Archive for 31 december, 2014

In de huiskamer met Seasick Steve

10 december 2014. Bitterzoet, Amsterdam.
Drieëntwintig maart 2015 verschijnt ‘Sonic Soul Surfer’, het zevende album van Steven Gene Wold. Wold is beter bekend onder de naam Seasick Steve met een carrière die succesvol werd vanaf 2004. In 2006 bleek een televisieoptreden in Engeland bij Jools Holland een reuzenstap in een muzikantenbestaan van meer dan vijftig jaar. Seasick Steve is drieënzeventig jaren jong en verkoopt met gemak een zaal in Amsterdam uit.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ruim een uur heeft het publiek gewacht. Er gaat een deur aan de zijkant van het podium open en Seasick Steve loopt het podium op. Het publiek is gekomen om de bluesmuziek van de nieuwe langspeler te horen, maar er moet eerst even worden gepraat. Er is een meneer ingehuurd om wat vragen te stellen. Op onnavolgbare wijze herhalen beide heren gedeelten van een gesprek dat ze eerder die avond in een kleedkamer hadden. Seasick Steve staat met een fles in de hand op het podium. Uit zijn antwoorden blijkt dat er al behoorlijk wat wijn heeft gevloeid in de kleedkamer. Na tien minuten is er genoeg verhaald en is het tijd voor muziek.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Seasick Steve loopt naar zijn stoel en Dan Magnusson klimt achter zijn drumstel. Opener ‘Roy’s Gang’ krijgt een uitgebreid verbaal intro, overgoten met slokken rode wijn. Het is duidelijk dat Seasick Steve er een leuke avond van wil maken. Tweede nummer ‘Bring It On’ krijgt ook een inleiding, Seasick Steve verhaalt graag en uitgebreid. De sfeer is intussen als in een huiskamer, intiem, gezellig, warm en muzikaal meer dan voortreffelijk. De bluesmuziek gemaakt op een gitaar en een drumstel klinkt energiek, ouderwets vitaal en nergens gedateerd. Na elk nummer en elke anekdote zoekt hij de fles wijn voor een stevige teug. Voor ‘Dog Gonna Play’ vertelt Seasick Steve over het begin van zijn carrière. Hij was een teenager en kon zich niet voorstellen dat mensen ouder dan 30 jaar nog neukten. Hij werd zelf dertig, veertig jaar en denkt regelmatig aan mensen die ouder zijn. Mensen die ouder zijn dan vijftig, “nee, die neuken niet meer, die zijn dood!” Het publiek applaudisseert waarna  Seasick Steve vertelt ruim zeventig te zijn en “mensen ….”. Zo is er bij elk nummer een inleiding, veelal goed voor een glimlach. “Het succes smaakt fantastisch,” zo vertelt Seasick Steve, “maar is laat gekomen en volkomen onverwacht.” Na elke anekdote volgt een prachtig nummer van de nieuwe release. De zevende langspeler van Seasick Steve is veel meer geworden dan een stampende bluesplaat. ’Summer Time Boy’ en ‘Your Name’ zijn ingetogen nummers en krijgen een prachtige vertolking. Daarna stuurt het duo in afsluiter ‘Barracuda 68′ het optreden naar een onstuimig hoogtepunt. ‘Sonic Soul Surfer’ is een plaat die prachtig past in het oeuvre van Seasick Steve en toch divers en verrassend klinkt. Aan het begin van de toegift is er een probleem. Drummer Dan meldt te moeten pissen. Natuurlijk gaat Dan eerst naar het toilet en vertelt Seasick Steve nog een anekdote. ‘Baby Please Don’t Go’, te vinden op de vinylversie van ‘Sonic Soul Surfer’, is de spetterende afsluiter. Tien minuten duurt de uitvoering van de klassieker die op juiste wijze de avond afsluit.

The Proper Ornaments.

Routineus en zonder al te veel bravoure.
Bovenzaal Paradiso.
26 november 2014.

De bovenzaal van Paradiso is met zeventig bezoekers redelijk gevuld. Bij het betreden van het podium door de vier muzikanten blijft het stil in de zaal. “Hi, we’re The Proper Ornaments from London. Thanks for coming.” Direct daarna is er technisch malheur. De versterker van gitarist Max Claps produceert niet meer dan een zachte brom. Na ruim 30 seconden is dat probleem opgelost en wordt er gestart. De composities van The Proper Ornaments staan op naam van Claps en gitarist Andrew Hoare. Zonder speellijst is er voor elk nummer kort overleg, wordt er een titel geroepen, tikt de drummer af en volgt er een liedje van drie minuten. Routineus en zonder show speelt de groep de nummers van het dit jaar verschenen debuut ‘Wooden Heart’ en de verzamelaar ‘Waiting for the Summer’ uit 2013.
The Velvet Underground, The Byrds en The Jesus & Mary Chain worden in recensies en interviews genoemd. Op het podium zijn de referenties in elk nummer te horen. De muziek zit vol vijftig jaar oude psychedelica en de samenzang van Hoare en Claps klinkt ouderwets en goed. De rustig musicerende ritmesectie zorgt er voor dat de verveling niet toeslaat. Na vijf of zes nummers is het duidelijk dat de passie ontbreekt, het heilige vuur om de zaal op de kop te zetten mist. Er is nergens een versnelling, elk nummer duurt drie minuten met een couplet en daarna een refreintje. Afsluitend is er een solo en nogmaals het refreintje. “Thanks a lot,” en er wordt een volgend nummer ingezet. Na drie kwartier houdt de groep het voor gezien. Omdat er twee bezoekers wat lawaai maken, komt de groep terug voor toegiften. “We’re easily persuaded,” meldt Hoare met een glimlach. Na twee nummers is het voorbij. Bijna zonder applaus loopt de groep van het podium af.
Het optreden van The Proper Ornaments heeft er niet voor gezorgd dat de temperatuur in de zaal merkbaar is gestegen. De groep musiceerde sympathiek en speelde de nummers van de verschenen releases keurig na. The Proper Ornaments is een vriendelijk viertal, dat past in een kleine zaal. De groep zou met wat meer bravoure meer publiek kunnen trekken. Het is de vraag of de groep die ambitie heeft. Na het concert maken de groepsleden in alle rust een praatje met bezoekers van het concert. “Ja, ja, even een probleempje voor het eerste nummer. Was snel verholpen, het liep aardig daarna, ja. Beetje lauw publiek, maar ach.” De bezoeker die na het concert nog een glas drinkt, hoort het een van de groepsleden schouderophalend zeggen.