Archive for 4 april, 2016

MICAH P. HINSON

Rommelig, ontroerend en gedenkwaardig.

29 maart 2016, Vondelkerk, Amstelkerk

Micah P. Hinson heeft een turbulent leven achter de rug. Door een drugsverslaving bracht de Amerikaan een deel van zijn tienerjaren in de gevangenis door. Daarna had hij jaren geen dak boven zijn hoofd en was armoede zijn deel. Hij verhuisde naar Texas en schreef teksten over zijn ervaringen. Bij zijn doorleefde stem past de americanamuziek die hij componeert. De Texaan debuteerde in 2004 met Micah P. Hinson and the Gospel of Progress. In 2015 verscheen zijn achtste langspeler Broken Arrows.

Hinson treedt op in de Vondelkerk in Amsterdam. In de kerk heerst stilte en de bezoekers nemen een stoel. Achter in de kerk staat een bar met een tap. Enkele aanwezigen pakken rond 20:00 uur een eerste biertje. Op het podium ligt een gitaar, staan twee speakers en een microfoon.

Via de publieksingang komt Hinson precies op tijd binnen. Hij loopt naar het podium, kijkt bijna geschrokken naar het aantal mensen en gaat op een stoel achter op het podium zitten. Het wordt stil in de zaal. De bezoekers kijken naar een man op een stoel. De man op de stoel kijkt naar de bezoekers in de zaal. Na ruim een minuut komt Hinson naar voren en gespt zijn gitaar om. In tien minuten rommelt hij zich door vier nummers. In ‘Seven Horses Seen’ is er de breekbare, doorleefde countrystem en het zachte, klein gehouden gitaarspel. In ‘Close Your Eyes’ lijken het gitaarspel en de stem een eigen richting te kiezen en krijgt Hinson het niet voor elkaar het nummer op een juiste manier te beëindigen. Na de vier nummers pakt hij een stadskaart van Amsterdam uit zijn tas. Hij mompelt niet meer te weten hoe hij naar de kerk is gewandeld. “The fucking hotel seems lost and the company thinks I have a smartphone. Fuck.

Hinson is geen virtuoze muzikant en staat vanavond wat verloren op het podium. Bij moeilijke delen in zijn nummers speelt hij gewoon wat zachter, terwijl hij overgangen van coupletten naar refreinen zo gemakkelijk mogelijk houdt. Na de laatste regel tekst zijn alle liedjes in weinig of geen tijd afgelopen. Na elk nummer kijkt Hinson op een papiertje dat hij uit zijn kontzak trekt. Na dertig minuten schrikt hij. Hij vertelt twintig nummers te hebben opgeschreven en heeft het gevoel ze allemaal te hebben gespeeld. ‘Stand in My Way’ is daarna een song met drie regels tekst en eenvoudig gitaarspel. Hinson is dan op zijn best en overtuigt met gedreven zang en gitaarspel. Na ruim drie kwartier verontschuldigt hij zich. Hij vertelt voor een tournee niet te oefenen, niet de kwaliteit van “fucking Coldplay” te hebben en zegt dat bij elk optreden een aantal liedjes mislukt. Direct daarna speelt hij een mooie versie van ‘This Land Is Your Land’ van Woodie Guthrie.

Voor het laatste nummer bedankt Hinson de aanwezigen. Hij vertelt in een plaatsje in Texas te wonen, “people don’t know the fuck what I’m doing. Because of you I can make a living and feed my family. Thank you. I hope this is a good ending to this evening. Be safe.” Hinson speelt ‘This Old Guitar’, zwaait naar het publiek, pakt zijn jas en loopt langs het publiek naar buiten. Naast de buitendeur gaat hij onder een boom staan en steekt een sigaret op. De mensen lopen langs en hij hoort de Nederlandse commentaren, neemt nog een hijs van zijn sigaret en wandelt langs de mensen naar binnen om zijn spullen in te pakken.

Foto Kenn Vertraeten

SAVAGES / BO NINGEN

Savages is stoer, sereen en urgent.

16 maart 2016, Melkweg, Amsterdam
Beeld: Niels Vinck

Toen BBC Radio 6-presentator Marc Riley de Japanners van Bo Ningen tijdens een interview belangstellend naar wat etiketten uit recensies vroeg, zei het viertal niets te begrijpen van het label acid rock. Tijdens het optreden in De Melkweg speelt Bo Ningen noiserock, shoegaze en misschien wel Japanspeed, maar beter is om te spreken van vijf wat uitgesponnen rocknummers die ruim dertig minuten in beslag nemen. Van de aankondigingen van bassist Taigen Kawabe is weinig meer te verstaan dan: “Dank jullie wel.”

Visueel valt er meer te genieten. Kawabe speelt niet alleen op de standaard manier, maar laat zijn instrument af en toe een reisje maken van de buik naar de rug en terug. Steevast eindigt hij met de bas als fallussymbool voor zijn kruis. Gitarist Kohhei Matsuda heeft de motoriek en de lengte van Joey Ramone, Yuki Tsujii raakt een aantal malen verstrikt in de draden op het podium, trekt de plug uit zijn gitaar, ontwart de draden en plugt weer in. Drummer Monchan Monna trekt zich niets aan van wat er om hem heen gebeurt en slaat alleen maar strakke tempo’s. Bo Ningen zorgt voor een charmante bak herrie die visueel meer indruk maakt dan instrumentaal.

Savages [foto’s] opent messcherp met ‘I Am Here’. De postpunk van de vier vrouwen hakt er meteen in. Het is even wennen aan de wat hoekige motoriek van zangeres Jehnny Beth. De lompheid verandert tijdens het optreden in charisma. Beth, Française en geboren als Camille Berthomier, kan leunen op een prima ritmesectie en de bijna ongelimiteerde talenten van gitariste Gemma Thompson. In de opener laat Thompson haar kundigheid horen, maar de bewondering groeit met elk nummer. Keer op keer slaagt ze er in te verrassen. In elk nummer rijgt ze parels aan elkaar en ze is continu beter dan op de langspelers Silence Yourself (2013) en Adore Life (2016). Thompson is een muzikante die elke bezoeker na een concert naar de releases van de groep doet grijpen om te horen of ze in de studio al net zo goed was als op het podium.

Natuurlijk wordt ‘She Will’ aan alle vrouwelijke bezoekers opgedragen en ‘I Need Something New’ klinkt beklemmend. Savages slaagt er in om het hoge niveau van de studio-opnamen te overstijgen. Tijdens ‘Evil’ ontstaat er een moshpit voor het podium, die vervolg krijgt in ‘Hit Me’. Beth stapt blootsvoets op de handen van de bezoekers voor het podium. Stoer en sereen torent ze boven het publiek uit, maar tegelijk is ze ook afhankelijk van de kracht van de fans onder haar. Savages verovert de zaal, raakt elke bezoeker in het hart. Beth is al lang niet lomp meer, Thompson laat haar gitaar spreken en Ayse Hassan en Fay Milton zijn de ritmegidsen in de zaal. Vanavond regeren deze vier vrouwen hier. ‘Adore’ sluit het optreden af, waarna Bo Ningen tijdens ‘Fuckers’ mag helpen de zaal nog eenmaal in vervoering te brengen. Savages is een wereldband die muziek met de juiste urgentie brengt. Thuis vlug die platen nog eens opzetten.

SIVERT HØYEM / JONAS ALASKA

Optreden Sivert Høyem mist grootse finale.

15 maart 2016, Tolhuistuin, Amsterdam
Beeld: Paul van Haeff

Bij de burgerlijke stand van Amli, Aust-Agder staat Jonas Alaska [bovenste foto] ingeschreven als Jonas Aslaksen. De artiestennaam bekt blijkbaar net iets beter dan de Noorse familienaam. Als voorprogramma van Sivert Høyem moet Alaska opboksen tegen een luidruchtig publiek. Hij durft het aan ‘October’ als een intiem en breekbaar nummer aan te kondigen. Spelend op een akoestische gitaar verhaalt hij over het sterven van een broer van zijn vader. Het is mooi om te merken dat een steeds groter deel van het publiek de alledaagse gesprekjes stopt en luistert. De set die deze jonge troubadour speelt, getuigt van moed. Hij sluit af met het humoristische ‘Talkin Swine Flu Blues’. Het is een hilarische Bob Dylan rip-off. Het is een mooie kennismaking met Alaska, die met zijn derde cd, Younger, in 2015 een bescheiden hit in Noorwegen had.

Madrugada is de succesvolste Scandinavische rockband ooit. Na het uiteenvallen van de band in 2008 startte Sivert Høyem een succesvolle solocarrière. Lioness is het dit jaar verschenen vijfde album van de zanger. Naast nieuw werk speelt Høyem bij concerten graag nummers van Madrugada, hij weet dat hij bezoekers hiermee een groot plezier doet.

In de In de Tolhuistuin laat Sivert Høyem zich begeleiden door vier muzikanten. Hij opent de set met uptempo werk van zijn soloplaten, zoals ‘Lioness’, ‘Black & Gold’ en ‘Empty House’. Het publiek krijgt amper de gelegenheid om te applaudisseren. Met ‘What’s on Your Mind’ grijpt hij voor het eerst terug op Madrugada. Over het algemeen is de muziek van deze Noorse groep wat donkerder en kleurt de stem van de zanger in deze nummers wat zwarter.

‘Honey Bee’ wordt aangekondigd als het nummer dat bij elke soundcheck en concert wordt gespeeld. Het is een persoonlijke favoriet van Høyem. Daarna speelt hij ‘Prisoner of the Road’ solo en opnieuw valt op dat de samenstelling van de groep bij veel nummers wordt aangepast. Voor ‘Into the Sea’ komen de begeleiders terug op het podium. De charismatische zanger en zijn zeer capabele band zorgen er voor dat het geluid vanaf het podium blijft verrassen.

Na de toegiften ‘Electric’ en ‘The Kids Are on High Street’, twee nummers van Madrugada, volgt het titelnummer van de in 2009 verschenen cd Moonlanding. Het optreden krijgt hiermee een waardige afsluiter. Het publiek vermaakt zich en de groep is in goede vorm, het enige wat ontbreekt, is een nummer dat de avond in een fantastische apotheose zou beëindigen. Høyems composities lijken net iets te veel op elkaar om van een grootse avond te spreken.

VILLAGERS / YE VAGABONDS

Vijf sterren voor Villagers.

16 februari 2016, Tolhuistuin, Amsterdam

Brían en Diarmuid Mac Gloinn maken onder de naam Ye Vagabonds traditionele Ierse muziek. Op het podium van de Tolhuistuin speelt het duo nummers van de eerste ep, Rose & Briar. Daarnaast is er veel nieuw materiaal te horen. Na de toer gaan de broers de studio in om een eerste album op te nemen. Ye Vagabonds brengen naast traditie veel kwaliteit, sympathie en flair naar het podium en maken nieuwsgierig naar de debuutplaat.

Conor O’Brien bracht met Villagers na drie albums een verzamelaar uit. Op het in één dag live in de studio opgenomen Where Have You been All My Life? wilde O’Brien een volgende versie van eerder door de groep uitgebrachte folkrocknummers uitbrengen. Door het vele toeren waren de songs volgens de Ier gegroeid. Daarnaast wilde hij met Villagers de unieke momenten van een optreden vangen. Where Have You Been All My Life? is daarom absoluut geen herhaling, maar een release die de muzikale ontwikkeling van Villagers en O’Brien laat horen.

Bij opener ‘Memoir’ gaat de geluidsman aan de slag met het geluid. Halverwege het nummer klinken Villagers loepzuiver. Het fragiele ‘So Naive’ is daarna meteen een hoogtepunt. De groep speelt met ongekend gemak breekbare folkmuziek van zeer hoog niveau. Gwion Llewelyn drumt en zet af en toe een trompet aan zijn lippen, harpiste Mali Llywelyn betovert het publiek met klanken uit de synthesizer en O’Brien strooit schijnbaar moeiteloos parels van zinnen over het publiek uit. ‘Dawning on Me’ staat niet op de laatste release. De groep geeft zichzelf de vrijbrief om alle nummers uit het oeuvre in een nieuw muzikaal jasje te spelen. In de opening van de track krast de staande bas van Danny Snow. ʺIf that doesn’t stop in two seconds I’m done“, meldt O’Brien theatraal. Hij vertelt een armzalige mop, sluit zijn carrière als komediant meteen weer af en vervolgt prachtig met ‘I Saw the Dead’.

Villagers laveren door het oeuvre van drie langspelers. Elk intro ontlokt een kort enthousiast applaus bij het publiek. Niet alleen voor de mensen in de zaal, ook voor de muzikanten op het podium zijn de nummers een avontuur en een muzikale reis met onbekende bestemming. ‘Everything I Am Is Yours’ draagt O’Brien op aan alle aanwezigen. Het concert is uitverkocht en hij bedankt ontroerd. ‘Twenty-Seven Strangers’ en ‘Hot Scary Summer’ zijn later in de set wat oudere songs, die naadloos aansluiten bij het hoge niveau. Voor ‘In the Waves’ en ‘Occupy My Mind’ gaan het volume en het tempo omhoog. Villagers rocken. Achter de piano neemt O’Brien daarna gas terug voor afsluiter ‘No One to Blame’. Op een krukje neemt hij even de tijd om na de adrenaline van de eerdere nummers over te schakelen naar de toetsen op de piano.

Eerste toegift, ‘Wichita Lineman’, is een nummer van Glenn Campbell. ‘That Day’ is daarna een van de hoogtepunten van de laatste release en afsluiter ‘Courage’ heeft een tekst die de ontwikkeling van de carrière van Villagers en O’Brien samenvat. ʺIt took a little time to get where I wanted / It took a little time to get free / It took a little time to be honest / It took a little time to be me.” Na ‘Courage’ danken de bezoekers de groep met een ovationeel applaus. Villagers hebben een prachtige vorm gevonden voor oud en nieuw materiaal en gaan door op een uniek muzikaal pad.

Foto uit het KindaMuzik archief door Jan Mulders

STUFF

Stuff verovert moeiteloos de Kleine Zaal.

11 februari 2016, Paradiso, Amsterdam

Het kleine podium in de bovenzaal van Paradiso is nauwelijks verlicht en staat vol met instrumenten. De leden van Stuff manoeuvreren zich met enige moeite naar hun plaatsen. In de zaal wordt veel gepraat. Veel mensen zien niet of nauwelijks dat de Belgen uit Gent en Antwerpen op het podium zijn verschenen. De eerste minuut van het optreden gaat het geroezemoes over in het intro van het nummer. De kleine zaal wordt een nachtclub waar het publiek luistert en praat.

De muziek van Stuff is moeilijk te benoemen. Progressieve jazz? Beter is het de mix van jazz, hiphop en elektronica geen etiket te geven. De groep heeft vooral via kleine podia en aan het einde van festivals veel Belgisch publiek voor zich gewonnen. In Nederland wil Stuff op eenzelfde manier naamsbekendheid krijgen.

Na het intro ontrolt ‘Event Horizon’ zich op een natuurlijke, organische manier. De vijf muzikanten van Stuff willen vooral samenspelen. Zonder een solo duren de tracks van het debuutalbum Stuffvier tot vijf minuten. In die tijd wordt er volop geëxperimenteerd en is er muzikaal steeds volop controle. Vanuit het openingsnummer rolt de groep door in ‘Tahtam’. Bassist Dries Laheye produceert pompende lijnen, de hypnotiserende drums van Lander Gyselinck verstevigen het fundament waarop ‘Mixmonster’ Menno zijn draaitafels in gang zet. De spannende danslijnen van toetsenist Joris Caluwaerts en de jazzy invulling van saxofonist Andrew Claes vullen telkens ruim vier minuten.

Opvallend is het plezier van de muzikanten op het podium. Het geroezemoes is allang onderdeel geworden van de muziek en de sfeer. Tussen de nummers is er kort overleg en dan wordt er een volgend intro ingezet. Duidelijk is dat composities bij elk optreden een nieuw muzikaal jasje krijgen.

De muziek van de Belgen is nog niet voor de grote massa. Stuff experimenteert nog net iets te veel in de composities. In Paradiso bewegen veel hoofden, de vingers knippen op de maat, maar gedanst wordt er niet. De muziek van Stuff zit vol opwindende grooves en toch ontbreekt de explosie van dansend en swingend publiek. Om de bezoekers te laten dansen zullen de Belgen keuzes moeten maken. Zijn de leden van Stuff tevreden met een volgelopen bovenzaal van Paradiso of willen ze festivalterreinen in de fik zetten? In het eerste geval leveren ze voor de liefhebbers de perfecte mix van jazz, hiphop en experiment. Maken ze de oversteek naar de festivals, dan zullen er meer danslijnen in de nummers gestopt moeten die dan een aantal malen terugkomen in de composities van vier minuten.

Stuff heeft met het optreden in de Kleine Zaal de bezoekers wel veroverd, maar nog niet volop in beweging gezet. Of de band bij het tweede album de keuze voor een groter publiek maakt, is nog niet duidelijk. Ook zonder het antwoord op die vraag is het uitkijken naar de volgende release van Stuff.

ISRAEL NASH / GOLD LAKE

Kippenvelmoment van zeker dertig seconden.

09 februari 2016, Tolhuistuin, Amsterdam
Beeld: Peter Hageman

Gold Lake trekt het optreden langzaam op gang. Na een minuut zijn de gitaren gestemd en zwelt de rockmuziek aan. De groep uit Spanje besteedt tijd en concentratie aan de opbouw van de avontuurlijke composities. Langspeler Years verscheen in 2014 en toch klinken de nummers alsof de Spanjaarden gisteren of eergisteren de composities hebben afgerond. Gold Lake is een nieuwe naam op de Nederlandse podia. Het publiek luistert vijfenveertig minuten geboeid naar rocknummers met veel kwaliteit. Het optreden wordt mede door de charmante presentatie met een gul applaus beloond.

Israel Nash promoot het vorig jaar verschenen Silver Season. Tijdens het optreden worden nummers uit het oeuvre van drie albums gespeeld. Na debuut Barn Doors and Concrete Floors(2009) verscheen Rain Plans drie jaar geleden. In de studio maakt de groep sfeervolle americana waarbij de meerstemmige vocalen opvallen. De vergelijking met Crosby, Stills, Nash & Young wordt vaak gemaakt. Op het podium is de stem van zanger Israel Nash Gripka net iets rauwer dan in de studio en dat komt het geluid van de groep ten goede. Israel Nash is meer dan een meerstemmig americana spelende groep. De muzikanten stoppen het nodige venijn in de muziek en Nash durft in zijn teksten actuele, politiek beladen thema’s aan te snijden. Beste voorbeeld is ‘Parlour Song’ met een tekst over de burgers in Amerika die zich bewapenen. “It’s time we decide / Sooner or later we’ll surrender our guns / But not until we shot everyone.”

Als een van de laatste nummers speelt de groep ‘Rexanimarum’. Nash vertelt dat hij vanuit Missouri naar New York verhuisde en het Apollo Theater bezocht. James Brown nam op deze plek een alom geprezen album op. Twee weken na zijn bezoek overleed James Brown en als eerbetoon aan een groot artiest en het vastleggen van een mooie herinnering schreef Nash deze lofzang.

De sympathieke Amerikaan bedankt diverse malen het publiek en zegt dat in Nederland de internationale carrière van de groep vijf jaren geleden begon. Na elke release kwam er meer publiek naar de zalen. Optreden in Nederland is daarom speciaal voor hem. Als afsluitend nummer speelt de groep ‘Who in Time’. Aan het einde van het nummer stapt Nash weg van de microfoon. Onversterkt zingt hij de tekst, de band stopt en het publiek klapt mee. Een kippenvelmoment van zeker dertig seconden hangt in de zaal. Op een prachtige manier besluit Israel Nash het optreden. De twee toegiften ‘Baltimore’en ‘Rain Plans’ bevestigen de kwaliteit van het vijftal muzikanten. Israel Nash is een groep die met elke release beter wordt en dat vanaf het podium laat horen. Het zou mooi zijn als de groep komende zomer voor wat festivals wordt vastgelegd.

DeWolff / The Grand East

Alleen de neefjes vermaken zich bij DeWolff.

25 februari 2016, Paradiso, Amsterdam
Beeld: Renate Beense

The Grand East mag openen voor DeWolff. In de eerste vijf minuten stopt het vijftal minstens vier nummers in een liedje en verandert ook nog een keer of vijf van ritme. De groep uit het oosten van Nederland speelt pubrock met een bijzonder hoog ADHD-gehalte. Zanger Arthur Akkermans gaat diep door de knieën bij een korte harmonicasolo en vraagt na minder dan twee minuten applaus voor een solootje van gitarist Nick Cival. Verder zien de binnendruppelende bezoekers bewegingen van Joe Cocker, het haar van Living Blues-zanger Nicko Christiansen en ze horen luid, vooral heel luid de stem van Akkermans. Een van de aankondigen van de zanger is historisch. “We verdienen nog steeds geen geld met muziek en dat is superkut.” Daarna zet de groep weer een nummer met veel te veel ideeën en tempowisselingen. Voor The Grand East zou de kwaliteit omhoog kunnen gaan als de groep zich zou beperken tot één idee per compositie.

De opkomst van DeWolff [foto’s] is wonderschoon. Zanger Pablo van de Poel kijkt vol ongeloof naar het intussen afgeladen Paradiso, zegt niets en loopt een halve minuut heen en weer, maakt een danspasje en kijkt nog eens rond. Drummer Luka van de Poel en organist Robin Piso zitten achter hun instrument en kijken naar de massa mensen in afwachting van het concert. Een prachtig, bijna stil en ontroerend begin. Het feestje bij de release van album Roux-Ga-Roux kan beginnen.

Vanaf opener ‘Black Cat Woman’ kronkelt een fotograaf zich in de vreemdste bochten over het podium om alles vast te leggen. Basgitarist Joep Bollinger en percussionist Marnix Wilmink spelen mee, terwijl voor ‘Sugar Moon’ twee zangeressen het podium op wandelen. Pas bij ‘Northbound’, het vijfde nummer van de set, staat het trio DeWolff op het podium. Het publiek heeft een overrompelende opening van zeker twintig minuten voorgeschoteld gekregen.

Om onduidelijke redenen is er midden in ‘Northbound’ een drumsolo en dat haalt de vaart uit het concert. Bij DeWolff, het is uiteindelijk een trio, volgt er daarna een gitaarsolo en een orgelsolo. Het is een hoop gepiel, klinkt wat psychedelisch, maar vooruit. De opgewekte toeschouwer denkt dit achter de rug te hebben en door te kunnen met de vaart, de snelheid en de kwaliteit van de eerste vier nummers.

Die gedachte is verkeerd. Het trio DeWolff en wat vrienden vieren de volgende twee uur een releaseparty, maar vergeten de verschenen bezoekers. Voor in de zaal staan wat mensen te bewegen, maar verder staat iedereen in Paradiso stil. Er wordt na elk nummer trouw geklapt, maar alleen negen of tien mensen voor het podium bewegen wat. Dansen? Nee, bewegen! Familie? Misschien wat neefjes van het trio.

Dertien of veertien nummers later wordt afsluiter ‘Love Dimension’ ingezet. Bezoekers herkennen het nummer en er gaat een korte golf van enthousiasme door Paradiso. Middenin het nummer zet Robin Piso een orgelsolo in en ook drummer Luka wil nog even soleren. Het enthousiasme rolt met grote snelheid de zaal uit. Paradiso valt tijdens dit achttiende nummer volledig stil. Zelfs de neefjes bewegen niet meer. Pablo van de Poel heeft voor zoveel ongemak de ultieme oplossing. Hij vraagt bezoekers op het podium. De neefjes zijn er als de kippen bij en beklimmen het podium. Tientallen fans volgen. Op het podium staan DeWolff, een gastbassist, een percussionist, twee zangeressen, de kronkelende fotograaf en een kleine menigte mensen waarvan een flink aantal het kampioenschap luchtgitaarspelen wil winnen.

Als toegift volgen twee nummers. In ‘Don’t You Go up the Sky’ wordt Pablo van de Poel heel even crowdsurfer. Tot het laatste tiende en laatste neefje wordt hij gitaarspelend omhoog gehouden en keurig teruggezet op het podium. Concertafsluiter ‘Gold and Seaweed’ is, zo meldt Pablo van de Poel, de eerste song die de groep ooit speelde. Het is een compact rocknummer en heeft geen minutenlange solo’s. Een groot gedeelte van het publiek in Paradiso lijkt gewekt te worden uit een lang en verveeld wachten. Massaal gaan de handen op elkaar en krijgen de neefjes eindelijk versterking op de dansvloer. Het laatste nummer van het feestje heeft de kwaliteit van de eerste twintig minuten.

Na het concert mag het publiek handtekeningen laten zetten op Roux-Ga-Roux. De prijs in Paradiso is vier euro hoger dan de prijs in de winkel. Het is geen kniesoor die naar de reden van deze prijsverhoging vraagt en geen antwoord krijgt.

broeder Dieleman

Dwalen door Zeeuws-Vlaanderen met broeder Dieleman.

28 januari 2016, Tolhuistuin, Amsterdam

Op 16 mei 2015 stond broeder Dieleman op het podium in de Tolhuistuin. Platenzaak Concerto vierde een weekend lang haar zestigjarige verjaardag en Tonnie Dieleman uit Zeeuws-Vlaanderen verzorgde een van de muzikale hoogtepunten. Broeder Dieleman speelde wat nummers van de verschenen langspelers Alles Is IJdelheid en Gloria en veroverde met zijn folkliedjes de harten van de toeschouwers.

In de Tolhuistuin staan opnieuw zo’n honderd stoelen klaar. Vanaf het podium zijn delen van de nieuwe plaat, Uut de Bron, te horen. Dieleman maakte opnames in het veld, componeerde instrumentele stukjes muziek met banjo en Zeeuwse kleppers en vroeg Zeeuwse arbeiders teksten in te spreken. Van alle elementen maakte hij het conceptalbum Uut de Bron. Op het podium wordt hij vergezeld door Eduard Walhout, die de soundscapes en de liedjes ondersteunt met beelden van het Zeeuwse land.

Dieleman begroet de bezoekers en legt uit dat hij jarenlang het gevoel heeft gehad nergens bij te horen. Hij is geen troubadour, geen zanger van liedjes met een dialect, maar een jonge man met een rugzak vol herinneringen. Dieleman is een Zeeuw die gebruik maakt van elementen uit zijn omgeving. “Veel plezier. Laat het maar over je heen komen.”

Ruim vijftig minuten later vraagt Dieleman: “Viel het mee? Dat was het.” Er wordt wat uit de zaal geschreeuwd, bezoekers roepen complimenten en een grapjas vraagt om herhaling, ‘maar nu in het Nederlands’.

Dieleman heeft de zaal in de greep gehouden met een muzikale reis door het Zeeuwse platteland. Flarden tekst, de geschiedenis van Zeeuws-Vlaanderen, de gevaren van het water en gedachten over het geloof werden ondersteund of onderbroken door muzikale intermezzo’s. Dieleman musiceerde zijn banjo tot leven met een strijkstok en zong zinnen uit zijn teksten als mantra in delen van de liedjes die terug te vinden zijn op Uut de Bron.

Natuurlijk, de Zeeuw durft voorbij het liedje te kijken, zoals werd gemeld bij het verschijnen van het boek en de schijf Uut de Bron. Liederen, veldopnames, instrumentale passages en de beelden van Walhout intrigeren, maar beklijven niet. Het is alsof er in de vijftig minuten een aantal malen dezelfde muziek langskomt met een andere tekstregel. Die zinnen zijn dan ook nog eens in het Zeeuws en voor een deel van de toeschouwers onnavolgbaar en onbegrijpelijk. Vijftig minuten is dan lang.

Of het meeviel, vroeg Dieleman. Nee, het viel niet mee, zou een antwoord uit de zaal kunnen zijn. De toeschouwer die meer van broeder Dieleman kent dan Uut de Bron had graag nog wat nummers met een kop en staart van de eerste releases gehoord.

Foto Oscar Anjewierden

LUCINDA WILLIAMS / BUICK 6

Lucinda Williams laat de snik in haar stem te weinig horen.

27 januari 2016, Paradiso, Amsterdam
Beeld: Peter Hageman

Voorprogramma Buick 6 krijgt een aankondiging in het Frans. “Shudtuh de ffug up,” meldt een dame. Het trio valt in met een luie blues. Ritmesectie Butch Norton en David Sutton zou op een snaar en een trom het fundament voor elk nummer kunnen leggen. Gitarist Stuart Mathis soleert een kleine vier minuten naar hartenlust. Het tweede nummer komt uit dezelfde garage – Buick 6 maakt pubrock die in een garage gecomponeerd is. Het trio speelt nummers van de zojuist verschenen langspeler Plays Well with Others. De gitaarmuziek is vuig, opwindend en voorzien van een wat lompe kartelrand.

Na een korte pauze blijkt Buick 6 de begeleidingsband van Lucinda Williams. De Amerikaanse zangeres komt wat stram lopend het podium op. Ze is in het zwart gekleed, draagt fraaie cowboylaarzen en heeft de grijze haren zoals altijd in een onduidelijke coupe. De overgang van de rock van Buick 6 naar de americana van Williams blijkt niet al te groot. Het trio bepaalt in de eerste nummers het geluid. Pas bij het derde nummer ‘Pineola’ gespt de zangeres een gitaar om. Voor ‘Drunken Angel’ noemt ze In twee of drie zinnen Townes van Zandt, Gram Parsons en Kurt Cobain. Williams zingt een prachtige aubade aan deze te vroeg gestorven muzikanten.

Bij ‘The Ghost of Highway 20′, het titelnummer van de laatste cd van Williams, verdwijnt Buick 6 van het podium. Williams speelt het nummer solo en akoestisch. Moeiteloos bereikt ze de achterste bezoekers in de grote zaal en de aanwezige fans op de verschillende balkons. Ze is een zangeres met een prachtige en emotievolle snik in haar stem. Paradiso is doodstil en hangt aan de lippen van een fenomenale americana-artieste. Voor het nummer ‘Lake Charles’ komt Stuart Mathis terug op het podium. Daarna is het weer Buick 6 met Williams. Dan blijkt hoe lomp het trio musiceert. In lang niet alle gevallen helpt dat de nummers die Williams uitvoert.

Na ruim vijf kwartier gaat het optreden scheurtjes vertonen. De intro’s die Williams vertelt worden leuker dan de gespeelde nummers. Er is geen sprake van herhaling, maar de nummers voegen niets meer toe. Een uitzondering is ‘Dust’. Na lezing van dit gedicht van haar vader schreef Williams dit ontroerende nummer.

Natuurlijk vraagt het publiek om toegiften. De gekozen nummers zijn wat gemakzuchtig en vormen niet de basis voor een mooie apotheose. ‘Should I Stay or Should I Go’ van The Clash klinkt als een ironische vraag, waar alleen Williams het antwoord op kent. ‘Rocking in the Free World’ is daarna een lomp uitgevoerde cover van het nummer van Neil Young. In afsluiter ‘Get Right with God’ is nog eenmaal de snik in de stem te horen.

Lucinda Williams windt bijna een uur lang het publiek in Paradiso om de vinger. Ze speelt daarna minimaal twintig minuten te lang en jammer genoeg te weinig nummers solo en akoestisch.

Lee Ranaldo tovert de Tolhuistuin om in een huiskamer

26 januari 2016. Tolhuistuin, Amsterdam

Voor het concert in de Tolhuistuin wordt de langspeler Cure for Pain van Morphine op beschaafd geluidsniveau gedraaid. Het geroezemoes in de zaal voor het optreden is prettig en verraadt een gezonde nieuwsgierigheid naar het concert dat op het punt van beginnen staat.

Lee Ranaldo stapt het podium, gespt een gitaar om en zet ‘Let’s Start Again’ in. Na afronding begroet hij de zaal en vertelt dat hij net zes maanden in een studio heeft gezeten. Het nummer dat hij speelde, is een nieuwe compositie. In de studio begeleidt The Dust hem, op het podium zal hij het alleen gaan uitzoeken. ‘Circular’, ‘Electric Trim’ en ‘Off the Wall’ volgen. Bij het laatste nummer improviseert Ranaldo met een strijkstok op de gitaar. De geluiden zijn onvoorspelbaar en klinken atmosferisch. Verder is er in de nummers weinig of geen sprake van experiment. Ranaldo speelt poprock met beeldende teksten. Zinnen als “Let’s take our eyes out and complete the conversation” of “A rainbow fell to the floor” zijn prachtig.

‘Xtina’ is een nummer over een meisje dat Ranaldo leerde kennen in zijn tienerjaren. Bij de wat oudere liedjes vertelt hij anekdotes, bij de nieuwe zijn er nog geen verhalen. ‘Home Chords’ gaat over zijn woning in New York. Hij woont zo ongeveer tegenover het stadhuis in New York en ziet de dagelijkse demonstraties. Tijdens een van de betogingen realiseerde hij zich dat iedereen een veilig thuis nodig heeft. Pas vanuit de veiligheid van een eigen woonplek kunnen mensen op pad gaan met een boodschap. Ranaldo reist op die manier de wereld rond.

‘Lecce’ verhaalt over het Italiaanse stadje. Toen de Amerikaan hier tijdens een vakantie met zijn familie door een straatje wandelde, besefte hij dat de stenen onder zijn schoenen geschiedenis ademden. Hij inhaleerde de eeuwen en vertelde dit aan zijn kinderen. Precies zo staat Ranaldo op het podium Hij vertelt het publiek een anekdote, een klein voorval of een ervaring die indruk maakte. Daarna wordt het nummer gespeeld waarin hij de geschiedenis vastlegt.

Vijfendertig jaar geleden stond Ranaldo aan de wieg van Sonic Youth. Met deze invloedrijke groep maakte hij fantastische platen als Daydream Nation, Goo en Dirty. Diezelfde Ranaldo staat in zijn eentje op een podium in Amsterdam-Noord en vertelt als intro bij ‘Uncle Skeleton’ dat het nummer met begeleidingsgroep The Dust al een geslaagde uitvoering kent, maar dat het solo nog zoeken is. Een legendarische gitarist verzorgt op een eenvoudige en charmante manier een avond waarbij de concertzaal steeds meer een gewone huiskamer wordt.

Als toegift speelt Ranaldo ‘Revolution Blues’ van Neil Young. Een prachtige cover en een eerbetoon aan artiest die hij bewondert. ‘Revolution Blues’ is een waardige afsluiter van een memorabele avond.

Foto van Michal Shanny uit juni 2014