staan zeven nummers die Burrell met een groep muzikanten opnam. Naast de hulp van bevriende musici is het toch vooral Burrell die de nummers vol speelt. Schrijven, uitvoeren en produceren, de Zwitser houdt de zaken graag in eigen handen. De nummers zijn uptempo, kunnen stuk voor stuk in een rokerige en naar goede whisky ruikende balzaal gespeeld worden. De muziek zal enthousiast onthaald worden door het meelevende en zingende publiek.

Uit opener ‘Shake it’:

“Fill it up till the glass is full

Then drink it out and start all over again”

Het leven is niet alleen maar voorspoed en geluk. Er is misère en tegenslag, maar Burrell pleit er voor vol van het leven te genieten. ‘But don’t forget to rattle and shake it.’

Het publiek heft het glas, applaudisseert en wacht op het volgende nummer. Zoals gezegd staan op Kant A de wat snellere nummers. ‘Chasing The Wind’ heeft een wapperende gitaarsolo en voor ‘Swimming In Stars’ zal het publiek uit de stoelen komen voor een dansje.

Op Kant B zijn de kleine nummers te vinden. Burrell laat zich spaarzaam begeleiden. Soms wat strijkers, op andere momenten is een stem op de achtergrond. Ook nu zeven nummers en ook in deze songs slaagt Burrell er in de aandacht van de luisteraar geen moment te verliezen. ‘Seize The Morning’ en ‘Sweet Lover’ zijn mooie komposities in een fraaie akoestische uitvoering. Alleen ‘You’re Still Alive’ is wat gewoontjes.

Bij Reto Burrell klinkt elk nummer bedrieglijk eenvoudig en gemakkelijk. De nummers verbazen niet door de grote originaliteit, ze passeren nergens de bermen van de bekende paden van de countryrock. Nee, elke song klinkt min of meer bekend en na lang nadenken is er geen naam die te binnen schiet. De beste oplossing is het nummer gewoon nog een keer beluisteren.

Met Side A & B heeft Burrell een lekker klinkende plaat gemaakt. De muziek die ‘gemakkelijk en lekker’ klinkt, vraagt terecht veel tijd. Dit twaalfde album van de Zwitser luistert heerlijk weg. (TOURBOmusic)

zZz – Melkweg, Amsterdam

Repeterende beats voor een stil publiek

zzz1-1216

Onder de vlag Support your local heroes! staan tijdens het festival Helemaal Melkweg op alle podia lokale artiesten. Het is een avond met een brede programmering. De rap van Diggy Dex, de reggae van Splendid en de pogorock van zZz staan samen op het affiche. Howard Komproe komt Hiphop Lulverhalen vertellen, 3FM Serious Talent Rondé beklimt de planken in De Max. Het  debuut van de groep verschijnt in 2017, maar hitje ‘Run’ is bekend genoeg om de zaal redelijk vol te krijgen. De bezoekers in de diverse zalen zijn veelal zwaaiende vrienden, onwennig rondlopende ouders en bekenden. Gezinnen sjouwen met elkaar van optreden naar filmprojectie. Op de trappen wordt het programma bekeken en social media worden volgestort met snel genomen foto’s.

Iets voor 22.00 uur stappen in de Rabozaal roadies het podium op. zZz is de groep van organist Daan Schinkel en drummer Björn Ottenheim. De apparatuur wordt de planken op gesjouwd, de pluggen worden in de juiste poorten gestoken en de soundcheck kan beginnen. “Check, check, Jack, Jack, Jack Jersey”, roept Ottenheim in de microfoon. Schinkel groet intussen wat bekenden. In de hoek hangt een beveiliger. Hij kijkt verbaasd naar de plukjes fans. Er zijn maximaal twintig mensen aanwezig. Het personeel achter de bar staat al minutenlang in de startblokken. Vlak voor het optreden is de apparatuur in orde en de vloer leeg. De zaal mag vollopen. En dat is bij Helemaal Melkweg lastig te programmeren.

zZz is bekend geworden met bezwerende, hallucinerende orgelrock. Het duo heeft drie albums uitgebracht. In een persbericht van de Melkweg is te lezen: “Van de catwalks in Parijs tot raves in Moskou en een sexy mayo reclame in Japan. Muzikaal in te categoriseren tussen The Doors en een moderne versie van Suicide.” Verder rept het schijven over het “in vervoering brengen van publiek met massief geluid en een brute live performance”.

zzz4-hageman-1216

Ottenheim roept bij de aanvang van het optreden vragend of iedereen er is.  zZz begint overdonderend met ‘House of Sin’, een nummer van het debuut Sound of zZz (2005). De Rabozaal is allesbehalve een huis van zonde, maar het is een spijkerharde opener. ‘Ecstasy’ is afkomstig van dezelfde plaat en lijkt een knipoog naar het stille publiek. Er valt her en der een mond open, maar er is nog weinig tot geen beweging. De aanwezige bezoekers staan verzameld voor het podium. ‘Watch Your Back Girl’ is van langspeler Juggernaut (2015). Twee heren krijgen het op hun heupen. Er wordt gerend, gedanst en vooral gelachen. Aan de zijlijn pakken twee vrouwelijke fans elkaar vast. Het is het begin van een wilde en fascinerende pogodans.

zZz speelt hard en in hoog tempo. De voordelen van een groep met alleen een drumstel en een orgel zijn legio. Er zijn bijvoorbeeld geen pauzes nodig om te stemmen. Het publiek krijgt van de local heroes geen moment rust. Daarnaast zijn de teksten van zZz in veel van de nummers nogal eenvoudig. De eerste zinnen worden vaak twee of drie keer herhaald en soms is er een refrein. Gemakkelijk om mee te zingen en zelfs bij een eerste beluistering kan de bezoeker invallen. Na 35 minuten zet de groep ‘Juggernaut’ in. Het instrumentale nummer is een typerend voorbeeld van de verslavende beat van de groep. Bezoekers van een concert van zZz  zouden het hoofd kunnen verliezen in de repeterende muziek. Vanavond is dat niet het geval. De groep rekt het nummer tot een bijna tien minuten durende bezwerende dans, maar het overgrote deel van het publiek kijkt naar zZz en beweegt niet. Halverwege het concert staat er een kleine honderd man te luisteren.

zzz1-hageman-1216

Dertig seconden na het optreden is de zaal zo goed als leeggelopen. Het duo mag een toegift spelen. Ottenheim probeert Schinkel nog te verleiden tot een tweede nummer, maar de organist groet de achtergebleven vrienden en familie. Het is mooi geweest.

De beveiliger is halverwege het concert naar het podium geschuifeld. Hij kijkt verbaasd achterom. De vloer is leeg.

Beeld: Peter Hageman

Rats on Rafts De Kift – Tolhuistuin, Amsterdam

Rafelige gitaarrock en dorpskapelpunk op één podium

ratsonraftsthekift-1216

De plakdagen van De Kift zijn bekend in Koog aan de Zaan en omgeving. Ook vanuit de rest van Nederland komen vrijwilligers naar de Lagendijk om de groep te helpen met het in elkaar zetten van de releases. Wim ter Weele van De Kift is verantwoordelijk voor de vormgeving, de materialen en de uitleg. Er is tijd voor koffie, thee en een lunch. Via berichten op social media worden vrijwilligers gevraagd plek te maken in de agenda.

De stap van een plakdag naar de tafel met merchandise bij een concert van de groep is niet heel groot. Voor het optreden van De Kift en Rats on Rafts in Tolhuistuin was er de vraag een avondje te helpen. Een mooie gelegenheid voor Make A Fuzz om een blik achter de schermen te werpen.

Voor het concert eten de vrijwilligers een hapje mee. Om 19.00 uur gaan De Kift en Rats on Rafts aan tafel. Voor de mensen van het geluid, het licht en de merchandise is er plek. Geluidsman Chris vertelt over de laatste tour van Rats on Rafts met optredens in Spanje en Ierland. Hij is naast de geluidsman van de groep ook de chauffeur en de eigenaar van de bus waar de groep mee reist. “Het geluid van de groep is hard”, vertelt hij. “De Kift heeft een eigen geluidsman en dus draaien we met twee man aan de knoppen. De sound van De Kift is iets zachter, iets minder rafelig. Bij elk optreden komt het goed.”

Rats on Rafts en De Kift is stedelijke postrock versus Zaanse punk; schurende gitaren versus blazers; urgentie vanuit Rotterdam versus organisch en recht voor de raap uit Koog aan de Zaan. Marco Heijne van De Kift vertelt over de samenwerking. “We kennen de Rats al een paar jaar. Op Metropolis hebben we ooit een gezamenlijk optreden gedaan. Vervolgens hebben we een aantal keren samen gespeeld. Na het laatste optreden concludeerden we dat het jammer zou zijn om te stoppen. En dus hebben we de gezamenlijke plaat Rats on Rafts / De Kift gemaakt in De Kade in Zaandam. Geheel volgens hun visie is alles helemaal analoog opgenomen, gemixt en gemasterd.”

Na de maaltijd is het tijd voor de merchandise. Wim ter Weele heeft twee tafels opgezet en een flightcase met releases neergezet. Vrijwilligster Wieke heeft ervaring opgedaan bij een optreden in Patronaat en neemt het initiatief bij het inrichten van de tafel. De medewerkers van Rats on Rafts richten de eigen tafel in en hangen T-shirts in de gordijnen. De lp’s en cd’s van Rats on Rafts / De Kift komen op beide tafels te liggen.

Voor het podium staat een eerste fotograaf. Hij vertelt voor een landelijk maandblad te komen, maar de journalist is ziek. Hij belt met de redactie en besluit te blijven. “Pas als er foto’s in het blad worden geplaatst, verdien ik iets. Plaatst het blad foto’s op de website, dan krijg ik niet betaald. Ze putten uit een reservoir van mensen die denken met fotograferen een carrière te kunnen maken. Ja, het is kommer en kwel in bladenland.” De Nederlandse muziekwereld draait voor een groot deel op vrijwilligers. Plakken voor De Kift is vrijwillig, schrijven voor Make A Fuzz is vrijwillig en een tafel met releases van De Kift beheren is vrijwillig. En al dat werk is vooral leuk!

Iets na 20.30 uur stappen Rats on Rafts het podium op. De Tolhuistuin is goed gevuld. Ze spelen twee songs. Op de speellijst staat eenvoudig RoR. De groep heeft vorm en zelfvertrouwen.

Bij het optreden zullen de groepen samen de nummers van Rats on Rafts / De Kift spelen, de release die na repetities, een aantal dagen in de studio en wat plakdagen het levenslicht zag. Bij het tweede nummer van Rats on Rafts schuifelen de leden van De Kift het podium op. ‘Melk en Benzine’ is de geweldige gezamenlijke opener. Wim ter Weele zingt: ʺAls ik het kleinste verdachte tikje hoor / Of er ook maar iets begint aan te lopen in het mechaniek /  Voel ik het zonder van mijn plaats te komen. / […] Als het moet vind ik het mankement met mijn lippen. / […] Lik het schoon, blaas het uit en smeer het dicht met mijn bloed.” En dan schakelen beide groepen over naar een hogere versnelling. Zanger Ferry Heijne (De Kift) neemt de vocalen over. Alles klopt op het podium en de energie spat ervan af. Blazers, drums, gitaren, steeldrums en vocalen vinden een plek binnen de rafelige gitaarrock van Rats on Rafts en de dorpskapelpunk van De Kift.

Bij de merchandisetafel is het rustig. De ervaringen van de mensen van Rats on Rafts en De Kift zijn uitgewisseld. Met grote regelmaat vertrekt een van de vrijwilligers naar de zaal om een nummer van het concert te kijken. ‘Meggy’ is de laatste toegift. De groepen krijgen een welgemeend applaus. Direct na het optreden is het druk voor de tafels. Veel mensen willen de laatste release mee naar huis nemen. Er is ook alle tijd voor verhalen. Er is vraag naar releases die niet op de tafel liggen. “Waar is Bidonville? Mijn moeder heeft alleen dat album niet, dus is het mijn ideale kerstcadeau.” Daarnaast zijn er de verhalen van mensen die ook geplakt hebben, merchandise hebben verkocht of gewoon al jaren naar de concerten komen. De tafel is winkel en biechtstoel tegelijk. De verhalen over het optreden in Tolhuistuin zijn alleen maar positief. “Energiek” en “goed gekozen nummers” en “vullen elkaar ideaal aan”. De fans wachten geduldig op hun beurt om iets aan te schaffen.

Op het podium is een van de speellijsten achtergebleven. Het papier is met enige voorzichtigheid los te scheuren. Gitarist Arnoud Verheul van Rats on Rafts krast met pen een groet voor Make A Fuzz op de lijst. Wim ter Weele zet de punt op de i. Met zwarte stift groet hij de lezer van de site.

img006

De merchandise mag worden ingepakt. De kassa gaat dicht. De cd’s, lp’s, singles en posters gaan terug in de flightcase. De twee tafelbladen vormen samen een kist op twee wielen. Door de zaal worden de spullen naar de lift gereden. Een warme hand als afscheid en de nacht wacht. Een gedeelde maaltijd, een geweldig optreden, alleen maar leuke bezoekers en een paar uur vrijwilligerswerk zijn achter de rug. Rats on Rafts / De Kift is een unieke combinatie; de merchandisetafel is bij het optreden een prima plek.

Twee dagen na het concert is er nog geen foto van de fotograaf op de site van het maandblad geplaatst. Het zou goed zijn als er in de editie van januari een prachtige foto van een van de leukste concerten van 2016 zou worden geplaatst.

Beeld: Jaks Schuit

Indian Askin – Oedipus Brouwerij, Amsterdam

Indian Askin komt lallend tot stilstand

indianaskin-1216

Voorprogramma The Mighty Breaks is een groep uit Den Haag. Volgens hun bio bestaat de groep uit vier leden, op recente foto’s zijn zes bandleden te tellen. Op het podium in Oedipus Brouwerij begint de groep met vijf muzikanten, maar sluit de saxofonist al snel aan. Zes muzikanten dus uiteindelijk. De groep maakt met opener ‘Too Young’ lekker klinkende britrock. Op de setlist staan slechts afkortingen van titels. ‘Tickles’, ‘Kill U’, ‘Teen’ en ‘DOOM’ staan voor langere titels die mogelijk in 2017 op een eerste album zullen staan.

In Oedipus vliegen vier of vijf puntige nummers voorbij. En dan valt het wat stil. ‘YMCA’, een “best wel nieuw nummer”, aldus de groep, eindigt in een onduidelijke explosie van gitaargeweld. De aankondiging van laatste nummer ‘Doom’ blijft bij wat onduidelijk gemompel in de microfoon. ‘Doom’ is een song met weinig richting. Het optreden van The Mighty Breaks is in een vloek en een zucht voorbij. De groep speelt negen nummers in veel minder dan dertig minuten. Wat rest is verbazing over de amateuristische presentatie en het tekort aan plezier bij de groepsleden.

Bijna alle apparatuur moet daarna van het podium. Via een kleine trap wordt alles weggesjouwd. Speakers, gitaren en delen van het drumstel gaan door het publiek naar een ruimte aan de zijkant. Oedipus is een zaal waar het voor muzikanten wat behelpen is. De sfeer wordt er bepaald niet minder om. Iedereen maakt ruimte en helpt. Indian Askin doet een groepshug naast het podium. Vier muzikanten komen op. Vanaf de eerste seconden staat er een band die ervaren klinkt, hecht is en een gezonde portie arrogantie uitstraalt. Drummer Ferry Kunst trekt binnen vijftien minuten zijn T-shirt uit. Het is niet warm in de zaal, maar drummers willen vaak van hun T-shirt af. De belangrijkste taak van de roadie, zo is na drie nummers duidelijk, is het brengen van flesjes bier naar de bandleden. ‘Asshole Down’ en ‘Sexy Pants’ van debuutalbum Sea of Ethanol worden met overtuiging gespeeld. De grappen met een toeschouwer over het al dan niet spelen van ‘Candles’ zijn flauw, maar houden het optreden niet echt op.

Indian Askin is als geen andere band in staat om een nummer opwindend te laten klinken. Het is alsof de groep het nummer gisteren heeft geschreven en het met het nodige lef vanavond op het podium debuteert. In ‘Pardon Me’ vindt de groep de juiste versnelling. Chino Ayala soleert en Kunst hakt het nummer in hapklare brokken. Bert van der Elst twijfelt tussen de toetsen van de synthesizer en de snaren van zijn gitaar, maar vindt op de juiste momenten het goede instrument. Bassiste Jasja Offermans bast een superieure partij als fundament voor de gekte om haar heen. De slecht geacteerde aangeschoten aankondiging “het volgende nummer, anyways” door Ayala is flauw en zouteloos, maar de groep speelt direct daarna wel een prima uitvoering van ‘Answer’. Bij Indian Askin wisselen flauwiteiten en sterk spel elkaar af.

De groep gaat voor de toegiften niet van het podium af. Een wandeling door het publiek naar een ruimte die nauwelijks de naam kleedkamer verdient is voor de groep geen optie. In de laatste nummers van het optreden raakt Indian Askin de weg volledig kwijt. ‘Jingle Bells’ is een schreeuwerig en vals intermezzo in een van de nummers. ‘Drinkin”, de single die in wit vinyl op de tafel met merchandise ligt, krijgt een lallende aankondiging. Tijdens het nummer wordt duidelijk dat Indian Askin ergens tijdens het optreden uit elkaar gevallen is. Er staat geen groep meer op of voor het podium. Er staan talentvolle muzikanten met een overdosis alcohol in hun lichaam herrie te maken.

Indian Askin is muzikaal een fantastische groep met een vervelende en amateuristische presentatie.  Misschien zou de wat vermoeid ogende groep niet in een brouwerij moeten optreden. Het zou ook zomaar kunnen dat de groep is uitgekeken op de nummers, die in een aantal gevallen al jaren en jaren worden gespeeld.

Beeld: Jaks Schuit

Spasmodique – Paradiso, Amsterdam

Trots van Rotterdam glorieert in Amsterdam

spasmodique-1216

Vlak voor het optreden staan de vier leden van Spasmodique aan de zijkant van het podium. De kleine zaal van Paradiso is redelijk gevuld. Beneden speelt The Temper Trap schraal klinkende popmuziek in een uitverkocht huis. Hier schalt Echo & The Bunnymen uit de boxen. ‘The Killing Moon’ is een gepast nummer in de amper verlichte zaal. Bassist Martin Doctors van Leeuwen checkt nog even zijn bassen. Een paar minuten later staat Spasmodique op het podium. Het publiek schuifelt naar voren. De opener ‘Dream for a Dream’ is afkomstig van het dit jaar verschenen album Six. Voorganger From Villa Delirium is een langspeler die dateert uit 2002!

Zanger Mark Ritsema kan het niet laten om even te plagen en begroet ‘020’. Spasmodique is een groep uit Rotterdam (010) en staat op een podium in Amsterdam (020). Vanavond is er echter geen sprake van strijd. Er zijn trouwe fans die al het materiaal moeiteloos meebrullen en er zijn nieuwelingen die de nummers van Six in een podiumjasje willen horen. Na het instrumentele openingsnummer is er ‘Valley Stomp’, met de donkere, zware en intense muziek en de grommende stem van Ritsema. Spasmodique is meer dan een optelsom van losse componenten. Hier speelt een collectief dat met niets ontziende rock elke zaal wil veroveren. Reinier Rietveld hakt de eerste gaten in zijn drumkits, gitarist Arjo Hijmans speelt een sterke, maar nonchalant ogende solo en bassist Martin Doctors van Leeuwen plugt alles aan elkaar. Spasmodique komt op temperatuur en neemt het publiek op sleeptouw. ‘Spiritville’ is een melodieuze rocker van Six, ‘Your Boyfriend’ is een nummer uit 1988 en ‘The River Doesn’t Know’ komt opnieuw van Six. Het is donker in de zaal en de podiumverlichting staat op standje schemer. ‘Marcus Was’ is een fel rockend nummer van North (1989) waarbij het publiek en de groep elkaar definitief vinden. De groep test de boxen en het publiek de planken.

Ritsema kondigt aan dat de groep in april 2017 een album zal uitbrengen met livemuziek. Het nummer ‘Ants’ zou zomaar op dat album kunnen staan. Voor het podium staan fans die de tekst woord voor woord meezingen. De zaal is intussen overal in beweging.

Eerder dit jaar verscheen All and More, een verzamelbox met het volledige oeuvre van de groep op dertien schijfjes. Vanaf 1986 maakt Spasmodique indruk met harde muziek die de naam ‘moerasrock’ verdient. ‘Swamprock’ met donkere teksten over alledaagse gebeurtenissen. Na drie goed ontvangen albums kondigt de groep in 1992 een eerste afscheid aan. Het laatste (!) optreden in De Vlerk in Rotterdam is bij aankoop van All and More op twee dvd’s te zien. Een zin uit een recensie van het optreden: “(…) een band die op het hoogtepunt van de roem is aanbeland. Een uitverkochte zaal met een band die het duistere evangelie verkondigt voor eenieder die het wil horen.”

Spasmodique dendert intussen in hoog  tempo door. Er zijn geen pauzes en nauwelijks woorden voor het publiek: het draait om de muziek. ‘Waving to a Shadow’ is een nummer van Haven (1990), misschien wel de bekendste cd van de groep. Zo rockt de groep door de jaren van een intussen lange carrière. ‘Split Up’ en ‘Savanah Sweetheart’ zijn nummers die verwijzen naar de cd die gaat verschijnen en staan niet op Six. “Amsterdam, het was fijn. Goed dat jullie er waren”, roept Ritsema na ruim een uur spelen. Natuurlijk komt de groep terug voor toegiften. Vooral ‘You’ll Be Mine’ krijgt een klasse uitvoering. Het nummer wordt langzaam opgebouwd. Met het meezingende publiek werkt de groep naar een climax. Minutenlang wordt er naar een fantastische en vooral duivelse apotheose gemusiceerd. De ontlading voor de groep en het publiek in de donker gebleven zaal is groots.

Een van de beste Nederlandse podiumgroepen is terug. Six is een van de sterkste vaderlandse producties van 2016. De groep zou in 2017 zomaar Seven mogen uitbrengen, maar maakt een andere keuze. De livelangspeler is een pas op de plaats en zal vanaf een podium een overzicht van de geschiedenis van de groep zijn. Het betekent in ieder geval dat Spasmodique voorlopig geen afscheid zal nemen. En dat is goed nieuws.

Foto van de duisternis: Jaks Schuit

Preoccupations – Tolhuistuin, Amsterdam

Ongeïnspireerde herhaling van zetten

preoccupations-1116

Preoccupations is een viertal muzikanten uit Canada. Eerdere groepsnaam Viet Cong kon vooral in Amerika op veel kritiek rekenen en na een debuutcassette en een succesvol album werd besloten de naam te veranderen. Bij optredens worden zowel de nummers van Viet Cong en van de eerste plaat onder de nieuwe naam, het gelijknamige Preoccupations, gespeeld.

Joyfultalk is een voor velen onbekend duo uit Canada en verzorgt het voorprogramma. Jay Crocker en Dice Parks schuifelen het donkere podium op. Na veertig seconden ontstaat er iets dat lijkt op een soundscape. Het geluid is onnavolgbaar. De twee toetsenisten harken, toveren, slepen, graven en musiceren klanken uit hun synthesizers, die bij momenten verleiden, maar veelal blijven steken in aanzetten tot klanktapijten. Er bewegen twee hoofden in de Tolhuistuin: die van Crocker en die van Parks. Het is volkomen onduidelijk of Joyfultalk één compositie speelt of drie nummers aan elkaar musiceert. Na twintig minuten is er een aan- en een afkondiging. “We are Joyfultalk en we’ll play some more songs. This is our last gig.” Na drie weken in het voorprogramma van Preoccupations te hebben gespeeld, zal het duo na vanavond het vliegtuig pakken. Vijftien minuten later is het optreden afgelopen. De reis naar huis lijkt een verstandige beslissing. Het optreden van Joyfultalk is voor de meeste toeschouwers bepaald geen pretje om naar te luisteren.

Matt Flegel en Mike Wallace speelden aanvankelijk in postpunkgroep Women. Een journalist omschreef de muziek als volgt: “Women speelt zonnige Beach Boys popmuziek, die in een verkeerd en donker steegje ernstig toegetakeld is.” Daniel Christiansen en Scott Munro sloten aan om Viet Cong te vormen. Deze groep speelde in diezelfde steeg, net als Preoccupations nu doet. Er wordt lo-fi postrockmuziek gemaakt, waarbij  de urgentie uit de speakers knalt.

Het album Preoccupations (2016) werd met gematigd enthousiasme ontvangen. De negen composities liggen volgens de criticasters te veel in het verlengde van de releases van Viet Cong. ‘Anxiety’ is het openingsnummer van de langspeler en krijgt op de bühne een wat trage uitvoering. Het zou de opmaat naar een boeiend concert kunnen zijn. Vervolgens worden ‘Silhouettes’ en ‘March of Progress’ gespeeld. Opvallend is vooral dat de groep experimenteert met het intro en het outro van elk nummer. Er is alleen aan het begin en aan het einde van elke song sprake van een beetje avontuur. In ‘Memory’ breekt Daniel Christiansen een snaar van zijn gitaar. Met het grootste gemak dirigeert de groep naar een vroegtijdig einde en wisselt Christiansen van gitaar. ‘Continental Shelf’, het hitje van Viet Cong, krijgt daarna een wat lompe en vooral korte uitvoering.

Het wordt duidelijk dat het Preoccupations op het podium aan energie ontbreekt. De band is al maanden onderweg – Viet Cong toerde ook eindeloos en onderbrak het reizen alleen voor tijd in de studio. Op het podium oogt het viertal als een kopie van Viet Cong, maar is het in feite niet veel meer dan een vermoeide herhaling. Een oud nummer als ‘Select Your Drone’ klinkt platgetreden. De groep is daarbij niet in staat om de nieuwe nummers fris en urgent te laten klinken.

In afsluiter ‘Death’ verandert de zang van Matt Flegel in geschreeuw. Onverstaanbaar worden de woorden de microfoon in gespuugd. Natuurlijk wordt er minutenlang verlengd. Het viertal ramt (nou, ja!), raast (enigszins!) en raust (het laatste beetje energie?) door het outro van het nummer. De bezoekers kijken naar een wat ongeïnspireerde herhaling van bekende zetten. Preoccupations wil elk concert in chaos beëindigen. In de Tolhuistuin is de chaos zonder energie en matig gedirigeerd. De technicus achter de knoppen zet na de laatste tonen het licht en de muziek aan. Een slechte discoversie van ‘Funtime’ van Iggy Pop vult de zaal. Verschrikkelijk!

Beeld: Jaks Schuit