Archive for 5 juli, 2016

THE BRIAN JONESTOWN MASSACRE

De pauzes zijn spannender dan de nummers

02 juli 2016, De Melkweg, Amsterdam
Beeld: Renate Beense

Op 7 juni begon de tournee van The Brian Jonestown Massacre en tweeëntwintig podia in Schotland, Engeland, Ierland en Frankrijk later staat de groep in De Melkweg. Oprichter Anton Newcombe belooft ʺan evening with,ʺ in de media, een avond met een optreden van drie uur. Vijf minuten voor aanvang schalt ‘Vad Hände Med Dem?’, een track van Revelation (2014), door de zaal. Daarna betreedt de groep het podium. ‘Never End’ opent, een lekker, zes minuten durend psychorocknummer. ‘Vad Hände Med Dem?’ volgt en ‘Geezers’ van And This Is Our Music (2003) zweeft door de zaal. De neopsychedelica wordt met applaus onthaald. Het publiek wil de nummers vol folkrock, blues, raga en elektronica omarmen en meegezogen worden in de experimentele mix van rock, shoegaze en psychedelica. Tijdens het intro van ‘Who?’ scanderen de bezoekers de titel van het nummer driemaal mee. De avond lijkt niet stuk te kunnen.

In 1990 richtte Newcombe met Matt Hollywood The Brian Jonestown Massacre op. De naam voegde Rolling Stone Brian Jones en de door sekteleider Jim Jones ingerichte nederzetting Jonestown samen. In dit plaatsje vond in 1974 een massale zelfmoord plaats door volgelingen van de Peoples Temple. Op zijn minst een opmerkelijke keuze voor een groepsnaam.

Zesentwintig jaar later heeft de band vijftien langspelers uitgebracht. De cultstatus van de groep is bekend en ongekend. Pas na Who?, het vierde nummer, neemt Newcombe het woord. Hij verontschuldigt zich voor zijn stem. In Parijs heeft een griepvirus hem te pakken genomen. ʺBut we’ll play as many songs as possible in three hours.ʺ Het publiek juicht en de groep zet ‘That Girl Suicide’ in. Zes of zeven prachtig gespeelde psychedelische rocksongs volgen. Het gebrek aan stimulerende middelen wordt bijna geheel door de groep goedgemaakt. En dan gaat er iets mis.

Tijdens ‘Groove Is in the Heart’ wandelt Newcombe van het podium. Hij roept iets over zijn gitaar, komt terug en loopt naar gitarist Matt Hollywood. Er is onenigheid over het gebruik van de gitaren. Newcombe verdwijnt opnieuw achter de coulissen, terwijl de groep het nummer afmaakt. Joel Gion staat met zijn tamboerijnen voor op het podium. Hij mompelt iets over Amsterdam, de lengte van de toer en valt daarna stil. ʺWhere did he go? Will he be back

Newcombe komt terug op het podium, plugt in, roept opnieuw iets over gitaren, prutst wat aan knoppen op zijn versterker en zet ‘Anenome’ in. Intussen is Gion van het podium verdwenen en komt na een lang intro onder groot gejuich retour. Na het nummer is er opnieuw overleg. De technicus dempt de lichten. Het publiek kijkt naar een donker podium en hoort slechts stemmen.

De groep trekt zich langzaam weer op gang, maar op het podium wordt niet meer samen gespeeld. Het is alsof het publiek is meegenomen naar een vervelende repetitie in de oefenruimte. The Brian Jonestown Massacre probeert een nieuw nummer, maar de leden zijn het nergens over eens. De muzikanten spelen geen rockend intro, zingen verschillende teksten en komen niet toe aan een hallucinerend outro. Alles wordt besproken en er is continu verschil van mening.

De sfeer in De Melkweg is intussen ongemakkelijk. De pauzes zijn enerverender dan de gespeelde nummers. Na songs als ‘When Jokers Attack’ en ‘The Devil May Care (Mom and Dad Don’t)’ is er gejuich, maar telkens is het spannend of The Brian Jonestown Massacre zal doorspelen. Struikelend haalt de band een soort finish, maar het is onduidelijk of de setlist volledig is gespeeld. De Amerikanen staan er om bekend ruzies op het podium uit te vechten. In Amsterdam is het publiek getuige van veel ongemak. Bij dit laatste optreden van een slopende tournee, is er vooral irritatie. Newcombe en zijn mannen zijn toe aan een vakantie. The Brian Jonestown Massacre had de spullen een dag eerder moeten pakken en naar San Francisco afreizen.

THE DEVIL MAKES THREE / HACKENSAW BOYS / J.P. HARRIS & THE TOUGH CHOICES

Wisselvallige avond americana met prima afsluiter.

27 juni 2016, Paradiso, Amsterdam
Beeld: Peter Hageman

Na een stormachtig applaus bij de opkomst is ‘All Hail’ het eerste nummer. Ruim drie minuten later klapt het bijna uitverkochte Paradiso opnieuw de handen stuk. Het is een thuiswedstrijd voor The Devil Makes Three [foto boven en links]. Zanger Pete Bernard, bassiste Lucia Turino en gitarist Cooper McBean trappen echter op de rem. Er wordt gestemd en dat duurt meer dan een minuut. ‘Black Irish’, een nummer van de langspeler Longjohns, Boots and a Belt (2003) volgt. Na het nummer wil Bernard even praten over Paradiso, de kerk waar hij graag komt. Met ‘Pray for Rain’ hort en stoot het concert voort. Het publiek wil een feestje, meezingen, de voeten mogen van de vloer, maar The Devil Makes Three last steeds een pauze in. ‘Drunken Hearted Man’ van Robert Johnson krijgt een mooie uitvoering en is een van de nummers van het later dit jaar te verschijnenRedemption & Ruin. Daarna is het weer even stil.

The Devil Makes Three debuteerde in 2002. ‘Graveyard’ is een nummer van het titelloze album. Het publiek pakt het nummer op en steunt Bernard door de tekst hartstochtelijk mee te zingen. Eindelijk geeft de groep gehoor aan de wens van de zaal. ‘Old#7′ volgt waarna ‘Paul’s Song’ de temperatuur in de zaal naar grotere hoogte laat stijgen. ‘Worse or Better’ stookt het vuurtje nog wat op. The Devil Makes Three trapt de duivel op de staart en piekt in hoog tempo met vier nummers zonder pauze. ‘Do Wrong Right’, het titelnummer van het gelijknamige album uit 2009, sluit het concert af.

De zaal is niet content, wil meer en vooral veel duivelse countryfolk. The Devil Makes Three komt onder groot applaus terug en speelt ‘St. James’ (2006). Het trio maakt het zich gemakkelijk en speelt slechts één nummer. Voor de teleurgestelde fans is er de kater. Het is onbegrijpelijk dat het concert geen groots en zinderend feest wordt. The Devil Makes Three heeft fantastische nummers, maar speelt vanavond wat roestig en is dodelijk saai in de pauzes.

Hackensaw Boys [foto hierboven] is eerder het voorprogramma. Charismo is het dit jaar verschenen album en wordt grotendeels gespeeld. De vijf leden van de groep uit Charlottesville Virginia genieten van de muziek, de plek om te spelen en het publiek. Er is bier en water op het podium en voldoende bier in de zaal. Fans zingen ‘The Sweet’ en ‘Worlds Upside Down’ uit volle borst mee. Hackensaw Boys zouden elke straathoek in Nederland plat spelen. Veel passanten zouden de portemonnee met een glimlach leegschudden.

In de kleine zaal wacht, na The Devil Makes Three, een verrassing. J.P. Harris & the Tough Choices [foto hierboven] spelen een uitgelezen keuze uit de twee verschenen langspelers. Harris speelt opzwepende countryrock met een flinke scheut americana. Na weer een pakkend nummer bedankt hij vriendelijk, is er interactie met de vollopende bovenzaal, zet een muzikant een intro in en wordt er een volgend nummer gespeeld. Het plezier spat van het podium en het publiek betaalt terug met vrolijk klaterend applaus. J.P. Harris is de prettige toegift van een wisselvallige avond.

DAMIEN JURADO & BIRD ON A WIRE

Americana vanuit intieme huiskamer.

22 juni 2016, Tolhuistuin, Amsterdam
Beeld: Jelmer de Haas

Op het podium staan twee microfoons, drie stoelen en wat versterkers. Heather Woods Broderick en Josh Gordon installeren de apparatuur. Gordon checkt de gitaar van Damien Jurado. De twee begeleiders van de Amerikaanse singer-songwriter richten het podium in als een huiskamer.

Vijf minuten eerder heeft Bird on a Wire apparatuur van het podium verwijderd. Het Nederlandse kwartet heeft een set zachte, soms wat experimentele popmuziek gespeeld. In diverse nummers is weinig variatie en de band blijft hangen in dromerige sferen. De presentatie van de groep heeft het niveau van een schoolband die na de eindexamens optreedt. Bird on a Wire heeft met Elephantaeen leuke langspeler uitgebracht. Terechte trots op het resultaat mag tot een wat stoerder en explosiever optreden leiden.

Damien Jurado [foto’s] was eerder dit jaar met een groep muzikanten voor optredens in Europa. Bij de promotie van Visions of Us on the Land laat hij zich begeleiden door Broderick en Gordon. Het eerder dit jaar verschenen album is het laatste deel van een drieluik met een doorlopend verhaal. Jurado gebruikt zevenendertig americananummers om te vertellen over een hedendaags individu dat de maatschappij eerst verlaat en vervolgens weer terugkeert. De reis is een ontdekkingstocht naar de universele waarheden uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. OpMaraqopa (2012), Brothers and Sisters of the Eternal Sun (2014) en Visions of Us on the Land schrijft Durado teksten over idealisme en betere tijden. Het zijn nummers die de huidige misère en de zoektocht naar een betere toekomst bezingen.

Door de keuze voor twee begeleiders en de gekozen opstelling is er vanaf de eerste song sfeer en intimiteit. Zonder de strijkers en toetsen uit de studio worden de nummers nu gedragen door de stem en het gitaarspel van Jurado. De nummers zijn herkenbaar, maar er zijn ook verrassende verschillen. Op het podium worden de liedjes wat minder dichtgemusiceerd en vallen details in de teksten en de muziek meer op.

De Amerikaan begint met ‘Silver Timothy’ en ‘Silver Donna’ uit 2012. Na vier nummers en het vallen van een glas verbreekt Jurado zelf de concentratie. ʺYou don’t have to shhh. We are all relaxed and having a great time.ʺ Bij ‘Alaska’ krijgt hij de tekst van Woods Broderick. Hij grapt over zijn vergeetachtigheid en zijn nieuwe bril. De verkoper beloofde dat de bril ook bij warm en zweterig weer niet over de neus zou zakken. ʺWell, it slips down.ʺ Jurado is een begenadigd verteller en in zijn verhalen is de humor nooit ver weg. Hij relativeert graag en geniet van de lach uit de zaal. Hij legt de bril naast zijn stoel en zingt voorovergebogen de tekst.

Na twaalf nummers leggen Woods Broderick en Gordon de instrumenten neer. Jurado gaat solo verder. Zijn formidabele gitaarspel en krachtige stem vullen met gemak de zaal. ‘Kola’ is na zes liedjes een prachtig afsluiter. ʺI will remember you,ʺ is de laatste, met een snik in de stem gezongen zin.

Natuurlijk komt Jurado terug voor wat toegiften. ‘Yuma, AZ’ is de allereerste compositie van hem, ‘Ohio’ komt van Rehearsals for Departure (1999) en met ‘Museum of Flight’ grijpt de Amerikaan nog eenmaal terug naar Maraqopa. Hij sluit een overtuigend optreden af met drie nummers met een ontroerende betekenis. Het eerste liedje, het naderende afscheid van het publiek en een lied over de liefde die hij in zijn leven heeft. Jurado wil de positieve opbrengst van het in de maatschappij teruggekeerde individu graag met zijn publiek delen. In een optreden van bijna twee uur slaagt hij daar meer dan voortreffelijk in.

SUNN 0))) & THE BLACK HEART REBELLION

Centimeter voor centimeter stijgt Paradiso op.

14 juni 2016, Paradiso, Amsterdam

Beeld: Niels Vinck

Har Nevo is het tweede album van The Black Heart Rebellion. De band heeft maar liefst vier jaar gewerkt aan de langspeler. De muziek van de groep uit Gent is verwant met het werk van een band als Einstürzende Neubauten en in België wordt de groep vaak gelieerd aan Kiss the Anus of a Black Cat. Na vier nummers avontuurlijke en ingetogen rock wordt er afscheid genomen van het publiek. “Thank you, this is our last song.” Als voorprogramma van Sunn 0))) is The Black Heart Rebellion een vreemde keuze. Veel fans van de dronemetalband blijven in de hal hangen bij de tafels met merchandise. De sympathieke Belgen spelen tot november op veel plekken in de Benelux en verdienen publiek met aandacht.

Tien minuten voor het optreden van Sunn 0))) [foto’s] beginnen op het podium en op twee plekken in de zaal rookmachines te blazen. In de schemerige zaal wordt het grijs en zijn slechts de cijfers op de pinautomaten nog te lezen. Zanger Attila Csihar schuifelt in een pij naar de microfoon en begint a capella te zingen. Zijn stem is hard en zuiver. Het publiek is binnen dertig seconden stil. In klanken van onbekende betekenis begint Csihar een verhaal te vertellen. Na ruim zes minuten gezang dat bijna kerkelijk klinkt, verschijnen drie muzikanten, eveneens gekleed pijen, op het podium. Toetsen en gitaren brengen het geluid op gang. De harde drone metal is direct voelbaar in het lichaam van elke bezoeker, hamert acuut op de trommelvliezen en trekt door de ledematen naar het hart en het hoofd. Fans sluiten de ogen en laten zich meevoeren.

Paradiso trilt, schudt en is het eigendom van vier muzikanten uit Seattle. De bezoekers gaan mee in een verhaal met onbekende woorden. Zinnen en klanken teisteren de trommelvliezen en nestelen in de buiken van veel fans. Er is geen communicatie tussen de groep en het publiek, de bezoekers mogen slechts volgen. Sunn 0))) schudt elke steen van de muziektempel los en onderzoekt de kracht van de fundamenten. De pijlers verliezen de grip op de plek. Stenen rammelen onhoorbaar, slechts de toetsen, de gitaren en de stem zijn hoorbaar. Centimeter voor centimeter stijgt Paradiso op.

Op het internet zijn setlisten van Sunn 0))) te vinden waarbij slechts staat vermeld dat er een ‘new song’ van één uur, 57 minuten en twaalf seconden werd gespeeld. In Paradiso brengt de groep de gespeelde compositie met een toost naar het publiek naar een einde. Het verhaal is langer dan negentig minuten (één uur, 33 minuten en 33 seconden). Op het podium vallen de bandleden elkaar in de armen. In de zaal antwoorden fans door de handen in de lucht te steken of te applaudisseren. Het verhaal met de onbekende woorden en snoeiharde klanken heeft een happy end.

Een volledig in het zwart gestoken bezoekster opent haar ogen. “Nee, het is niet religieus en het is niet seksueel. Het gebeurt in mijn buik. Al die tijd”, zegt ze tegen niemand in het bijzonder. Buiten Paradiso staan mensen op het trottoir. De geluiden van de trams, de auto’s en het andere verkeer zijn nauwelijks te horen. Er klinkt vooral stilte.

Public Enemy & Def P.

‘Fight the Power’ na een lange aanloop en met de nodige pauzes.

13 juni 2016, Paradiso, Amsterdam
Beeld: Niels Vinck

Def P [bovenste foto] is op de fiets naar Paradiso gekomen. Na bijna dertig jaar op de podia speelt de rapper een thuiswedstrijd en opent hij voor ‘de helden Public Enemy’. Hij speelt nummers uit een lange carrière, waarbij natuurlijk ‘Straathumor’ en ‘Origineel Amsterdams’ langskomen. “Dit is een nieuw nummertje. ‘Lukraak’ zal in de toekomst vast op YouTube te zien zijn”, zo vertelt hij. Def P haalt herinneringen op: “In de vorige eeuw werd er nog geblowd bij concerten, maar ik wil jullie niet aanzetten tot illegale dingen.” Het nummer ‘Steek ‘m Op’ krijgt een prima uitvoering, maar krijgt geen navolging. Anno 2016 is Def P een keurige rapper.

Het concert van Public Enemy [overige foto’s ] begint als een voorstelling van een amateurtoneelgezelschap: twee mannen in militair tenue stappen het toneel op, maken amateuristische danspasjes, stralen geen enkel gezag uit en worden opgevolgd door drie rappers. Twee medewerkers met camera’s leggen intussen alles vast en een dj neemt plaats achter de draaitafels. Drie songs verder hebben de rappers elk een nummer gedaan en is Public Enemy inmiddels een keer of twintig aangekondigd.

Voordat the legends op het podium komen, is er nog het nieuws over SpitDigital. Chuck D heeft zijn medewerking toegezegd aan het digitaal verspreiden van muziek via dit nieuwe label en er volgt een korte showcase van artiesten die via SpitDigital muziek hebben uitgebracht. Militante hiphop spuit uit de boxen. “We’re getting closer!” roept daarna een van de rappers. Nog steeds wordt alles vastgelegd. Links en rechts staan de medewerkers met de handdoeken klaar. De regels van de hiphop (love) en agressie (none) worden keer op keer uitgelegd. Hiphop anno 2016 gaat om vastleggen en uitleggen!

En dan zijn daar eindelijk Chuck D en Flavor Flav. Na opener ‘Miuzi Weighs a Ton’ stelt Chuck D eerst iedereen voor: de rappers en de drummer, de dj, zijn broer, een bassist, een gitarist en twee cameramensen – alleen de medewerkers met de handdoeken worden overgeslagen. Chuck D is enkele minuten bezig met deze ronde applaus. Na het tweede nummer wil Flavor Flav aandacht en stilte: hij wil het concert opdragen aan Cassius Clay. Hij babbelt wat over zijn held en Cassius Clay krijgt een gepast applaus.

Dan gaat Public Enemy eindelijk los. ‘Welcome to the Terrordome’ schalt door de zaal en wordt vol energie gebracht. De setlist bevat een selectie hits en nummers van het in 2015 uitgebrachte Man Plans God Laughs, het laatste studioalbum van de groep. Op deze dertiende langspeler gebruikt de groep samples van grote hits. ‘Honky Tonk Rules’ (The Rolling Stones) en ‘Give Peace a Damn’ (Plastic Ono Band) zijn nu al publieksfavorieten. Na ruim negentig minuten is ‘Fight the Power’ een waardige afsluiter. Paradiso springt, transpireert en schreeuwt teksten mee.

Na dit nummer blijft Flavor Flav met DJ Rock op het podium. William Jonathan Drayton Jr. wil “a couple of minutes of my own shit” laten horen. Na een nummer tamme rock zijn talloze monden opengevallen en is er lauw applaus. In een van de drie nummers laat DJ Rock zelfs Snoop Dogg even meedoen. Flav bedankt het verbaasde publiek voor de aandacht, waarna tien vervreemdende minuten voorbij zijn.

Het optreden wordt opnieuw afgesloten door Public Enemy, de posse van SpitDigital, de militairen en de verdere aanwezigen. ‘Shut ‘Em Down’ is het laatste nummer. De band neemt afscheid van het publiek en het publiek bedankt de band. De aanloop was stroef, maar Public Enemy is dertig jaren jong en nog lang niet versleten.

Autolux

Laat, lauw en lang.

07 juni 2016, Paradiso, Amsterdam

Vlak voor aanvang van het concert draait het busje van Autolux de parkeerstrook naast Paradiso op. Er wordt een grote hoeveelheid apparatuur op het trottoir gezet en langslopende toeristen helpen met sjouwen. “Het wordt wel een kwartiertje later”, verzucht een van de portiers. Het publiek bezet de stoelen op de eerste ring van de grote zaal en wacht gelaten. Vanuit een andere ruimte is de groep te horen, het klinkt als een eindeloze soundcheck. Twee uur later gaan de deuren van de bovenzaal open. Bij de mengtafel soldeert een technicus de laatste losse draadjes.

Autolux stond in 2001 voor het eerst op het podium. Het Amerikaanse trio mengt postpunk, elektronica, krautrock en droompop. In 2004 verscheen debuut Future Perfect. Voor Transit Transitdeed het drietal in 2010 voor het eerst Nederland aan. Voor de promotie van het recente Pussy’s Dead is de groep met grote vertraging aangekomen vanuit Parijs.

Opener ‘Brainwasher’ is afkomstig van het laatste album. De groep klinkt nog wat onwennig, gitarist Greg Edwards draait continu aan knoppen van de apparatuur die op de grond staat en oogt ontevreden. Carla Azar zit wat ongemakkelijk achter haar drumstel. In ‘Plantlife’ zingt ze onzeker en niet zuiver. Haar aandacht gaat vooral uit naar haar drumpartijen en ze heeft geen contact met de andere bandleden en het publiek. Bassist Eugene Goreshter oogt opgewekt en probeert de groep en de bezoekers bij elkaar te brengen. Hij lijkt als enige de juiste versnelling te kunnen vinden, maar strijdt voorlopig een eenzaam gevecht om het optreden op gang te trekken. Als enige maakt hij excuses voor het lange wachten en prijst Paradiso als zijn favoriete zaal.

Autolux speelt vooral nummers van de laatste release. Als iemand in de zaal roept om ‘Becker’, het afsluitende track van Pussy’s Dead verontschuldigt Goreshter zich. Het nummer staat nog niet op de speellijst van de groep. Opvallend is dat de bassist de vraag met een glimlach ontvangt, terwijl Edwards zich wegdraait. Pas in ‘Subzerofun’ (2004) lijkt de gitarist zich wat beter thuis te voelen op het podium. Tijdens de vijf minuten van het afsluitende nummer gaan de handen van het publiek omhoog, wordt er meegeklapt en is er sfeer in volle bovenzaal. Edwards loopt echter voor het einde van het nummer zonder een groet van het podium. Het applaus na de reguliere set is terecht lauw.

Autolux lijkt zich met de toegiften te willen verontschuldigen voor het povere optreden. Goreshter maakt een opmerking over de aanwezigen die morgen naar school moeten en zet ‘Anonymous’ in. Opnieuw klinkt de stem van Azar mager en onzuiver. ‘Turnstile Blues’ is daarna eindelijk een overtuigend nummertje krautrock, waarna ‘Reappearing’ het optreden afsluit. Bij het outro blijft alleen de bassist op het podium. Hij bindt zijn instrument in wat draad en overhandigt het aan bezoekers in de voorste rijen. Mensen grijpen naar de hals van de bas en zetten hun vingers op de snaren. De muziek klinkt rauw, onaf en chaotisch. Het is een symbolisch einde voor een vervreemdend optreden.

De roadie loopt het podium op en drukt de versterkers uit. De basgitaar staat in een hoek. De meeste bezoekers zijn al onderweg naar de buitendeur.

Foto van bg5000 uit september 2009

Melvins & Ed Rock

Compromisloos scheuren en schaven.

06 juni 2016, Paradiso, Amsterdam
Beeld: Niels Vinck

Ed Rock sloopt met harde rockmuziek wat draaitafels voor het optreden van Melvins. Masters of Reality, Monster Magnet en Aphrodite’s Child komen langs op vinyl. Binnenkomende bezoekers maken een praatje met de sympathieke dj. Zomerse korte broeken en opvallend luchtige T-shirts passen niet bij een concert van Melvins, de Amerikaanse meesters van de beukende gitaren en de donderende drums. De meeste bezoekers gaan gekleed in zwarte, rafelige kleding en hoge, stevige schoenen. Buzz Osborne betreedt het podium in een jurk. De gitarist is de koningin van het feestje. Voor het optreden van Melvins is ‘The Star-Spangled Banner’ te horen. Het Amerikaanse volkslied giert in de versie van Jimi Hendrix door de zaal. Op het balkon gaan bezoekers staan en leggen de hand op het hart.

Buzz Osborne stond in 1983 aan de wieg van Melvins [foto’s]. Vanaf de eerste optredens en de vroegste opnames was de muziek zwaar, traag en overdonderend hard. Op geen enkel moment was er oog – en oor – voor de commerciële kant van het maken van muziek. Na een carrière van 33 jaren ligt Basses Loaded in de winkels. Alle basgitaristen die lid zijn geweest van de groep hebben bijgedragen. Jared Warren, Jeff Pinkus, Trevor Dunn, Dale Crover en huidige bassist Steven McDonald speelden nummers in. Krist Novoselic heeft een bescheiden gastrol. Een interessante release van de groep dus, maar voor Melvins geen reden om veel van Basses Loaded te spelen. Slechts opener ‘The Decay of Lying’ staat op de setlist, de groep speelt een dwarsdoorsnede van het oeuvre. Het trio laat op dit moment graag covers horen, er komen nummers van Green River, Red Kross, Alice Cooper en Kiss langs.

Het concert opent met ‘Eye Flys’, een track uit 1987. De groep neemt de tijd voor het intro, wil even wennen aan de zaal en het publiek laten weten dat de muziek vanavond overdonderend hard, zwaar, meedogenloos en zonder enig compromis wordt. Na minutenlang scheurend en schavend zoeken is er plots het eerste couplet, de onverstaanbaar geschreeuwde tekst en de hamerende rock. Melvins zijn los en het publiek moet mee! Moeiteloos ramt de groep van de opener door naar ‘Deuce’, een nummer van Kiss. Er is geen tijd voor een praatje, een vriendelijke groet, de trommelvliezen blijven gespannen. ‘Mr. Rip Off’ is het eerste rustmoment en het is het elfde nummer op de setlist! De song van Freak Puke, het prachtig getitelde album uit 2012, geeft Osborne even de tijd om zijn toilet te maken. De handdoek gaat over het gezicht en door het omhoog piekende haar en de gitaar wordt drooggewreven. Alice Cooper krijgt met ‘Halo of Flies’ een eerbetoon, waarna de relatieve rust verdwijnt met ‘Sesame Street Meat’ (Hold It in, 2014) De rammende en raggende sludgerock trekt weer op vol volume door de zaal. Het trio bewijst opnieuw geen muziek te maken voor de fijnproever, maar een feest te zijn voor de luisteraar die gegrepen wil worden. Het is af en toe een onvoorstelbare bak herrie, maar dat pandemonium wordt met een geweldige hoeveelheid energie gebracht. En steeds is er de beukende rock waarbij honderden bezoekers in de maat naar het podium knikken. Op die momenten heeft de groep de luisteraar bij de strot.

Na twintig nummers is het mooi geweest. ‘Night Goat’ (Houdini, 1993) sluit een memorabele avond af. Basses Loaded zit in de fietstas. Het materiaal dat deels bekend was van eerder uitgebrachte ep’s kan rustig thuis beluisterd worden. Rustig?

Daniel Romano / Kacy & Clayton

Garagesmeer in plaats van countrysnik.

05 juni 2016, Paradiso, Amsterdam
Beeld: Peter Hageman

Vanuit de speakers verwarmen Franse zuchtmeisjes de grote zaal van Paradiso. Voor het podium verleidt een jonge vrouw haar vriend tot een voorzichtig dansje. Bijna verlegen betreden Kacy & Clayton [bovenste foto] het podium. Met de handen op de rug wacht Kacy Anderson op haar neef, die een gitaar omgespt. Het duo speelt klassieke country. Een nummer duurt ruim drie minuten en in elk liedje klinkt een snik. Clayton Linthicum vertelt na twee nummers een verhaal, merkt plotseling dat de zaal aandachtig luistert en is direct de draad kwijt. ʺThank you for listening to this pointless story.ʺ Anderson heeft zich die middag verbaasd over alle fietsers in de hoofdstad. ʺWhat are the laws for biking?ʺ Het Canadese duo speelt een leuke set countrynummers, houdt van een huiselijke sfeer en heeft gevoel voor humor blijkens de aankondigingen. Als voorprogramma een prima keuze.

De eerste paar platen van de jonge Canadese countryzanger Daniel Romano [overige foto’s] zijn in ons land goeddeels onopgemerkt gebleven, maar zijn derde album, Come Cry with Me (2013), kreeg de publiciteit die het verdient. Al was het alleen maar vanwege de hoes, waarop Romano afgebeeld staat als rasechte jarenzeventigcountryster, inclusief snor en bruin pak. In 2015 was If I’ve Only One Time Askin’ een mooie opvolger en de schare fans groeide. Een paar weken geleden was het de beurt aan Mosey. Romano verruilde de countryhoed voor een leren jack en nam de rockmuziek op in een garage. De Canadese frontman vond drie muzikanten, die hij The Trilliums doopte.

Op de grond naast de microfoon liggen een setlist en de teksten van twee nummers. Bij opener ‘Valerie Leon’ is meteen duidelijk dat Romano zijn gitaar willen laten janken. Het motto is rockmuziek en Romano is degene die band en publiek naar de garage loodst. Na twee nummers wordt er vanuit de zaal geroepen dat de bassist niet te horen is. Romano geniet van dit soort onverwachte incidenten. Hij slaat wat akkoorden op zijn gitaar aan, maakt wat grappen over technicus Kenny terwijl een medewerker van Paradiso het malheur met een fikse rol tape verhelpt. ‘Toulouse’ is daarna een slepende rocker, die laat horen dat de stekkers op de juiste plek zijn ingeplugd.

De muziek is rafelig en lang niet altijd subtiel. Romano heeft Mosey in zijn eentje in de studio opgenomen. Op het podium geven de drie muzikanten meer kleur aan de muziek dan Romano in zijn eentje de studio lukte. De band haalt het niveau van de studiotracks en voegt plezier, vakmanschap en hier en daar een onvolkomenheid toe. Romano is de plusfactor. Hij is goed bij stem, dirigeert de band en heeft op de juiste momenten de arrogantie van een plaatselijk talent dat musiceert in de eerder genoemde garage.

Op het podium staat geen piano. De muziek voor ‘One Hundred Regrets Avenue’ is meegenomen op tape. De muzikanten gaan van het podium en Romano zingt solo. ‘Strange Faces’ is daarna opnieuw een vuige garagetrack. Voor het outro wisselen The Trilliums van instrument en stapt Romano achter het drumstel. Vlak voor het einde van de reguliere set vertrekken de drie muzikanten opnieuw en Romano declameert een gedicht dat voor hem op de grond ligt. Uptempo rocker ‘Dead Medium’ is daarna een waardige afsluiter van een opwindend concert.

‘New Love’ en ‘I’m Gonna Teach You’ zijn prima toegiften. Het publiek heeft er na meer dan vijf kwartier nog geen genoeg van. Met Kacy & Clayton wordt ‘Sleep at the End of a Dream Team’ gespeeld, inclusief gepaste countrysnik.

The Chills

Na zesendertig jaar wat onwennig, maar zeker niet roestig.

Foto door Peter Hageman

Het vierde album Sunburnt van The Chills verscheen in 1996. Pas in 2015 bereikte opvolger Silver Bullets de winkels. De groep uit Dunedin, Nieuw-Zeeland produceerde in een carrière van ruim vijfendertig jaar vijf langspelers met alternatieve rockmuziek. Martin Phillipps is al die jaren het enige constante lid. The Chills worden menigmaal een belangrijke groep genoemd. Grote namen als REM, Mercury Rev en XTC noemen de groep als invloed. Vreemd genoeg hebben de Nieuw-Zeelanders niet of nauwelijks hits gescoord. ‘Heavenly Pop Hit’ verkocht in 1990 redelijk en haalde een bescheiden notering in de Amerikaanse lijsten. Meer dan een jaar na het verschijnen van het laatste album is de groep de plas overgestoken voor wat optredens. Elke vorm van haast is de groep vreemd.

Op 22 mei 2016 is de tour van start gegaan in New York. Op een T-shirt op de tafel in de hal van Paradiso staan acht optredens vermeld. Zeven optredens zijn in West-Europa, telkens een volgende avond in een andere hoofdstad. In de zaal in Amsterdam lopen vooral mannen van middelbare leeftijd met een biertje in de hand. Slechts een enkeling heeft zijn vriendin meegenomen. Bij opener ‘Night of the Chill Blue’ is duidelijk dat het publiek is gekomen voor een avond nostalgie. Bij aanvang knikken de hoofden, wordt er getikt met de voeten en delen van de tekst meegezongen. Het applaus na afloop is hartverwarmend.

Na ‘Kaleidoscope World’, het tweede nummer, volgt een hartelijke begroeting van Phillipps. De frontman kondigt daarna ‘Warm Waveform’ aan, terwijl violiste en gitariste Erica Scally op de setlist leest dat ‘Aurora Corona’ gespeeld zou gaan worden. Op de lijst met nummers staat vermeld op welk instrument Scally het nummer begint. Tot hilariteit van de groepsleden en het publiek moet ze veranderen van instrument. Dan ziet Phillipps zijn fout en wil toch ‘Aurora Corona’ spelen, waarna de violiste weer gitariste wordt. Het zijn van die vriendelijke fouten die een sympathieke band mag maken. The Chills zijn niet roestig, maar nog wat onwennig.

Vijftien nummers later is er bijna een uur gespeeld. ‘I Love My Leatherjacket’ wordt ingezet en de groep experimenteert in het intro. Na minder dan een minuut schakelt de groep door naar het nummer. The Chills spelen met overgave en plezier, maar verrassen geen moment. Het vijftal speelt een mooi overzicht uit een lange carrière, maar kwaliteit betekent niet dat er verrassingen te horen zullen zijn. ‘Rolling Moon’ is de eerste toegift, waarna ‘Heavenly Pop Hit’ een logische afsluiter is. Het publiek is tevreden en de groep belooft na het laatste nummer in de hal bij de merchandise te komen napraten. The Chills zijn voor een avond de ideale gastheren en gastvrouw. Het zal wel even duren voor de groep terug is op een podium in Nederland.

DMA’s

DMA’s toe aan nieuwe liedjes.

05 mei 2016, Tolhuistuin, Amsterdam
Beeld: Peter Hageman

Het is even zoeken naar de juiste woorden bij het begin van het concert. DMA’s zijn terug in de Tolhuistuin en spelen ‘Timeless’, het openingsnummer van debuut Hills End. De uitvoering is afstandelijk. Of is ingetogen een beter woord? Verveeld misschien zelfs? Zanger Johnny Took kijkt strak over de microfoon naar de muur achter in de zaal. Gitarist Matt Mason is de enige van de zes muzikanten op het podium die plezier heeft. Hij danst om zijn microfoon, maar doet dat alleen. Voor ‘Too Soon’ knikt Took tweemaal naar het publiek en dan zet de groep het nummer in. Op het podium staan zes muzikanten die geen enkel contact met elkaar hebben. De ritmesectie bestaat uit twee jongens die elkaar nauwelijks lijken te kennen. Een bassist die het woord afzijdig nieuwe betekenis wil geven en een drummer die alleen oog heeft voor de uitgedeelde klappen vormen de tandem. De bandleden kijken elkaar of het publiek geen enkele keer aan. Na drie nummers is duidelijk dat optreden voor DMA’s werk is geworden. De collega’s zijn niet vervelend, maar het werk is saai, voorspelbaar en routineus. Op een werkavond van DMA’s is het plezier ver te zoeken.

Bij het vierde nummer komt er reactie in de zaal. Het zijn de meezingende fans voor het podium, die beweging en geluid veroorzaken. Ze vermaken zich! Er wordt gedanst en vuisten gaan in de lucht. Took glimlacht bij de commotie, zoekt contact met een van de bandleden en schreeuwt iets. DMA’s komen tot leven!

In mei 2015 staan DMA’s voor het eerst in de Tolhuistuin. In Australië is er een ep uit, maar in Nederland is de groep zo goed als onbekend. Na een zeer overtuigende set op het koude buitenpodium, krijgt de groep een aantal etiketten opgeplakt. Duidelijk is dat de groep britpop maakt. Oasis, Stone Roses en Blur zijn invloeden, maar de DMA’s schrijven vooral ijzersterke eigen composities. Na het optreden zijn er wat blikjes bier en twee meisjes die een handtekening willen. De groepsleden zijn charmant, werken mee en zijn vooral verbaasd over de aandacht.

In 2016 zijn de zalen meestal uitverkocht en kennen de bezoekers Hills End. Bij ‘Lay Down’ kantelt het optreden volledig. Het publiek valt massaal in. Het plezier in de zaal slaat over naar het podium. Was er al sprake van verveling bij de bandleden, dan is dat per direct verdwenen. De lol van de bezoekers en de ijzersterke compositie zorgen voor een magistraal hoogtepunt. Na het nummer applaudisseert Took met een grote, welgemeende glimlach.

Na ‘Lay Down’ schakelt de groep even terug. ‘So We Know’ wordt alleen door Took en gitarist Tommy O’Dell gebracht en ook nu weer valt het publiek in. Took reageert ontroerd en bedankt opnieuw. Bij ‘Delete’ is de ritmesectie nog niet terug op het podium. Mason stapt het podium op en zingt mee. De volledige band maakt het nummer af.

Voor het afsluitende ‘Play it Loud’ bedankt Took het publiek. Ver voor het einde van het nummer loopt hij van het podium. De band speelt door en zorgt voor een zinderende, instrumentale finale. Dan legt de bassist zijn instrument neer en geeft de drummer een laatste klap, O’Dell is de laatste die het podium verlaat. Hij pakt zijn spullen, neemt een slok uit een openstaand biertje en loopt zonder een groet van het podium.

DMA’s komen niet terug. De meeste nummers van Hills End zijn gespeeld. Dit zijn zonder uitzondering sterke tracks en ze zorgen voor een geweldig optreden. De lichaamstaal van de Australiërs verraadt echter dat de liedjes lang genoeg gespeeld zijn. DMA’s hebben het enthousiasme van het publiek nodig om optredens de moeite waard te maken. In plaats van de podia van diverse festivals komende zomer, zou de groep een studio moeten opzoeken om nieuwe nummers op te nemen.