Archive for 21 mei, 2015

The Prodigy

The Prodigy laat een bom afgaan in Amsterdam.

10 april 2015, Heineken Music Hall

Beeld: Andre Schröder

Op een donker podium staat een man achter een draaitafel. De mensen in de zaal hebben geen aandacht voor de muziek. Plotseling gaat het licht aan. DJ John van Luyn loopt zwaaiend het podium af. Het voorprogramma heeft de zaal niet of nauwelijks opgewarmd.

Bijna dertig minuten later gaan de grote lichten uit. Zwaailichten geven sfeer in de zaal. Een gitarist en een drummer staan op het podium, Liam Howlett neemt plaats achter zijn toetsen. Opener ‘Breathe’ krijgt een lang intro. Dan zijn er plotseling Keith Flint en Maxim. Vanaf de eerste tonen wordt er massaal geklapt. Op commando van Howlett wordt er voorbij het intro geschakeld en knalt de muziek van The Prodigy [foto’s] tegen het plafond, stuitert terug en vult de gehele zaal. “Release the pressure“, zingen Flint en Maxim. ‘Breathe’ is een van de hits van The Fat of the Land(1997) en de ideale opener voor een concert in april 2015. Volksmenner Maxim wikkelt daarna geen doekjes om de gesprekken met het publiek. Hij vraagt waar zijn “fucking party people” zijn, zoekt zijn “fucking warriors in the middle“. ‘Nasty’ volgt, een van de nummers van het zojuist verschenen album The Day Is My Enemy. De sfeer is euforisch, de temperatuur in de zaal holt omhoog.

Sinds 1992 heeft The Prodigy zes albums uitgebracht. De muziek is door de jaren niet veranderd. Howlett schrijft tijdloze nummers, die moeiteloos na en door elkaar een setlist vullen. The Prodigy speelt nieuwe nummers als ‘Wild Frontier’, ‘Wall of Death’ en ‘Rok-Weiler’ en laten deze naadloos aansluiten bij hits als ‘Firestarter’ en ‘Smack My Bitch Up’.

De kracht van de muziek van The Prodigy ligt vooral in de herkenbare intro’s. Elk nummer heeft een intro dat verwachtingen wekt en aan een onbekende verslaving appelleert. Keer op keer reageert het publiek enthousiast, is er opwinding aan het begin van een nummer. Daarop volgt de ontlading in dans, geklap en het meeschreeuwen van de tekst. Howlett componeert al sindsExperience (1992) op dezelfde fantastische voor de fans verslavende manier.

‘Smack My Bitch Up’ sluit het concert af. Al snel is de groep terug op het podium. Maxim kondigt aan en belooft de aanwezigen “a fucking bomb“. Er rolt een bastoon door de zaal die bij de aanwezigen bij de neus naar binnen trilt en dan langzaam daalt om ergens in het middenrif te landen. Zo lang duurt het intro van ‘Their Law’ en pas dan geeft concertmeester Howlett het teken dat de zaal in extase mag geraken. Tot in de achterste stoel op het balkon wordt bewogen, de laatste twee handen gaan op elkaar. De muziek van The Prodigy raast door de zaal. Maxim belooft “a fucking bomb” en dat is wat het publiek krijgt!

Patrick Watson

PATRICK WATSON WIL MET MINDER MUZIEK MEER VEROORZAKEN

Koorknaap, pianist, popmuzikant, vader. In vier woorden het leven en de carrière van Patrick Watson. Op het terras van het Lloyd Hotel in Amsterdam zet hij zijn zonnebril op. Verontschuldigend zegt hij niet de arrogante popmuzikant te willen zijn. Lachend verzint hij een kop voor boven het interview. “Arrogante Watson staat nukkig Nederlandse pers te woord.” Na het aansteken van een sigaret schuift hij zijn stoel aan. “Let’s talk.

Beeld: Bob Siers

Love Songs for Robots is het nieuwe, vijfde album van de groep Patrick Watson. De Canadese muzikant debuteert in 2001 onder eigen naam met Waterproof9. Twee jaar later is Patrick Watson de naam van een band met vier muzikanten en ligt Just Another Ordinary Day in de winkels. Patrick Watson maakt indierock, waarin de klassieke opleidingen terug te horen zijn.

Koorknaap
“Er was thuis niet veel muziek. Ik heb herinneringen aan nummers van Tears for Fears en Supertramp in de auto van mijn oudere broer. Ik was nog jong toen ik werd gevraagd om in het koor van de plaatselijke kerk te zingen. Die kerk was een gemeenschapshuis, een ontmoetingsplek voor mensen. Er waren diensten met 25 mensen. De dirigent vertelde dat ik solo zou mogen zingen. Op die manier kreeg ik een klassieke scholing. Op negenjarige leeftijd zong ik op bruiloften en begrafenissen. Dat voelde als een grote eer, maar het was ook een zware verantwoordelijkheid. Toen ik zeven jaar oud was, kreeg ik pianolessen. Ik begreep daardoor steeds beter wat ik deed. Ik kon het niet alleen zingen; ik kon de muziek lezen en kreeg daardoor meer plezier in optreden. In de kerk ging het niet over zonden en zondaars. Het ging om het met elkaar vieren van iets gemeenschappelijks. Optreden in 2015 is niets meer en niets minder dan dat. De muziek die ik met de groep Patrick Watson maak, heeft als basis traditionele en klassieke muziek. Soul, gospel, rock en de pianostukken die ik als zevenjarig kind leerde.”

De vinger van James Brown
“Optreden is te leren. Met de groep speelden we in het voorprogramma van James Brown. In de coulissen zag ik hoe James Brown met twee handen, zelfs met één vinger het optreden dirigeerde. Daarbij leerde ik dat het publiek de band stuurt. Brown begon elk nummer met zijn armen langs zijn lichaam, de handen tegen het lijf. De band speelde het intro en James Brown bewoog zijn handen niet. De band bleef het intro spelen. Zodra het publiek genoeg lawaai maakte, stak James Brown een wijsvinger uit en schakelde de band naar het eerste refrein. Voor het eerste couplet deed hij hetzelfde. Een publiek voelt snel aan invloed te hebben op het ritme van een concert. Bij James Brown gold: geen lawaai, geen vervolg. Door te toeren met James Brown heb ik het zelfvertrouwen gevonden om op te treden. Optreden is vooral communiceren met het publiek.”

Liefhebbende robots
“De ideeën voor Love Songs for Robots kreeg ik tijdens de persdagen voor de vorige plaat. Tijdens het praten over Adventures in Your Own Backyard viel het me op dat de persmensen cynisch waren. De boodschap die ik hoorde, was dat de vier gemaakte albums hetzelfde klonken. Er werd verondersteld dat het onze laatste plaat zou zijn. Het trof me dat er weinig interesse was, maar vooral dat er een volledig gebrek was aan nieuwsgierigheid. Persmensen gedroegen zich voorspelbaar, als robots. Ik realiseerde me dat ik er niet in was geslaagd om duidelijk te maken dat de groep nieuwe wegen bewandelde. De persmensen hoorden niet de subtiliteiten die we in de muziek hadden verwerkt; ze hoorden slechts herhaling. De gesprekken hebben me aan het denken gezet. Robots kunnen veel, maar ze missen minimaal twee menselijke eigenschappen. Ze kennen geen nieuwsgierigheid en ze hebben geen humor. Love Songs for Robots is dus een titel met een vette knipoog. Muzikaal hebben we geprobeerd om met minder muziek meer te veroorzaken. Bij vroegere producties metselden we de nummers nogal vol. Nog een detail, nog een laag muziek. Voor de nummers van Love Songs for Robots hebben we veel meer de instrumenten gebruikt en minder de computers. Luid spelen levert lang niet altijd een eruptie van muziek op. We hebben het gezocht in de details. Op het podium is er de agressie, in de huiskamer mag de koptelefoon op voor de details. Het nummer ‘In Circles’ gaat over robots die elkaar liefhebben. Ik schreef de eerste flarden van het nummer met een van mijn kinderen op schoot. Mijn zoon werd nieuwsgierig, wilde meer weten over de robot en noemde het schepsel dat hij in zijn hoofd zag een zombie. De muziek is beïnvloed door Vangelis! De muziek van Blade Runner is door Vangelis gecomponeerd. Deze film laat de warmte van science fiction zien. Twee neukende robots leveren misschien weinig warmte, maar zeker een mooie kop boven een interview op: Love Songs for Robots Sucks.”

Johnny Dowd

Johnny Dowd bezweert de duivel met een ritmebox.

23 april 2015, Paradiso, Amsterdam

Drie minuten voor aanvang van het concert wandelt Johnny Dowd het podium op. Hij maakt een praatje met wat bezoekers en plugt zijn gitaar in. Dowd werd er ver voor de release van zijn meest recente langspeler, That’s Your Wife on the Back of My Horse, al van beschuldigd Amerikaanse folkmuziek om zeep te brengen. Dit doet Dowd met plezier, hij relativeert zijn eigen prestaties en slaagt er altijd in het publiek te vermaken.

Dowd slaat het boek met teksten open en opent met het titelnummer van zijn veertiende en laatste langspeler. Tijdens het volgende nummer breekt Dowds begeleider een van zijn gitaarsnaren. Mike Anderson moet terug naar de kleedkamer om de schade te herstellen. Dowd zet een ritmebox aan en vervolgt het concert alleen. Hij vraagt wat hulp van het publiek. “The best singers come from Holland“, zo zegt hij. Hij zet het refrein van ‘John Deer Yeller’ in en vraagt het publiek de regel “Gonna love that girl, till the day I die” mee te zingen. Dowd noemt het zojuist begonnen koor ‘a choir of angels‘ en zet het eerste couplet in. Het nummer wordt besloten met een gitaarsolo die het huiswerk zou kunnen zijn van een piepjonge leerling voor zijn eerste muziekles. Dowd speelt gitaar op een manier die wonderlijk simpel oogt maar altijd kloppend klinkt. Daarbij bezit hij de prettige kwaliteit om op precies de juiste momenten wat valse noten te zingen.

Begeleider Mike is intussen terug op het podium en besluit na gedane arbeid een pauze te nemen. Dowd legt de gitaar neer en declameert het nummer ‘Drip Drop’. Elk couplet eindigt met de prachtige zin: “That was long ago / That was yesterday.

Na elk nummer is er een praatje en Dowd slaagt er steeds in om de bezoekers te vermaken, maakt een dansje en geeft begeleider Mike nog wat rust. Na ongeveer zestig minuten zet Dowd een kerstnummer in. Na ‘XMAS’ gaat hij staan, bedankt zijn ouders, het publiek, Mike en Prince. “Still one of the best artists on guitar“, zo meldt hij. Hij kondigt meteen de toegift ‘Smile’ van Charlie Chaplin aan.

Dowd sluit het concert af zoals hij het is begonnen. Hij geeft wat mensen een hand en zwaait naar het publiek. Dowd is geen muzikant voor een perfect concert, maar met een ritmebox en een begeleider is hij wel in staat om elke zaal langer dan een uur te vermaken. Hij neemt daarbij iedereen en vooral zichzelf op de hak. Voor de laatste langspeler schreef hij ‘The Devil Don’t Bother Me’, een op zijn lijf geschreven nummer. Dowd laat zich door niemand de les lezen. Dat mag nog jaren zo blijven.

Matthew E. White

Matthew E. White promoot twee releases.
22 april 2015, Paradiso, Amsterdam

Foto: Bart van den Hoogendorff

Op het podium staan twee stoelen, wat gitaren en een elektrische piano. Matthew E. White wordt bij de promotie van zijn nieuwe album, Fresh Blood, vergezeld door gitarist Alan Parker. Voor een succesvol optreden hebben ze niet meer nodig dan wat instrumenten, twee flesjes water en een goed gevulde zaal met geïnteresseerde bezoekers. Tijdens openingsnummer ‘Tranquility’ moet er nog even gezocht worden naar de balans tussen vocalen en gitaren. De tekst over acteur Philip Seymour Hoffman is niet te verstaan. Daarna zetten ze ‘One of These Days’ in en woorden en akkoorden hebben de juiste muzikale balans. Matthew E. White begint het concert ter promotie van zijn nieuwe album met twee nummers van zijn debuut uit 2012, Big Inner!

‘Feeling Good Is Good Enough’ wordt ingezet. De studio-uitvoeringen van de nummers van White zijn rijk georkestreerd en rustig van ritme. Door de keuze voor twee muzikanten met gitaren krijgen de nummers een ander karakter. Er is volop variatie in tempo. In elke song wordt geïmproviseerd en er wordt minimaal een minuut gitaarspel toegevoegd. Het geeft de nummers na de herkenning een extra lading. White en Parker verlaten binnen elk nummer de van de releases bekende paden en zorgen voor verrassende uitvoeringen. Er komen twee covers voorbij en White speelt ze gewoon na elkaar. Na ‘Sail Away’ van Randy Newman wordt ‘Are You Ready for the Country’ van Neil Young gespeeld.

White vertelt ontspannen over zijn bezoek aan Amsterdam in januari van dit jaar. Hij had een dagje vrij en stapte bij het Centraal Station in een rondvaartboot en zag de stad vanaf het water. “I was such a tourist, but is was awesome. You guys never do that?” Er wordt gereageerd vanuit de zaal, de sfeer is ontspannen. White nodigt de bezoekers uit voor een drankje bij de tafel met merchandise.

‘Big Love’ sluit het optreden af. Er wordt een 12-inch-versie van het nummer gespeeld. White en Parker nemen de tijd en vermaken het publiek met een prachtig rockende uitvoering. Als toegift kiest White voor ‘Will You Love Me’, inderdaad nóg een nummer van Big Inner. Matthew E. White promoot de nieuwe release Fresh Blood met aardig wat tracks van debuut Big Inner. In vijf kwartier wordt duidelijk dat beide releases alleen maar sterke nummers bevatten.

Calexico

Calexico viert feest met het publiek.
16 april 2015, Paradiso, Amsterdam

Foto: Renate Beentjes


Acht doorzichtige peertjes completeren de lichtinstallatie van het podium in Paradiso. Calexico heeft geen geldverslindende lichtshow meegenomen voor het optreden ter promotie van het nieuwe album Edge of the Sun. Joey Burns en John Convertino worden geassisteerd door vijf muzikanten. ‘Falling from the Sky’ opent de show. Het publiek reageert vanaf de eerste tonen enthousiast.
Burns en Convertino maken onder de naam Calexico al bijna twee decennia platen. In 1997 verschijnt debuut Spoke, de kwaliteit van de volgende releases is constant hoog. Calexico maakt folkrock, tex-mex, americana en alternatieve indie aangevuld met mariachi. De groep lijkt de muziek op te nemen in een stoffige studio, waarbij op de veranda de ondergaande zon de laatste druppels tequila in een omgevallen glas verwarmt. Calexico is een groep van de critici én van het publiek. In Paradiso is vanaf het eerste moment duidelijk dat de muzikanten en de bezoekers zin hebben in een geweldig avondje uit.
Zestien nummers speelt Calexico. Elk nummer wordt enthousiast ontvangen. Telkens tonen de zeven muzikanten aan muzikale klasbakken te zijn. Ze wisselen met groot gemak van instrument. Naarmate de set vordert, wordt duidelijk dat de megahit ontbreekt. Calexico heeft op al die platen geen nummer waarvan elke aanwezige de woorden uit het hoofd kent en mee kan zingen. Het publiek en de groep lijken dat nummer nodig te hebben om de avond tot een compleet succes te maken. In de toegift komt Joey Burns met de oplossing. Na twee nummers overlegt hij even met Convertino. Hij kondigt een cover aan van vrienden. ‘The One I Love’ van R.E.M. wordt ingezet. Vanaf de eerste woorden zingt het publiek uit volle borst mee. Iedereen in de zaal kent de tekst. Uit honderden kelen klinken de woorden, die Michael Stipe ooit aan papier toevertrouwde. De zaallichten springen aan, de acht peertjes zorgen voor sfeervolle verlichting op het podium. Publiek en groep maken samen muziek. Dankzij een cover rollen de euforische momenten van het podium de zaal in en weer terug.
Twee nummers later zet het zevental een punt achter een prachtig concert. Over enkele jaren zal de band weer optreden in Amsterdam, Den Haag of Utrecht. Opnieuw zal de groep een dwarsdoorsnede spelen uit het prachtige oeuvre. Misschien is dat ene nummer dan door Burns en Convertino geschreven. Het lijkt niet aannemelijk en voor een memorabel concert is het niet noodzakelijk.