Archive for 30 januari, 2017

zZz – Melkweg, Amsterdam

Repeterende beats voor een stil publiek

zzz1-1216

Onder de vlag Support your local heroes! staan tijdens het festival Helemaal Melkweg op alle podia lokale artiesten. Het is een avond met een brede programmering. De rap van Diggy Dex, de reggae van Splendid en de pogorock van zZz staan samen op het affiche. Howard Komproe komt Hiphop Lulverhalen vertellen, 3FM Serious Talent Rondé beklimt de planken in De Max. Het  debuut van de groep verschijnt in 2017, maar hitje ‘Run’ is bekend genoeg om de zaal redelijk vol te krijgen. De bezoekers in de diverse zalen zijn veelal zwaaiende vrienden, onwennig rondlopende ouders en bekenden. Gezinnen sjouwen met elkaar van optreden naar filmprojectie. Op de trappen wordt het programma bekeken en social media worden volgestort met snel genomen foto’s.

Iets voor 22.00 uur stappen in de Rabozaal roadies het podium op. zZz is de groep van organist Daan Schinkel en drummer Björn Ottenheim. De apparatuur wordt de planken op gesjouwd, de pluggen worden in de juiste poorten gestoken en de soundcheck kan beginnen. “Check, check, Jack, Jack, Jack Jersey”, roept Ottenheim in de microfoon. Schinkel groet intussen wat bekenden. In de hoek hangt een beveiliger. Hij kijkt verbaasd naar de plukjes fans. Er zijn maximaal twintig mensen aanwezig. Het personeel achter de bar staat al minutenlang in de startblokken. Vlak voor het optreden is de apparatuur in orde en de vloer leeg. De zaal mag vollopen. En dat is bij Helemaal Melkweg lastig te programmeren.

zZz is bekend geworden met bezwerende, hallucinerende orgelrock. Het duo heeft drie albums uitgebracht. In een persbericht van de Melkweg is te lezen: “Van de catwalks in Parijs tot raves in Moskou en een sexy mayo reclame in Japan. Muzikaal in te categoriseren tussen The Doors en een moderne versie van Suicide.” Verder rept het schijven over het “in vervoering brengen van publiek met massief geluid en een brute live performance”.

zzz4-hageman-1216

Ottenheim roept bij de aanvang van het optreden vragend of iedereen er is.  zZz begint overdonderend met ‘House of Sin’, een nummer van het debuut Sound of zZz (2005). De Rabozaal is allesbehalve een huis van zonde, maar het is een spijkerharde opener. ‘Ecstasy’ is afkomstig van dezelfde plaat en lijkt een knipoog naar het stille publiek. Er valt her en der een mond open, maar er is nog weinig tot geen beweging. De aanwezige bezoekers staan verzameld voor het podium. ‘Watch Your Back Girl’ is van langspeler Juggernaut (2015). Twee heren krijgen het op hun heupen. Er wordt gerend, gedanst en vooral gelachen. Aan de zijlijn pakken twee vrouwelijke fans elkaar vast. Het is het begin van een wilde en fascinerende pogodans.

zZz speelt hard en in hoog tempo. De voordelen van een groep met alleen een drumstel en een orgel zijn legio. Er zijn bijvoorbeeld geen pauzes nodig om te stemmen. Het publiek krijgt van de local heroes geen moment rust. Daarnaast zijn de teksten van zZz in veel van de nummers nogal eenvoudig. De eerste zinnen worden vaak twee of drie keer herhaald en soms is er een refrein. Gemakkelijk om mee te zingen en zelfs bij een eerste beluistering kan de bezoeker invallen. Na 35 minuten zet de groep ‘Juggernaut’ in. Het instrumentale nummer is een typerend voorbeeld van de verslavende beat van de groep. Bezoekers van een concert van zZz  zouden het hoofd kunnen verliezen in de repeterende muziek. Vanavond is dat niet het geval. De groep rekt het nummer tot een bijna tien minuten durende bezwerende dans, maar het overgrote deel van het publiek kijkt naar zZz en beweegt niet. Halverwege het concert staat er een kleine honderd man te luisteren.

zzz1-hageman-1216

Dertig seconden na het optreden is de zaal zo goed als leeggelopen. Het duo mag een toegift spelen. Ottenheim probeert Schinkel nog te verleiden tot een tweede nummer, maar de organist groet de achtergebleven vrienden en familie. Het is mooi geweest.

De beveiliger is halverwege het concert naar het podium geschuifeld. Hij kijkt verbaasd achterom. De vloer is leeg.

Beeld: Peter Hageman

Rats on Rafts De Kift – Tolhuistuin, Amsterdam

Rafelige gitaarrock en dorpskapelpunk op één podium

ratsonraftsthekift-1216

De plakdagen van De Kift zijn bekend in Koog aan de Zaan en omgeving. Ook vanuit de rest van Nederland komen vrijwilligers naar de Lagendijk om de groep te helpen met het in elkaar zetten van de releases. Wim ter Weele van De Kift is verantwoordelijk voor de vormgeving, de materialen en de uitleg. Er is tijd voor koffie, thee en een lunch. Via berichten op social media worden vrijwilligers gevraagd plek te maken in de agenda.

De stap van een plakdag naar de tafel met merchandise bij een concert van de groep is niet heel groot. Voor het optreden van De Kift en Rats on Rafts in Tolhuistuin was er de vraag een avondje te helpen. Een mooie gelegenheid voor Make A Fuzz om een blik achter de schermen te werpen.

Voor het concert eten de vrijwilligers een hapje mee. Om 19.00 uur gaan De Kift en Rats on Rafts aan tafel. Voor de mensen van het geluid, het licht en de merchandise is er plek. Geluidsman Chris vertelt over de laatste tour van Rats on Rafts met optredens in Spanje en Ierland. Hij is naast de geluidsman van de groep ook de chauffeur en de eigenaar van de bus waar de groep mee reist. “Het geluid van de groep is hard”, vertelt hij. “De Kift heeft een eigen geluidsman en dus draaien we met twee man aan de knoppen. De sound van De Kift is iets zachter, iets minder rafelig. Bij elk optreden komt het goed.”

Rats on Rafts en De Kift is stedelijke postrock versus Zaanse punk; schurende gitaren versus blazers; urgentie vanuit Rotterdam versus organisch en recht voor de raap uit Koog aan de Zaan. Marco Heijne van De Kift vertelt over de samenwerking. “We kennen de Rats al een paar jaar. Op Metropolis hebben we ooit een gezamenlijk optreden gedaan. Vervolgens hebben we een aantal keren samen gespeeld. Na het laatste optreden concludeerden we dat het jammer zou zijn om te stoppen. En dus hebben we de gezamenlijke plaat Rats on Rafts / De Kift gemaakt in De Kade in Zaandam. Geheel volgens hun visie is alles helemaal analoog opgenomen, gemixt en gemasterd.”

Na de maaltijd is het tijd voor de merchandise. Wim ter Weele heeft twee tafels opgezet en een flightcase met releases neergezet. Vrijwilligster Wieke heeft ervaring opgedaan bij een optreden in Patronaat en neemt het initiatief bij het inrichten van de tafel. De medewerkers van Rats on Rafts richten de eigen tafel in en hangen T-shirts in de gordijnen. De lp’s en cd’s van Rats on Rafts / De Kift komen op beide tafels te liggen.

Voor het podium staat een eerste fotograaf. Hij vertelt voor een landelijk maandblad te komen, maar de journalist is ziek. Hij belt met de redactie en besluit te blijven. “Pas als er foto’s in het blad worden geplaatst, verdien ik iets. Plaatst het blad foto’s op de website, dan krijg ik niet betaald. Ze putten uit een reservoir van mensen die denken met fotograferen een carrière te kunnen maken. Ja, het is kommer en kwel in bladenland.” De Nederlandse muziekwereld draait voor een groot deel op vrijwilligers. Plakken voor De Kift is vrijwillig, schrijven voor Make A Fuzz is vrijwillig en een tafel met releases van De Kift beheren is vrijwillig. En al dat werk is vooral leuk!

Iets na 20.30 uur stappen Rats on Rafts het podium op. De Tolhuistuin is goed gevuld. Ze spelen twee songs. Op de speellijst staat eenvoudig RoR. De groep heeft vorm en zelfvertrouwen.

Bij het optreden zullen de groepen samen de nummers van Rats on Rafts / De Kift spelen, de release die na repetities, een aantal dagen in de studio en wat plakdagen het levenslicht zag. Bij het tweede nummer van Rats on Rafts schuifelen de leden van De Kift het podium op. ‘Melk en Benzine’ is de geweldige gezamenlijke opener. Wim ter Weele zingt: ʺAls ik het kleinste verdachte tikje hoor / Of er ook maar iets begint aan te lopen in het mechaniek /  Voel ik het zonder van mijn plaats te komen. / […] Als het moet vind ik het mankement met mijn lippen. / […] Lik het schoon, blaas het uit en smeer het dicht met mijn bloed.” En dan schakelen beide groepen over naar een hogere versnelling. Zanger Ferry Heijne (De Kift) neemt de vocalen over. Alles klopt op het podium en de energie spat ervan af. Blazers, drums, gitaren, steeldrums en vocalen vinden een plek binnen de rafelige gitaarrock van Rats on Rafts en de dorpskapelpunk van De Kift.

Bij de merchandisetafel is het rustig. De ervaringen van de mensen van Rats on Rafts en De Kift zijn uitgewisseld. Met grote regelmaat vertrekt een van de vrijwilligers naar de zaal om een nummer van het concert te kijken. ‘Meggy’ is de laatste toegift. De groepen krijgen een welgemeend applaus. Direct na het optreden is het druk voor de tafels. Veel mensen willen de laatste release mee naar huis nemen. Er is ook alle tijd voor verhalen. Er is vraag naar releases die niet op de tafel liggen. “Waar is Bidonville? Mijn moeder heeft alleen dat album niet, dus is het mijn ideale kerstcadeau.” Daarnaast zijn er de verhalen van mensen die ook geplakt hebben, merchandise hebben verkocht of gewoon al jaren naar de concerten komen. De tafel is winkel en biechtstoel tegelijk. De verhalen over het optreden in Tolhuistuin zijn alleen maar positief. “Energiek” en “goed gekozen nummers” en “vullen elkaar ideaal aan”. De fans wachten geduldig op hun beurt om iets aan te schaffen.

Op het podium is een van de speellijsten achtergebleven. Het papier is met enige voorzichtigheid los te scheuren. Gitarist Arnoud Verheul van Rats on Rafts krast met pen een groet voor Make A Fuzz op de lijst. Wim ter Weele zet de punt op de i. Met zwarte stift groet hij de lezer van de site.

img006

De merchandise mag worden ingepakt. De kassa gaat dicht. De cd’s, lp’s, singles en posters gaan terug in de flightcase. De twee tafelbladen vormen samen een kist op twee wielen. Door de zaal worden de spullen naar de lift gereden. Een warme hand als afscheid en de nacht wacht. Een gedeelde maaltijd, een geweldig optreden, alleen maar leuke bezoekers en een paar uur vrijwilligerswerk zijn achter de rug. Rats on Rafts / De Kift is een unieke combinatie; de merchandisetafel is bij het optreden een prima plek.

Twee dagen na het concert is er nog geen foto van de fotograaf op de site van het maandblad geplaatst. Het zou goed zijn als er in de editie van januari een prachtige foto van een van de leukste concerten van 2016 zou worden geplaatst.

Beeld: Jaks Schuit

Indian Askin – Oedipus Brouwerij, Amsterdam

Indian Askin komt lallend tot stilstand

indianaskin-1216

Voorprogramma The Mighty Breaks is een groep uit Den Haag. Volgens hun bio bestaat de groep uit vier leden, op recente foto’s zijn zes bandleden te tellen. Op het podium in Oedipus Brouwerij begint de groep met vijf muzikanten, maar sluit de saxofonist al snel aan. Zes muzikanten dus uiteindelijk. De groep maakt met opener ‘Too Young’ lekker klinkende britrock. Op de setlist staan slechts afkortingen van titels. ‘Tickles’, ‘Kill U’, ‘Teen’ en ‘DOOM’ staan voor langere titels die mogelijk in 2017 op een eerste album zullen staan.

In Oedipus vliegen vier of vijf puntige nummers voorbij. En dan valt het wat stil. ‘YMCA’, een “best wel nieuw nummer”, aldus de groep, eindigt in een onduidelijke explosie van gitaargeweld. De aankondiging van laatste nummer ‘Doom’ blijft bij wat onduidelijk gemompel in de microfoon. ‘Doom’ is een song met weinig richting. Het optreden van The Mighty Breaks is in een vloek en een zucht voorbij. De groep speelt negen nummers in veel minder dan dertig minuten. Wat rest is verbazing over de amateuristische presentatie en het tekort aan plezier bij de groepsleden.

Bijna alle apparatuur moet daarna van het podium. Via een kleine trap wordt alles weggesjouwd. Speakers, gitaren en delen van het drumstel gaan door het publiek naar een ruimte aan de zijkant. Oedipus is een zaal waar het voor muzikanten wat behelpen is. De sfeer wordt er bepaald niet minder om. Iedereen maakt ruimte en helpt. Indian Askin doet een groepshug naast het podium. Vier muzikanten komen op. Vanaf de eerste seconden staat er een band die ervaren klinkt, hecht is en een gezonde portie arrogantie uitstraalt. Drummer Ferry Kunst trekt binnen vijftien minuten zijn T-shirt uit. Het is niet warm in de zaal, maar drummers willen vaak van hun T-shirt af. De belangrijkste taak van de roadie, zo is na drie nummers duidelijk, is het brengen van flesjes bier naar de bandleden. ‘Asshole Down’ en ‘Sexy Pants’ van debuutalbum Sea of Ethanol worden met overtuiging gespeeld. De grappen met een toeschouwer over het al dan niet spelen van ‘Candles’ zijn flauw, maar houden het optreden niet echt op.

Indian Askin is als geen andere band in staat om een nummer opwindend te laten klinken. Het is alsof de groep het nummer gisteren heeft geschreven en het met het nodige lef vanavond op het podium debuteert. In ‘Pardon Me’ vindt de groep de juiste versnelling. Chino Ayala soleert en Kunst hakt het nummer in hapklare brokken. Bert van der Elst twijfelt tussen de toetsen van de synthesizer en de snaren van zijn gitaar, maar vindt op de juiste momenten het goede instrument. Bassiste Jasja Offermans bast een superieure partij als fundament voor de gekte om haar heen. De slecht geacteerde aangeschoten aankondiging “het volgende nummer, anyways” door Ayala is flauw en zouteloos, maar de groep speelt direct daarna wel een prima uitvoering van ‘Answer’. Bij Indian Askin wisselen flauwiteiten en sterk spel elkaar af.

De groep gaat voor de toegiften niet van het podium af. Een wandeling door het publiek naar een ruimte die nauwelijks de naam kleedkamer verdient is voor de groep geen optie. In de laatste nummers van het optreden raakt Indian Askin de weg volledig kwijt. ‘Jingle Bells’ is een schreeuwerig en vals intermezzo in een van de nummers. ‘Drinkin”, de single die in wit vinyl op de tafel met merchandise ligt, krijgt een lallende aankondiging. Tijdens het nummer wordt duidelijk dat Indian Askin ergens tijdens het optreden uit elkaar gevallen is. Er staat geen groep meer op of voor het podium. Er staan talentvolle muzikanten met een overdosis alcohol in hun lichaam herrie te maken.

Indian Askin is muzikaal een fantastische groep met een vervelende en amateuristische presentatie.  Misschien zou de wat vermoeid ogende groep niet in een brouwerij moeten optreden. Het zou ook zomaar kunnen dat de groep is uitgekeken op de nummers, die in een aantal gevallen al jaren en jaren worden gespeeld.

Beeld: Jaks Schuit

Spasmodique – Paradiso, Amsterdam

Trots van Rotterdam glorieert in Amsterdam

spasmodique-1216

Vlak voor het optreden staan de vier leden van Spasmodique aan de zijkant van het podium. De kleine zaal van Paradiso is redelijk gevuld. Beneden speelt The Temper Trap schraal klinkende popmuziek in een uitverkocht huis. Hier schalt Echo & The Bunnymen uit de boxen. ‘The Killing Moon’ is een gepast nummer in de amper verlichte zaal. Bassist Martin Doctors van Leeuwen checkt nog even zijn bassen. Een paar minuten later staat Spasmodique op het podium. Het publiek schuifelt naar voren. De opener ‘Dream for a Dream’ is afkomstig van het dit jaar verschenen album Six. Voorganger From Villa Delirium is een langspeler die dateert uit 2002!

Zanger Mark Ritsema kan het niet laten om even te plagen en begroet ‘020’. Spasmodique is een groep uit Rotterdam (010) en staat op een podium in Amsterdam (020). Vanavond is er echter geen sprake van strijd. Er zijn trouwe fans die al het materiaal moeiteloos meebrullen en er zijn nieuwelingen die de nummers van Six in een podiumjasje willen horen. Na het instrumentele openingsnummer is er ‘Valley Stomp’, met de donkere, zware en intense muziek en de grommende stem van Ritsema. Spasmodique is meer dan een optelsom van losse componenten. Hier speelt een collectief dat met niets ontziende rock elke zaal wil veroveren. Reinier Rietveld hakt de eerste gaten in zijn drumkits, gitarist Arjo Hijmans speelt een sterke, maar nonchalant ogende solo en bassist Martin Doctors van Leeuwen plugt alles aan elkaar. Spasmodique komt op temperatuur en neemt het publiek op sleeptouw. ‘Spiritville’ is een melodieuze rocker van Six, ‘Your Boyfriend’ is een nummer uit 1988 en ‘The River Doesn’t Know’ komt opnieuw van Six. Het is donker in de zaal en de podiumverlichting staat op standje schemer. ‘Marcus Was’ is een fel rockend nummer van North (1989) waarbij het publiek en de groep elkaar definitief vinden. De groep test de boxen en het publiek de planken.

Ritsema kondigt aan dat de groep in april 2017 een album zal uitbrengen met livemuziek. Het nummer ‘Ants’ zou zomaar op dat album kunnen staan. Voor het podium staan fans die de tekst woord voor woord meezingen. De zaal is intussen overal in beweging.

Eerder dit jaar verscheen All and More, een verzamelbox met het volledige oeuvre van de groep op dertien schijfjes. Vanaf 1986 maakt Spasmodique indruk met harde muziek die de naam ‘moerasrock’ verdient. ‘Swamprock’ met donkere teksten over alledaagse gebeurtenissen. Na drie goed ontvangen albums kondigt de groep in 1992 een eerste afscheid aan. Het laatste (!) optreden in De Vlerk in Rotterdam is bij aankoop van All and More op twee dvd’s te zien. Een zin uit een recensie van het optreden: “(…) een band die op het hoogtepunt van de roem is aanbeland. Een uitverkochte zaal met een band die het duistere evangelie verkondigt voor eenieder die het wil horen.”

Spasmodique dendert intussen in hoog  tempo door. Er zijn geen pauzes en nauwelijks woorden voor het publiek: het draait om de muziek. ‘Waving to a Shadow’ is een nummer van Haven (1990), misschien wel de bekendste cd van de groep. Zo rockt de groep door de jaren van een intussen lange carrière. ‘Split Up’ en ‘Savanah Sweetheart’ zijn nummers die verwijzen naar de cd die gaat verschijnen en staan niet op Six. “Amsterdam, het was fijn. Goed dat jullie er waren”, roept Ritsema na ruim een uur spelen. Natuurlijk komt de groep terug voor toegiften. Vooral ‘You’ll Be Mine’ krijgt een klasse uitvoering. Het nummer wordt langzaam opgebouwd. Met het meezingende publiek werkt de groep naar een climax. Minutenlang wordt er naar een fantastische en vooral duivelse apotheose gemusiceerd. De ontlading voor de groep en het publiek in de donker gebleven zaal is groots.

Een van de beste Nederlandse podiumgroepen is terug. Six is een van de sterkste vaderlandse producties van 2016. De groep zou in 2017 zomaar Seven mogen uitbrengen, maar maakt een andere keuze. De livelangspeler is een pas op de plaats en zal vanaf een podium een overzicht van de geschiedenis van de groep zijn. Het betekent in ieder geval dat Spasmodique voorlopig geen afscheid zal nemen. En dat is goed nieuws.

Foto van de duisternis: Jaks Schuit

Preoccupations – Tolhuistuin, Amsterdam

Ongeïnspireerde herhaling van zetten

preoccupations-1116

Preoccupations is een viertal muzikanten uit Canada. Eerdere groepsnaam Viet Cong kon vooral in Amerika op veel kritiek rekenen en na een debuutcassette en een succesvol album werd besloten de naam te veranderen. Bij optredens worden zowel de nummers van Viet Cong en van de eerste plaat onder de nieuwe naam, het gelijknamige Preoccupations, gespeeld.

Joyfultalk is een voor velen onbekend duo uit Canada en verzorgt het voorprogramma. Jay Crocker en Dice Parks schuifelen het donkere podium op. Na veertig seconden ontstaat er iets dat lijkt op een soundscape. Het geluid is onnavolgbaar. De twee toetsenisten harken, toveren, slepen, graven en musiceren klanken uit hun synthesizers, die bij momenten verleiden, maar veelal blijven steken in aanzetten tot klanktapijten. Er bewegen twee hoofden in de Tolhuistuin: die van Crocker en die van Parks. Het is volkomen onduidelijk of Joyfultalk één compositie speelt of drie nummers aan elkaar musiceert. Na twintig minuten is er een aan- en een afkondiging. “We are Joyfultalk en we’ll play some more songs. This is our last gig.” Na drie weken in het voorprogramma van Preoccupations te hebben gespeeld, zal het duo na vanavond het vliegtuig pakken. Vijftien minuten later is het optreden afgelopen. De reis naar huis lijkt een verstandige beslissing. Het optreden van Joyfultalk is voor de meeste toeschouwers bepaald geen pretje om naar te luisteren.

Matt Flegel en Mike Wallace speelden aanvankelijk in postpunkgroep Women. Een journalist omschreef de muziek als volgt: “Women speelt zonnige Beach Boys popmuziek, die in een verkeerd en donker steegje ernstig toegetakeld is.” Daniel Christiansen en Scott Munro sloten aan om Viet Cong te vormen. Deze groep speelde in diezelfde steeg, net als Preoccupations nu doet. Er wordt lo-fi postrockmuziek gemaakt, waarbij  de urgentie uit de speakers knalt.

Het album Preoccupations (2016) werd met gematigd enthousiasme ontvangen. De negen composities liggen volgens de criticasters te veel in het verlengde van de releases van Viet Cong. ‘Anxiety’ is het openingsnummer van de langspeler en krijgt op de bühne een wat trage uitvoering. Het zou de opmaat naar een boeiend concert kunnen zijn. Vervolgens worden ‘Silhouettes’ en ‘March of Progress’ gespeeld. Opvallend is vooral dat de groep experimenteert met het intro en het outro van elk nummer. Er is alleen aan het begin en aan het einde van elke song sprake van een beetje avontuur. In ‘Memory’ breekt Daniel Christiansen een snaar van zijn gitaar. Met het grootste gemak dirigeert de groep naar een vroegtijdig einde en wisselt Christiansen van gitaar. ‘Continental Shelf’, het hitje van Viet Cong, krijgt daarna een wat lompe en vooral korte uitvoering.

Het wordt duidelijk dat het Preoccupations op het podium aan energie ontbreekt. De band is al maanden onderweg – Viet Cong toerde ook eindeloos en onderbrak het reizen alleen voor tijd in de studio. Op het podium oogt het viertal als een kopie van Viet Cong, maar is het in feite niet veel meer dan een vermoeide herhaling. Een oud nummer als ‘Select Your Drone’ klinkt platgetreden. De groep is daarbij niet in staat om de nieuwe nummers fris en urgent te laten klinken.

In afsluiter ‘Death’ verandert de zang van Matt Flegel in geschreeuw. Onverstaanbaar worden de woorden de microfoon in gespuugd. Natuurlijk wordt er minutenlang verlengd. Het viertal ramt (nou, ja!), raast (enigszins!) en raust (het laatste beetje energie?) door het outro van het nummer. De bezoekers kijken naar een wat ongeïnspireerde herhaling van bekende zetten. Preoccupations wil elk concert in chaos beëindigen. In de Tolhuistuin is de chaos zonder energie en matig gedirigeerd. De technicus achter de knoppen zet na de laatste tonen het licht en de muziek aan. Een slechte discoversie van ‘Funtime’ van Iggy Pop vult de zaal. Verschrikkelijk!

Beeld: Jaks Schuit

The Lemon Twigs – OT301, Amsterdam

Grote broer schittert, kleine broer moet lessen nemen (24-11-2016)

thelemontwigs-1116

Het album Do Hollywood van The Lemon Twigs ligt al een maand of drie in de winkels. De recensenten waren laaiend enthousiast en schreven de tieners Brian en Michael D’Addario de muzikale hemel in. ‘These Words’ werd als single uitgebracht en het schijfje kreeg, naast aandacht in de pers, speeltijd op de radio. Beach Boys, Beatles en zuiver gezongen koortjes figureerden in de koppen van de artikelen. Er werd geschreven over complexe rockopera’s, die in iets meer dan drie minuten worden uitgevoerd door muzikanten die van psychedelische rock moeiteloos overgaan naar gelikte, fris klinkende pop.

Fucking right bro, let’s go“, antwoordt Brian op de eerste mokerslagen die broer Michael op zijn drumstel roffelt in het Amsterdamse OT301. ‘I Wanna Proof to You’, de opener van het album, wordt ingezet en alles valt op de juiste plaats. The Lemon Twigs hebben een prima voorganger in Brian D’Addario, een perfecte tweede stem bij toetsenist Danny Ayala en een rustige fundamentbouwster in bassiste Megan Zeankowski. Michael slaat vooral heel hard. Zonder enig probleem schakelt Brian naar ‘Why Didn’t You Say That’, een nummer dat in 2017 op een nieuwe ep van de groep zal verschijnen. Het is een springerige song die niet zou misstaan op een verzamelaar van The Kinks. ‘These Words’ is daarna opnieuw een nummer van Do Hollywood.

Voor ‘Those Days Is Comin’ Soon’ stapt Michael D’Addario naar voren. Broer Brian (19 jaar) neemt de drumsticks in zijn handen. Bij ‘Baby Baby’ wordt het muzikale verval merkbaar. De jongste D’Addario (17 jaar) is een matige zanger en allesbehalve een groots gitarist. Hij slaagt er weliswaar in om zijn linkervoet tot nekhoogte omhoog te gooien, maar voor gymnastische toeren is het publiek niet gekomen.

Michael D’Addario is een muzikant die opkijkt naar muzikanten als Pete Townshend en Pete Doherty, maar qua muzikaal talent blijft steken op het bedenkelijke niveau van Sid Vicious. ‘So Fine’ is een volgend nummer van de te verschijnen ep. Er zijn geen koortjes, geen psychedelische stukken muziek, geen Brian Wilson en geen John Lennon. The Lemon Twigs zijn de tweede helft van het concert een groep met een zeer middelmatige zanger, die de weg naar de schuifdeuren zou moeten inslaan. De oudste D’Addario corrigeert zijn broer een aantal malen. Hij haalt de draad van de gitaar uit de knoop, maar heeft geen zin in een discussie over de te spelen nummers. “Right now we have an audience. We have to perform“, bijt hij broerlief toe, en hij zet nieuw nummer ‘Way My Soul’ in.

Voor de toegift blijft Megan Zeankowski in de kleedkamer. Brian D’Addario neemt plaats achter de toetsen en Michael D’Addario en Danny Ayala gebruiken samen een microfoon. Solo op toetsen speelt de oudste van de broers ‘How Lucky Am I?’ En dan zijn The Lemon Twigs nog eenmaal de groep van dat leuke album Do Hollywood. Danny Ayala is een prima muzikant met een fantastische tweede stem en Brian D’Addario is een multi-instrumentalist met een grote toekomst voor zich. Zijn broer mag terug naar huis om wat lessen te nemen. Voor Megan Zeankowski is de toekomst nog onduidelijk.

Fuzzy foto: Jaks Schuit

The Growlers – Tolhuistuin, Amsterdam (14-11-2016)

Zesentwintig nummers in dezelfde versnelling

growlers-illustr03

De dj-set voor het optreden is warrig. The Equals, Agnetha Fältskog (ABBA) en George McCray schallen door de zaal. Na ‘Rock Your Baby’ is het gefluit van het publiek zo hard, dat het in de kleedkamer hoorbaar moet zijn. “Hello, hooray, let the show begin“, gezongen door Alice Cooper, knalt uit de boxen en de zes leden van The Growlers stappen in een uitverkochte Tolhuistuin het podium op.

De groep is opgericht in 2006 in Californië en debuut Are You In or Out verscheen in 2009. Bij eerder bezoeken aan Nederland bezochten de psychedelische surfrockers nog wel eens een coffeeshop. Vanavond is de groep nuchter en lijken de Amerikanen er vanaf opener ‘Rubber & Bone’ zin in te hebben. Gekleed in driedelig pak – de vouw scherp in de broeken – schakelt de groep door naar ‘Naked Kids’ van Hung at Heart (2013). De groep oogt geconcentreerd, de koortjes zijn zuiver en er gaat geen tijd verloren met het stemmen van gitaren. Na zeven nummers gaat het jasje van zanger Brooks Nielsen uit en zet de groep ‘The Daisy Chain’ in. De toetsen van Kyle Straka rammelen en Matt Taylor speelt een lome gitaarsolo, maar de groep speelt nog steeds in een wat lage versnelling.

Vijf albums hebben The Growlers inmiddels uitgebracht. Bij City Club (2016) kroop Julian Casablancas (The Strokes) achter de knoppen. De samenwerking heeft de groep goed gedaan: de vrijblijvendheid is uit het geluid verdwenen. The Growlers waren een echte surfrockgroep, maar hebben met de hulp van Casablancas het zand van de instrumenten geblazen. Op City Club laat de groep lef horen, is er een portie grootsteedse arrogantie aanwezig en speelt de groep met tempo’s en versnellingen. Het is met afstand het beste album van de groep.

Het intro van nummer ‘City Club’ is uit duizenden herkenbaar en nodigt uit tot wat voorzichtige danspassen. Nielsen zet wat stapjes, maar doet dat solo op het podium. Er is nauwelijks contact met het publiek en nog geen dertig seconden later kopieert de groep wat routineus de versie van de plaat. Een goed nummer zal op deze manier geen hoogtepunt worden tijdens een concert. ‘Gay Thoughts’, de single uit 2013, komt voorbij en is het vijftiende nummer van het optreden. Er gaan wat vuisten de lucht in en de eerste zin wordt meegezongen, maar er wordt niet gebruld en er is geen aanzet tot een moshpit. Een fan steekt een sigaret op voor het podium en geeft deze aan Nielsen. De bezoeker krijgt een glimlach van de zanger en een vriendelijk corrigerende vermaning van een beveiliger. Passende afsluiter ‘Tell It How It Is’, het drieëntwintigste(!) nummer, wordt wat tam ten uitvoering gebracht. De groep loopt van het podium af en het publiek klapt zonder veel enthousiasme voor toegiften.

The Growlers komen terug. Straka geeft een fan zijn glas drinken. Het is de eerste spontane actie van een van de groepsleden. Na een slokje geeft de bezoekster de beker terug. ‘Blood of a Mutt’, ‘I’ll Be Around’ en ‘Going Gets Tough’ worden plichtmatig uitgevoerd. Na het laatste nummer zwaaien de muzikanten wat onhandig naar het publiek en haasten ze zich van het podium. Binnen tien seconden springen de lichten in de zaal aan.

Zesentwintig nummers van The Growlers is te veel voor een feestje. De groep overtuigt in de studio en moet nu op het podium op zoek naar de juiste versnellingen.

Beeld: Guusje Thelissen

Okkervil River

Een lastige keuze tussen Okkervil River en Will Sheff.

Tolhuistuin, 5 november 2016.

“Misschien is de band wel beter dan de bard,” merkt een fan na het optreden van Okkervil River op, “Will Sheff is een goede zanger, maar de muzikanten excelleren in bijna elk nummer. Fantastisch!”

De Amerikaanse singer-songwriter L.A. Salami legt bij optredens in Nederland steevast zijn naam uit, “it’s Lookman Adekunie Salami”. Hij speelt vooral tracks van het dit jaar verschenen debuut ‘Dancing With Bad Grammar’. Salami schrijft en speelt verhalende Americana en etaleert in korte tijd kwaliteit en charme. Het optreden begint met een korte aankondiging. “I’m gonna play some songs, I guess,” meldt hij relativerend en excuseert zich voor een recente verkoudheid. Met groot gemak blijft hij een half uur overeind en weet zelf de praters achter in de zaal stil te krijgen. L.A. Salami is een groot talent met een geweldig debuutalbum op zijn conto.

Okker Ville

Op het podium in de Tolhuistuin zijn de microfoons met rode bloemen behangen. De sfeer in de zaal is stemmig en sfeervol. Okkervil River opent met het raadselachtige ‘Okkervil River R.I.P.’, het openingsnummer van de laatste langspeler ‘Away’. Er is geen sprake van afscheid nemen, er is niemand overleden en toch die titel met het afsluitende Rest In Peace. Het nummer krijgt een overtuigend rockende uitvoering. Okkervil River is al achttien jaren en langer de groep van Will Sheff. De zanger-gitarist schrijft de nummers en voert ook het personeelsbeleid. Tijdens de huidige tournee heeft hij een groep om zich heen verzameld, die elk nummer van Okkervil River naar een hoger muzikaal niveau tilt. ‘Call Yourself Renee’ volgt en krijgt tot enthousiasme van het publiek een dynamischer uitvoering dan bekend van de plaat.

Sheff vertelde in interviews dat hij met ‘Away’ een soloplaat wilde maken, maar merkte dat er vooral nummers voor Okkervil River uit de pen vloeiden. Met die wetenschap heeft hij zijn huidige band samengesteld. Het viertal begeleiders van Sheff heeft de kwaliteiten en ideeën om meer te doen dan de songs gemakzuchtig kopiëren. Na minder dan tien minuten is duidelijk dat gitarist Will Graefe een klasbak is die elk nummer naar zijn hand kan zetten en alleen maar parels van solo’s speelt. Sarah Pedinotti is niet alleen vocaal een welkome aanvulling op het wat monotone stemgeluid van Sheff, ook op de toetsen van de synthesizer en de piano zoekt ze het avontuur. En dan staat er nog een strakke ritmesectie! In ‘Mary On A Wave’ haalt Sheff de realiteit naar de Tolhuistuin. Hij legt uit niet trots te zijn op de Amerikaanse presidentskandidaten. Het nummer krijgt een venijnige, bijna boze uitvoering.

‘For Real’ is na meer dan vijf kwartier een rockend laatste nummer. Het publiek beloont de groep met een klaterend applaus en wil nog geen afscheid nemen. In een donkere zaal is Sheff bij de eerste toegift solo op gitaar te horen. Hij zet ‘The War Criminal Rises And Speaks’ in. De bezoekers zijn even in verwarring en vinden de zanger zingend en spelend achterin de zaal. ‘Days Spent Floating (In The Half Between)’ van ‘Away’ brengt de zaal in beweging en vervoering. Afsluiter is het pompende ‘So Come Back I’m Waiting’. Okkervil River en het publiek vinden elkaar in een passende en pakkende afsluiter van een heel goed concert. “De band was beter dan de bard,” merkt een volgende fan op, “maar de bard was zeker niet slecht.”

Joseph Arthur

Memorabel optreden Joseph Arthur.

4 november 2016.

Foto’s Peter Hageman.

Het licht in de Amstelkerk gaat uit, het publiek wordt stil. Op het podium een standaard, drie gitaren, wat gitaarkisten en een tafel met een laptop. Op het verhoogde houten vloertje staat een doek met wat tekenmateriaal. Joseph Arthur komt op met zonnebril, zijn begeleider slaat een pizzadoos open met daarop een setlist gekrabbeld en zet deze tegen een standaard.

Opener ‘You Keep Hanging On’ is een nummer van het eerder dit jaar verschenen album ‘The Family’. Na een gemompelde aankondiging zet Arthur ‘Toxic Angel’ in. Voor zijn voeten staat een kleine meegenomen studio, een ritmebox met wat knoppen. Hij trommelt een ritme op zijn gitaar, maakt een loop, ramt er wat akkoorden overheen, trapt met zijn in bergschoenen gestoken voeten op wat toetsen en een nieuw fundament voor het nummer is gemaakt. Het lukt Arthur niet om in een keer het goede ritme uit de box te laten klinken. Met nonchalant gemak begint hij opnieuw.

Joseph Arthur
Joseph Arthur

Door het rommelige karakter van de uitvoeringen van de nummers, het soms wat hoge tempo van de loops, het af en toe verwarde gitaarspel en de moeite die Arthur heeft met zijn teksten is en blijft het concert chaotisch. Elk nummer krijgt een rafelrand waar menig muzikant over zou struikelen. De Amerikaan komt er mee weg. Hij vraagt om water en drinkt in een teug een flesje leeg. “That’s very punkrock, it’s all about attitude” glimlacht hij en komt niet met excuses over een te lange middag in een coffeeshop. Joseph Arthur is in the church, he is on drugs.

josepharthur-bruin69
Joseph Arthur

Halverwege het concert, ‘Almost Blue’ klinkt uit de boxen, pakt Arthur zijn viltstiften. Rappend door de microfoon tekent hij een portret van een vrouw. Gemompel, gekras en de bezoekers kijken naar een doek dat vol wordt gekliederd. De scene is ontluisterend en van een grote schoonheid. Arthur stapt daarna onvast van het podium en neemt plaats achter een vleugel. Hij haast zich door vijf nummers. Voor het applaus zoekt hij op het scherm van zijn tablet al de tekst van het volgende nummer. ‘When Doves Cry’ is een mooi eerbetoon aan Prince. Met ‘Machines Of War’ doet hij ‘The Family’ even aan. Terug op het podium besluit hij wat nummers akoestisch te spelen en gaat op de planken zitten. Onvast, opnieuw in hoog tempo en zonder de ontregelende ritmebox speelt Arthur ruim tien minuten mooie Americana.

Joseph Arthur
Joseph Arthur

Tijdens het outro van het laatste nummer dondert alles in elkaar. Arthur staat te stampen op een gitaarkist. De microfoonstandaard valt, een gitaar dondert op de grond, het tafeltje voor de laptop schuift naar de rand van het podium en Arthur is net te laat om de val te voorkomen. Met twee gitaren in zijn hand is er het plotselinge einde van de set. De begeleider probeert tijdens het applaus te redden wat nog niet gevallen is. Arthur vindt de microfoon en maakt een grap over de assistent. “Hello, I’m Bob and I found your add at the supermarket.” Ze kunnen er smakelijk om lachen.

Joseph Arthur
Joseph Arthur

Direct daarna kondigt hij de toegift aan. ‘Speed Of Light’ krijgt een versie op elektrische gitaar, waarna ‘The Ballad Of Boogie Christ’ toepasselijk is in de kerk. Het is nog niet genoeg en ‘Walk On The Wild Side’ wordt ingezet. Het nummer van Lou Reed krijgt een mooie, akoestische uitvoering. Aan het einde van de song duikt Arthur nog eenmaal naar beneden, de studio in. Hij aarzelt, drukt op wat knoppen, ramt er een paar akkoorden uit, maar stopt en sluit het nummer rustig af. Terecht eindigt het laatste nummer niet in een chaotische apotheose. De avond is memorabel genoeg.

The Mulligan Brothers.

Paradiso, 30 oktober 2016.

Plezier en vakmanschap.

 

Op de trap voor Paradiso zitten vier meisjes. Van de portier krijgen ze te horen dat ze voor de experimentele hiphop van Death Grips de pont kunnen nemen naar Amsterdam Noord. Na de vraag wie The Mulligan Brothers zijn, schudt de medewerker van de Amsterdamse poptempel zijn hoofd. Voor het antwoord is een kaartje voor de bovenzaal “de snelste weg”.

The Mulligan Brothers (foto: PrickenPics)
The Mulligan Brothers (foto: PrickenPics)

Ruim vijf minuten voor het optreden staan The Mulligan Brothers al naast het podium. Ze maken een praatje met de mensen die voor in de zaal staan. Ze komen “net uit België”, hebben als ontbijt “een pizza” gegeten en, “jawel, zeker”, ze signeren na het optreden de CD’s. De zaal is bijna helemaal gevuld als het viertal het podium oploopt. Er is een vriendelijk applaus en So Are You wordt ingezet. Vanaf de eerste tonen is duidelijk dat The Mulligan Brothers een ingespeelde machine is. De Americana klinkt ontspannen en professioneel en wordt met aandacht en allure gespeeld. De close harmony is loepzuiver en zonder zichtbare inspanning. Er is plezier op het podium en dat slaat vanaf het eerste nummer over naar de fans in de zaal.

the-mulligan-brothers-3
The Mulligan Brothers (foto: PrickenPics)

The Mulligan Brothers zijn geen broers. Melody Duncan is een violiste, Ben Leininger is een bassist die samen met drummer Greg Deluca een stevig fundament voor de composities musiceert en zanger en gitarist Ross Newell is zo’n frontman waar de lol en de kwaliteit vanaf spat. Sensible Shoes is een nummer van het titelloze debuut van de formatie en Louise is een track van het vorig jaar verschenen Via Portland. Tot groot enthousiasme van de volgelopen zaal speelt de groep zo ongeveer alle nummers van de twee langspelers. For What It’s Worth van Buffalo Springfield is vlak voor het einde van het optreden een goed gekozen cover. Het is ook het enige nog ontbrekende element in het repertoire van de groep uit Mobile, Alabama en Baton Rouge, USA. The Mulligan Brothers hebben nog geen hit die massaal kan worden meegezongen. Als een van de twee toegiften is Dead Flowers van The Rolling Stones – opnieuw – een goed gekozen nummer. Het publiek helpt de groep maar wat graag met de tekst van Mick Jagger.

Na het optreden staan de groepsleden achter de tafel met merchandise. De stapels CD’s is in een vloek en een zucht verkocht. Met plezier signeren de groepsleden het eerste deel van de setlist. Natuurlijk zijn “Holland”, “Amsterdam” en ook het publiek “awesome”. Newell vertelt dat hij heeft genoten van de mensen in de zaal. Hij is verbaasd dat het optreden meer dan negentig minuten heeft geduurd. En ja, “we spelen met hart en ziel om de fans een fantastische middag te bezorgen”. Waarvan acte.

Met uitzondering van de setlist zijn de foto’s gemaakt tijdens Ramblin’ Roots Festival in TivoliVredenburg door PrickenPicks

Setlist