MARK LANEGAN BAND

Statisch als groeiend gras.

29 juli 2016, Melkweg, Amsterdam

In de hal staan naast de tafel met merchandise een bureautje en een stoel. Een A4’tje geeft een simpele mededeling: “Mark Lanegan will sign after the show.” Tussen de T-shirts ligt een ep met zeven kerstnummers voor vijftien euro. Posters van The Spring Tour moeten tien of vijfentwintig euro opbrengen.

Mark Lanegan loopt al langer dan een mensenleven mee in de muziekwereld. Screaming Trees uit Seattle was misschien wel de beste grungeband in de jaren negentig en het schurende, donkere stemgeluid van Lanegan gaf de muziek een unieke extra lading. Na te veel drugs viel de groep uiteen. Tot verbazing van zo ongeveer iedereen in de muziekwereld ging de zanger niet ten onder aan zijn heroïnegebruik, hij kickte af en ging solo verder. Vooral de eerste langspelers – The Winding Sheet (1990) en Whiskey for the Holy Ghost (1994) – maakten indruk.

Lanegan is een veelgevraagd zanger. Hij werkte met Moby, dEUS, Soulsavers, Bomb the Bass en Creature with the Atom Brain. Verder was hij lid van Queens of the Stone Age, The Gutter Twins en The Twilight Singers.

In de Melkweg telt de groep vier muzikanten. Na wat tikken met de drumsticks is ‘Harvest Home’ van Phantom Radio (2014) onderweg en tijdens het applaus wordt ‘The Gravedigger’s Song’ ingezet. ‘No Bells on Sunday’ sluit het eerste trio nummers af. Tweemaal speelt de groep een wat langzaam rockend nummer, waarna de gashendel open gaat voor een uptempo song. Mark Lanegan en de band herhalen deze opzet een keer of vijf. De zanger staat onbewogen achter zijn microfoon en buigt af en toe het hoofd, de drummer blijft de drummer en de toetsenist gespt zo af en toe een gitaar om. De andere muzikanten staan op een eigen plek. Er is nauwelijks communicatie op het podium en er is ook geen contact met de fans in de zaal. Voorspelbaarheid is troef. Na elk nummer blijft alles bij hetzelfde. Luisteren naar de stem van Lanegan is een uniek genoegen, maar verder is het optreden statisch en na dertig minuten zo voorspelbaar als het groeien van gras. De groep speelt tracks van Phantom Radio en Blues Funeral (2012). Verder is ‘Deepest Shade’ een nummer van The Twilight Singers en ‘Black Rose Way’ is bekend van Screaming Trees.

Na zestien songs bedankt Lanegan het publiek en wandelt het podium af. Binnen zestig seconden en een mager applaus is de groep terug en, jawel, de leden nemen plaats op exact dezelfde plekken. Er worden drie nummers gespeeld, waarna Lanegan afscheid neemt met: ʺThanks very much and see you

De gitarist blijft achter op het podium. Hij deelt mee dat Mark Lanegan zo meteen naar de hal zal komen. ʺMark really wants to meet youʺ, zegt hij. Het overgrote deel van het publiek is op weg naar de garderobe of de uitgang. Het is moeilijk om te geloven dat Lanegan uitkijkt naar een ontmoeting met de fans. Logisch dus om in de hal te blijven hangen en te checken of de Amerikaan genegen is om wat selfies met bezoekers te maken. Bij de tafel mokken de fans wat ontevreden. De weg naar de uitgang is daarom gemakkelijker dan de aankoop van een gesigneerde ep met kerstnummers.

Foto uit het KindaMuzik-archief door Josselien van Eijk

LAGWAGON & USELESS ID & VERSUS THE WORLD

Lagwagon wil een koelkast op het podium.

22 juli 2016, Melkweg, Amsterdam
Beeld: Sander Rijken

Driemaal punkrockpret op een avond. Versus the World, Useless ID en Lagwagon zijn groepen die lol hebben op het podium en fans betrekken bij de feestelijkheden. Daarbij zijn zelfs The Ramones even te horen: ʺHey ho, let’s go.ʺ

De vijf leden van Versus the World[bovenste foto] komen op en nemen de tijd. Bassist Tony Caraffa gespt bijna in vertraging zijn gitaar om en drummer Mike Davenport wil zijn tatoeages tonen en doet twee minuten over het uittrekken van zijn shirt. Zanger David Spence hobbelt over het podium en excuseert zich voor overmatig drankgebruik van de vorige avond. Na uitvoerig te hebben geproost met de andere bandleden, vraagt hij de bezoekers naar voren te komen. Spence telt af, Versus the World is een feit en komt meteen op stoom. Op de planken staat een groep met potentie, lekkere punksongs en veel lol. De band heeft vorig jaar metHomesick/Roadsick het derde album uitgebracht. Onder de acht gespeelde nummers natuurlijk ‘A Love Song for Amsterdam’. Na dertig minuten sluit de groep een overtuigend optreden af.

Useless ID [foto links] timmert sinds 1994 muzikaal aan de weg. De achtste plaat, State Is Burning (2016), verscheen op Fat Wreck Chords. Na opener ‘Land of Idiocrazy’ speelt het viertal een solide set. De moshpit wil niet groter worden dan zes bezoekers, maar die hebben dan ook behoorlijk de ruimte. Direct naast die drukte staan twee blonde bezoeksters te bellen en te nippen aan hun bier. Soms is een punkconcert vooral een kijkervaring. Useless ID sluit af met ‘Blitzkrieg Bop’ van The Ramones. Het publiek wordt daarmee wakker geschud, brult mee en honderden vuisten gaan de lucht in. ʺHey, ho, let’s go.ʺ

Binnen tien minuten is het podium omgebouwd en onder groot gejuich betreedt Lagwagon[foto’s hierboven en onder] de planken. Het achtste album, Hang, verscheen in 2014. Lagwagon is graag op tournee, trekt overal volle zalen en speelt nummers van acht albums. De vijf zijn een soepel musicerende machine die grappen en onderbroekenlol niet schuwt. Dus opent bassist Joe Raposo met een sullige solo, draagt gitarist Chris Flippin een afzichtelijke oranje korte broek en wandelt zanger Joey Cape de eerste minuten wat verwonderd rond. Na de flauwe grappen is er de muziek. ‘Kids Don’t Like to Share’ is een zeer overtuigend eerste punkrocknummer. De groep schakelt meteen door naar ‘Violins’ en bij ‘Name Dropping’ krijgt het publiek gelegenheid de song vocaal in te zetten. ‘Bombs Away’ en ‘Move the Car’ vergroten het plezier en de geweldige sfeer in de zaal. Er is volop ruimte om mee te zingen, crowdsurfers worden een handje geholpen door Cape en de moshpit reikt tot ver voorbij de helft van de zaal. Het feest is compleet en de avond mag nog uren duren.

‘May 16′ is het wat plotselinge laatste nummer. Cape bedankt het ‘geweldige’ publiek, maar de groep lijkt meer zin te hebben in de drank in de kleedkamer dan in toegiften. Toch slaagt het publiek erin Lagwagon terug op het podium te krijgen. ‘After You My Friend’ en ‘Falling Apart’ leveren nog tweemaal een feestje op en dan valt definitief het doek. Lagwagon is een topgroep met heel veel goede punkrocksongs, maar een volgende keer mogen de vijf de kleedkamer meenemen naar het podium. Dan kan het feest na twintig nummers gewoon doorgaan.

Flamingods

Nu nog beter in de huiskamer.

20 juli 2016, Paradiso, Amsterdam
Beeld: Peter Hageman

Op hun Facebookpagina laten Flamingods weten trots te zijn dat ze als hoofdprogramma in Paradiso optreden. Vijftien minuten voor aanvang is de kleine bovenzaal op deze warme zomeravond zo goed als leeg. Alleen twee fotografen, vier bezoekers en een medewerker achter de tafel met merchandise zijn binnen. Als de zaal twintig minuten later wel goed gevuld is, betreden de zes muzikanten het podium.

Flamingods worden in 2009 opgericht in Bahrein. Zanger en multi-instrumentalist Kamal Rasool zoekt een aantal gelijkgestemde musici voor een muzikale mix van de oosterse en westerse wereld. Met instrumenten uit inheemse winkels vullen de leden de rock aan met invloeden uit Nepal, Thailand, Indonesië, Turkije, Japan en Tanzania. De slaapkamer van Rasool dient in de beginjaren als studio. In 2012 verschijnt Sun, de eerste langspeler.

Op het met apparatuur volgestouwde podium start de groep overdonderend. De stem van Rasool klinkt hard en scherp, terwijl de muzikanten nog op zoek moeten naar de subtiele details. De Britrock wordt in harde geluidsgolven gecombineerd met psychedelische Duitse krautrock. Ruim tien minuten later klinkt het eerste bijna verbaasde applaus. De groep speelt vooral nummers van het dit jaar verschenen vierde studioalbum, Majesty, waarop de band erin slaagt de teksten en de muziek als één geheel te laten klinken. Subtiel en met veel gevoel voor detail musiceerde het zestal tien nummers de computer in die bij beluistering in de huiskamer verslavend werken.

Er wordt opvallend weinig gecommuniceerd op het podium in de inmiddels zeer goed gevulde bovenzaal. Hier staat een verzameling individualisten en geen hechte groep die in staat is de fijnzinnige kanten van de composities te laten horen. De band heeft potentie, enthousiasme en frisheid. Het is leuk om te zien hoe gemakkelijk de muzikanten van instrument wisselen, zodat ‘Majesty’, ‘Yuka’ en ‘Mountain Man’ levendige uitvoeringen krijgen. Het niveau van de studioversies halen Flamingods vanavond echter nergens.

Verbazingwekkend genoeg zijn de leden niet in staat om de verslavende albumdetails te vertalen naar het podium. Maar hoewel het gevoel knaagt dat de zes onvoldoende samenspelen, verdient deze band een plaats op elk festival met een avontuurlijke programmering. Communicatie met elkaar en interactie met het publiek gaan waarschijnlijk ook gemakkelijker dan vanaf een krap podium. Er is voldoende talent en muzikaal vakmanschap, maar voorlopig is Majesty een release voor in de huiskamer.

BAD RELIGION & NOTE TO AMY

Vijftigers krijgen hulp.

20 juli 2016, Melkweg, Amsterdam
Beeld: Joséphine Kurvers

De laatste releases van Bad Religion zorgden vooral voor verbazing. De vijftigers krijgen opbeurende en overwegend positieve reacties, maar in geen enkel schrijven ontbreekt verwondering. Christmas Songs – dat in 2013 vlak voor kerst uitkwam – telt negen nummers, maar de compilatie is vooral in een vloek en een zucht voorbij. 30 Years Live, de verzamelaar uit 2012, kreeg een vinylrelease in 2016. Na zestien nummers zijn de dertig jaren in een half uurtje voorbij. Voor een groep die vanaf 1979 podia beklimt, is 30 Years Live een vreemde titel, maar geen fan die hier op let.

De bezoekers van het tweede Nederlandse concert in 2016 zouden zo maar de indruk kunnen krijgen dat de groep uitverkoopt. Bad Religion bracht al jaren geen nieuw materiaal uit, maar laadt een tafel vol met dure merchandise en vraagt behoorlijk wat geld voor een concertkaartje. Een ongeëvenaard optreden kan die zure conclusie verdrijven. Voorprogramma Note to Amyspeelt een korte, felle set met nummers van Life Is Not Enough (2014) voor de binnenkomende bezoekers. Zorgeloos, fanatiek en met veel energie trekt de Nederlandse groep de binnenkomers naar het podium. Na het concert liggen de releases van de groep voor een appel en een ei op de tafel in de hal. Note to Amy mag met nieuw materiaal komen.

Tussen Bad Religion [foto’s] en het publiek is meer dan een meter ruimte. Voor het podium staat een hek en verschillende beveiligers zorgen er voor dat crowdsurfers niet op het podium landen. ‘Crisis Time’ opent en na ‘1000 More Fools’ is er tijd voor een korte groet. Zanger Greg Graffin roept met schorre stem wat in de microfoon en ‘Stranger Than Fiction’ volgt. Voor het podium zijn tien rijen publiek in beweging. De bezoekers daarachter kijken geamuseerd en rustig toe.

Bad Religion heeft structuur in de setlist gebracht. Na vijf of zes nummers speelt de groep een hit en kunnen de mensen voor in de zaal even meeschreeuwen. Daarna neemt de band een korte pauze en kan Graffin de keel smeren. De zanger heeft vanavond weinig anekdotes en lijkt zijn stem te willen sparen, al vermeldt hij wel dat Bad Religion het eerste Europese concert ooit in Amsterdam gaf, maar dat is nieuws met een baard van meer dan dertig jaar.

Toen gitarist Brett Gurewitz en bassist Jay Bentley in 1979 de punkgroep Bad Religion oprichtten, kreeg student Gregory Walter Graffin kreeg een microfoon in handen gedrukt om zijn zelfgeschreven, politiek getinte teksten te zingen. Gurewitz is inmiddels vooral labelbaas van Epitaph en Graffin doceert een deel van het jaar paleontologie en biologie aan de universiteit van Los Angeles. Bad Religion is een leuke hobby geworden met meer geschiedenis dan toekomst.

Ondertussen spreekt Graffin de teksten in de microfoon en met handbewegingen vraagt hij steun van het publiek. De eerste rijen stappen uit de moshpit en willen graag helpen. Vervolgens is ‘Sorrow’ het laatste nummer van de reguliere set. De groep heeft achtentwintig maal grotendeels dezelfde song gespeeld, maar de gemakkelijk mee te brullen teksten maken Bad Religion speciaal. De refreinen zijn vanavond nauwelijks te verstaan, maar de hulp vanuit de zaal is ontroerend.

Bad Religion komt terug voor drie nummers. ‘Punk Rock Song’, ‘You’ en ‘American Jesus’ nemen nog geen tien minuten in beslag en dan kan de fan naar de dure merchandise in de hal. De vinyluitgave van 30 Years Live ontbreekt.

THE BRIAN JONESTOWN MASSACRE

De pauzes zijn spannender dan de nummers

02 juli 2016, De Melkweg, Amsterdam
Beeld: Renate Beense

Op 7 juni begon de tournee van The Brian Jonestown Massacre en tweeëntwintig podia in Schotland, Engeland, Ierland en Frankrijk later staat de groep in De Melkweg. Oprichter Anton Newcombe belooft ʺan evening with,ʺ in de media, een avond met een optreden van drie uur. Vijf minuten voor aanvang schalt ‘Vad Hände Med Dem?’, een track van Revelation (2014), door de zaal. Daarna betreedt de groep het podium. ‘Never End’ opent, een lekker, zes minuten durend psychorocknummer. ‘Vad Hände Med Dem?’ volgt en ‘Geezers’ van And This Is Our Music (2003) zweeft door de zaal. De neopsychedelica wordt met applaus onthaald. Het publiek wil de nummers vol folkrock, blues, raga en elektronica omarmen en meegezogen worden in de experimentele mix van rock, shoegaze en psychedelica. Tijdens het intro van ‘Who?’ scanderen de bezoekers de titel van het nummer driemaal mee. De avond lijkt niet stuk te kunnen.

In 1990 richtte Newcombe met Matt Hollywood The Brian Jonestown Massacre op. De naam voegde Rolling Stone Brian Jones en de door sekteleider Jim Jones ingerichte nederzetting Jonestown samen. In dit plaatsje vond in 1974 een massale zelfmoord plaats door volgelingen van de Peoples Temple. Op zijn minst een opmerkelijke keuze voor een groepsnaam.

Zesentwintig jaar later heeft de band vijftien langspelers uitgebracht. De cultstatus van de groep is bekend en ongekend. Pas na Who?, het vierde nummer, neemt Newcombe het woord. Hij verontschuldigt zich voor zijn stem. In Parijs heeft een griepvirus hem te pakken genomen. ʺBut we’ll play as many songs as possible in three hours.ʺ Het publiek juicht en de groep zet ‘That Girl Suicide’ in. Zes of zeven prachtig gespeelde psychedelische rocksongs volgen. Het gebrek aan stimulerende middelen wordt bijna geheel door de groep goedgemaakt. En dan gaat er iets mis.

Tijdens ‘Groove Is in the Heart’ wandelt Newcombe van het podium. Hij roept iets over zijn gitaar, komt terug en loopt naar gitarist Matt Hollywood. Er is onenigheid over het gebruik van de gitaren. Newcombe verdwijnt opnieuw achter de coulissen, terwijl de groep het nummer afmaakt. Joel Gion staat met zijn tamboerijnen voor op het podium. Hij mompelt iets over Amsterdam, de lengte van de toer en valt daarna stil. ʺWhere did he go? Will he be back

Newcombe komt terug op het podium, plugt in, roept opnieuw iets over gitaren, prutst wat aan knoppen op zijn versterker en zet ‘Anenome’ in. Intussen is Gion van het podium verdwenen en komt na een lang intro onder groot gejuich retour. Na het nummer is er opnieuw overleg. De technicus dempt de lichten. Het publiek kijkt naar een donker podium en hoort slechts stemmen.

De groep trekt zich langzaam weer op gang, maar op het podium wordt niet meer samen gespeeld. Het is alsof het publiek is meegenomen naar een vervelende repetitie in de oefenruimte. The Brian Jonestown Massacre probeert een nieuw nummer, maar de leden zijn het nergens over eens. De muzikanten spelen geen rockend intro, zingen verschillende teksten en komen niet toe aan een hallucinerend outro. Alles wordt besproken en er is continu verschil van mening.

De sfeer in De Melkweg is intussen ongemakkelijk. De pauzes zijn enerverender dan de gespeelde nummers. Na songs als ‘When Jokers Attack’ en ‘The Devil May Care (Mom and Dad Don’t)’ is er gejuich, maar telkens is het spannend of The Brian Jonestown Massacre zal doorspelen. Struikelend haalt de band een soort finish, maar het is onduidelijk of de setlist volledig is gespeeld. De Amerikanen staan er om bekend ruzies op het podium uit te vechten. In Amsterdam is het publiek getuige van veel ongemak. Bij dit laatste optreden van een slopende tournee, is er vooral irritatie. Newcombe en zijn mannen zijn toe aan een vakantie. The Brian Jonestown Massacre had de spullen een dag eerder moeten pakken en naar San Francisco afreizen.

THE DEVIL MAKES THREE / HACKENSAW BOYS / J.P. HARRIS & THE TOUGH CHOICES

Wisselvallige avond americana met prima afsluiter.

27 juni 2016, Paradiso, Amsterdam
Beeld: Peter Hageman

Na een stormachtig applaus bij de opkomst is ‘All Hail’ het eerste nummer. Ruim drie minuten later klapt het bijna uitverkochte Paradiso opnieuw de handen stuk. Het is een thuiswedstrijd voor The Devil Makes Three [foto boven en links]. Zanger Pete Bernard, bassiste Lucia Turino en gitarist Cooper McBean trappen echter op de rem. Er wordt gestemd en dat duurt meer dan een minuut. ‘Black Irish’, een nummer van de langspeler Longjohns, Boots and a Belt (2003) volgt. Na het nummer wil Bernard even praten over Paradiso, de kerk waar hij graag komt. Met ‘Pray for Rain’ hort en stoot het concert voort. Het publiek wil een feestje, meezingen, de voeten mogen van de vloer, maar The Devil Makes Three last steeds een pauze in. ‘Drunken Hearted Man’ van Robert Johnson krijgt een mooie uitvoering en is een van de nummers van het later dit jaar te verschijnenRedemption & Ruin. Daarna is het weer even stil.

The Devil Makes Three debuteerde in 2002. ‘Graveyard’ is een nummer van het titelloze album. Het publiek pakt het nummer op en steunt Bernard door de tekst hartstochtelijk mee te zingen. Eindelijk geeft de groep gehoor aan de wens van de zaal. ‘Old#7′ volgt waarna ‘Paul’s Song’ de temperatuur in de zaal naar grotere hoogte laat stijgen. ‘Worse or Better’ stookt het vuurtje nog wat op. The Devil Makes Three trapt de duivel op de staart en piekt in hoog tempo met vier nummers zonder pauze. ‘Do Wrong Right’, het titelnummer van het gelijknamige album uit 2009, sluit het concert af.

De zaal is niet content, wil meer en vooral veel duivelse countryfolk. The Devil Makes Three komt onder groot applaus terug en speelt ‘St. James’ (2006). Het trio maakt het zich gemakkelijk en speelt slechts één nummer. Voor de teleurgestelde fans is er de kater. Het is onbegrijpelijk dat het concert geen groots en zinderend feest wordt. The Devil Makes Three heeft fantastische nummers, maar speelt vanavond wat roestig en is dodelijk saai in de pauzes.

Hackensaw Boys [foto hierboven] is eerder het voorprogramma. Charismo is het dit jaar verschenen album en wordt grotendeels gespeeld. De vijf leden van de groep uit Charlottesville Virginia genieten van de muziek, de plek om te spelen en het publiek. Er is bier en water op het podium en voldoende bier in de zaal. Fans zingen ‘The Sweet’ en ‘Worlds Upside Down’ uit volle borst mee. Hackensaw Boys zouden elke straathoek in Nederland plat spelen. Veel passanten zouden de portemonnee met een glimlach leegschudden.

In de kleine zaal wacht, na The Devil Makes Three, een verrassing. J.P. Harris & the Tough Choices [foto hierboven] spelen een uitgelezen keuze uit de twee verschenen langspelers. Harris speelt opzwepende countryrock met een flinke scheut americana. Na weer een pakkend nummer bedankt hij vriendelijk, is er interactie met de vollopende bovenzaal, zet een muzikant een intro in en wordt er een volgend nummer gespeeld. Het plezier spat van het podium en het publiek betaalt terug met vrolijk klaterend applaus. J.P. Harris is de prettige toegift van een wisselvallige avond.

DAMIEN JURADO & BIRD ON A WIRE

Americana vanuit intieme huiskamer.

22 juni 2016, Tolhuistuin, Amsterdam
Beeld: Jelmer de Haas

Op het podium staan twee microfoons, drie stoelen en wat versterkers. Heather Woods Broderick en Josh Gordon installeren de apparatuur. Gordon checkt de gitaar van Damien Jurado. De twee begeleiders van de Amerikaanse singer-songwriter richten het podium in als een huiskamer.

Vijf minuten eerder heeft Bird on a Wire apparatuur van het podium verwijderd. Het Nederlandse kwartet heeft een set zachte, soms wat experimentele popmuziek gespeeld. In diverse nummers is weinig variatie en de band blijft hangen in dromerige sferen. De presentatie van de groep heeft het niveau van een schoolband die na de eindexamens optreedt. Bird on a Wire heeft met Elephantaeen leuke langspeler uitgebracht. Terechte trots op het resultaat mag tot een wat stoerder en explosiever optreden leiden.

Damien Jurado [foto’s] was eerder dit jaar met een groep muzikanten voor optredens in Europa. Bij de promotie van Visions of Us on the Land laat hij zich begeleiden door Broderick en Gordon. Het eerder dit jaar verschenen album is het laatste deel van een drieluik met een doorlopend verhaal. Jurado gebruikt zevenendertig americananummers om te vertellen over een hedendaags individu dat de maatschappij eerst verlaat en vervolgens weer terugkeert. De reis is een ontdekkingstocht naar de universele waarheden uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. OpMaraqopa (2012), Brothers and Sisters of the Eternal Sun (2014) en Visions of Us on the Land schrijft Durado teksten over idealisme en betere tijden. Het zijn nummers die de huidige misère en de zoektocht naar een betere toekomst bezingen.

Door de keuze voor twee begeleiders en de gekozen opstelling is er vanaf de eerste song sfeer en intimiteit. Zonder de strijkers en toetsen uit de studio worden de nummers nu gedragen door de stem en het gitaarspel van Jurado. De nummers zijn herkenbaar, maar er zijn ook verrassende verschillen. Op het podium worden de liedjes wat minder dichtgemusiceerd en vallen details in de teksten en de muziek meer op.

De Amerikaan begint met ‘Silver Timothy’ en ‘Silver Donna’ uit 2012. Na vier nummers en het vallen van een glas verbreekt Jurado zelf de concentratie. ʺYou don’t have to shhh. We are all relaxed and having a great time.ʺ Bij ‘Alaska’ krijgt hij de tekst van Woods Broderick. Hij grapt over zijn vergeetachtigheid en zijn nieuwe bril. De verkoper beloofde dat de bril ook bij warm en zweterig weer niet over de neus zou zakken. ʺWell, it slips down.ʺ Jurado is een begenadigd verteller en in zijn verhalen is de humor nooit ver weg. Hij relativeert graag en geniet van de lach uit de zaal. Hij legt de bril naast zijn stoel en zingt voorovergebogen de tekst.

Na twaalf nummers leggen Woods Broderick en Gordon de instrumenten neer. Jurado gaat solo verder. Zijn formidabele gitaarspel en krachtige stem vullen met gemak de zaal. ‘Kola’ is na zes liedjes een prachtig afsluiter. ʺI will remember you,ʺ is de laatste, met een snik in de stem gezongen zin.

Natuurlijk komt Jurado terug voor wat toegiften. ‘Yuma, AZ’ is de allereerste compositie van hem, ‘Ohio’ komt van Rehearsals for Departure (1999) en met ‘Museum of Flight’ grijpt de Amerikaan nog eenmaal terug naar Maraqopa. Hij sluit een overtuigend optreden af met drie nummers met een ontroerende betekenis. Het eerste liedje, het naderende afscheid van het publiek en een lied over de liefde die hij in zijn leven heeft. Jurado wil de positieve opbrengst van het in de maatschappij teruggekeerde individu graag met zijn publiek delen. In een optreden van bijna twee uur slaagt hij daar meer dan voortreffelijk in.

SUNN 0))) & THE BLACK HEART REBELLION

Centimeter voor centimeter stijgt Paradiso op.

14 juni 2016, Paradiso, Amsterdam

Beeld: Niels Vinck

Har Nevo is het tweede album van The Black Heart Rebellion. De band heeft maar liefst vier jaar gewerkt aan de langspeler. De muziek van de groep uit Gent is verwant met het werk van een band als Einstürzende Neubauten en in België wordt de groep vaak gelieerd aan Kiss the Anus of a Black Cat. Na vier nummers avontuurlijke en ingetogen rock wordt er afscheid genomen van het publiek. “Thank you, this is our last song.” Als voorprogramma van Sunn 0))) is The Black Heart Rebellion een vreemde keuze. Veel fans van de dronemetalband blijven in de hal hangen bij de tafels met merchandise. De sympathieke Belgen spelen tot november op veel plekken in de Benelux en verdienen publiek met aandacht.

Tien minuten voor het optreden van Sunn 0))) [foto’s] beginnen op het podium en op twee plekken in de zaal rookmachines te blazen. In de schemerige zaal wordt het grijs en zijn slechts de cijfers op de pinautomaten nog te lezen. Zanger Attila Csihar schuifelt in een pij naar de microfoon en begint a capella te zingen. Zijn stem is hard en zuiver. Het publiek is binnen dertig seconden stil. In klanken van onbekende betekenis begint Csihar een verhaal te vertellen. Na ruim zes minuten gezang dat bijna kerkelijk klinkt, verschijnen drie muzikanten, eveneens gekleed pijen, op het podium. Toetsen en gitaren brengen het geluid op gang. De harde drone metal is direct voelbaar in het lichaam van elke bezoeker, hamert acuut op de trommelvliezen en trekt door de ledematen naar het hart en het hoofd. Fans sluiten de ogen en laten zich meevoeren.

Paradiso trilt, schudt en is het eigendom van vier muzikanten uit Seattle. De bezoekers gaan mee in een verhaal met onbekende woorden. Zinnen en klanken teisteren de trommelvliezen en nestelen in de buiken van veel fans. Er is geen communicatie tussen de groep en het publiek, de bezoekers mogen slechts volgen. Sunn 0))) schudt elke steen van de muziektempel los en onderzoekt de kracht van de fundamenten. De pijlers verliezen de grip op de plek. Stenen rammelen onhoorbaar, slechts de toetsen, de gitaren en de stem zijn hoorbaar. Centimeter voor centimeter stijgt Paradiso op.

Op het internet zijn setlisten van Sunn 0))) te vinden waarbij slechts staat vermeld dat er een ‘new song’ van één uur, 57 minuten en twaalf seconden werd gespeeld. In Paradiso brengt de groep de gespeelde compositie met een toost naar het publiek naar een einde. Het verhaal is langer dan negentig minuten (één uur, 33 minuten en 33 seconden). Op het podium vallen de bandleden elkaar in de armen. In de zaal antwoorden fans door de handen in de lucht te steken of te applaudisseren. Het verhaal met de onbekende woorden en snoeiharde klanken heeft een happy end.

Een volledig in het zwart gestoken bezoekster opent haar ogen. “Nee, het is niet religieus en het is niet seksueel. Het gebeurt in mijn buik. Al die tijd”, zegt ze tegen niemand in het bijzonder. Buiten Paradiso staan mensen op het trottoir. De geluiden van de trams, de auto’s en het andere verkeer zijn nauwelijks te horen. Er klinkt vooral stilte.

Public Enemy & Def P.

‘Fight the Power’ na een lange aanloop en met de nodige pauzes.

13 juni 2016, Paradiso, Amsterdam
Beeld: Niels Vinck

Def P [bovenste foto] is op de fiets naar Paradiso gekomen. Na bijna dertig jaar op de podia speelt de rapper een thuiswedstrijd en opent hij voor ‘de helden Public Enemy’. Hij speelt nummers uit een lange carrière, waarbij natuurlijk ‘Straathumor’ en ‘Origineel Amsterdams’ langskomen. “Dit is een nieuw nummertje. ‘Lukraak’ zal in de toekomst vast op YouTube te zien zijn”, zo vertelt hij. Def P haalt herinneringen op: “In de vorige eeuw werd er nog geblowd bij concerten, maar ik wil jullie niet aanzetten tot illegale dingen.” Het nummer ‘Steek ‘m Op’ krijgt een prima uitvoering, maar krijgt geen navolging. Anno 2016 is Def P een keurige rapper.

Het concert van Public Enemy [overige foto’s ] begint als een voorstelling van een amateurtoneelgezelschap: twee mannen in militair tenue stappen het toneel op, maken amateuristische danspasjes, stralen geen enkel gezag uit en worden opgevolgd door drie rappers. Twee medewerkers met camera’s leggen intussen alles vast en een dj neemt plaats achter de draaitafels. Drie songs verder hebben de rappers elk een nummer gedaan en is Public Enemy inmiddels een keer of twintig aangekondigd.

Voordat the legends op het podium komen, is er nog het nieuws over SpitDigital. Chuck D heeft zijn medewerking toegezegd aan het digitaal verspreiden van muziek via dit nieuwe label en er volgt een korte showcase van artiesten die via SpitDigital muziek hebben uitgebracht. Militante hiphop spuit uit de boxen. “We’re getting closer!” roept daarna een van de rappers. Nog steeds wordt alles vastgelegd. Links en rechts staan de medewerkers met de handdoeken klaar. De regels van de hiphop (love) en agressie (none) worden keer op keer uitgelegd. Hiphop anno 2016 gaat om vastleggen en uitleggen!

En dan zijn daar eindelijk Chuck D en Flavor Flav. Na opener ‘Miuzi Weighs a Ton’ stelt Chuck D eerst iedereen voor: de rappers en de drummer, de dj, zijn broer, een bassist, een gitarist en twee cameramensen – alleen de medewerkers met de handdoeken worden overgeslagen. Chuck D is enkele minuten bezig met deze ronde applaus. Na het tweede nummer wil Flavor Flav aandacht en stilte: hij wil het concert opdragen aan Cassius Clay. Hij babbelt wat over zijn held en Cassius Clay krijgt een gepast applaus.

Dan gaat Public Enemy eindelijk los. ‘Welcome to the Terrordome’ schalt door de zaal en wordt vol energie gebracht. De setlist bevat een selectie hits en nummers van het in 2015 uitgebrachte Man Plans God Laughs, het laatste studioalbum van de groep. Op deze dertiende langspeler gebruikt de groep samples van grote hits. ‘Honky Tonk Rules’ (The Rolling Stones) en ‘Give Peace a Damn’ (Plastic Ono Band) zijn nu al publieksfavorieten. Na ruim negentig minuten is ‘Fight the Power’ een waardige afsluiter. Paradiso springt, transpireert en schreeuwt teksten mee.

Na dit nummer blijft Flavor Flav met DJ Rock op het podium. William Jonathan Drayton Jr. wil “a couple of minutes of my own shit” laten horen. Na een nummer tamme rock zijn talloze monden opengevallen en is er lauw applaus. In een van de drie nummers laat DJ Rock zelfs Snoop Dogg even meedoen. Flav bedankt het verbaasde publiek voor de aandacht, waarna tien vervreemdende minuten voorbij zijn.

Het optreden wordt opnieuw afgesloten door Public Enemy, de posse van SpitDigital, de militairen en de verdere aanwezigen. ‘Shut ‘Em Down’ is het laatste nummer. De band neemt afscheid van het publiek en het publiek bedankt de band. De aanloop was stroef, maar Public Enemy is dertig jaren jong en nog lang niet versleten.

Autolux

Laat, lauw en lang.

07 juni 2016, Paradiso, Amsterdam

Vlak voor aanvang van het concert draait het busje van Autolux de parkeerstrook naast Paradiso op. Er wordt een grote hoeveelheid apparatuur op het trottoir gezet en langslopende toeristen helpen met sjouwen. “Het wordt wel een kwartiertje later”, verzucht een van de portiers. Het publiek bezet de stoelen op de eerste ring van de grote zaal en wacht gelaten. Vanuit een andere ruimte is de groep te horen, het klinkt als een eindeloze soundcheck. Twee uur later gaan de deuren van de bovenzaal open. Bij de mengtafel soldeert een technicus de laatste losse draadjes.

Autolux stond in 2001 voor het eerst op het podium. Het Amerikaanse trio mengt postpunk, elektronica, krautrock en droompop. In 2004 verscheen debuut Future Perfect. Voor Transit Transitdeed het drietal in 2010 voor het eerst Nederland aan. Voor de promotie van het recente Pussy’s Dead is de groep met grote vertraging aangekomen vanuit Parijs.

Opener ‘Brainwasher’ is afkomstig van het laatste album. De groep klinkt nog wat onwennig, gitarist Greg Edwards draait continu aan knoppen van de apparatuur die op de grond staat en oogt ontevreden. Carla Azar zit wat ongemakkelijk achter haar drumstel. In ‘Plantlife’ zingt ze onzeker en niet zuiver. Haar aandacht gaat vooral uit naar haar drumpartijen en ze heeft geen contact met de andere bandleden en het publiek. Bassist Eugene Goreshter oogt opgewekt en probeert de groep en de bezoekers bij elkaar te brengen. Hij lijkt als enige de juiste versnelling te kunnen vinden, maar strijdt voorlopig een eenzaam gevecht om het optreden op gang te trekken. Als enige maakt hij excuses voor het lange wachten en prijst Paradiso als zijn favoriete zaal.

Autolux speelt vooral nummers van de laatste release. Als iemand in de zaal roept om ‘Becker’, het afsluitende track van Pussy’s Dead verontschuldigt Goreshter zich. Het nummer staat nog niet op de speellijst van de groep. Opvallend is dat de bassist de vraag met een glimlach ontvangt, terwijl Edwards zich wegdraait. Pas in ‘Subzerofun’ (2004) lijkt de gitarist zich wat beter thuis te voelen op het podium. Tijdens de vijf minuten van het afsluitende nummer gaan de handen van het publiek omhoog, wordt er meegeklapt en is er sfeer in volle bovenzaal. Edwards loopt echter voor het einde van het nummer zonder een groet van het podium. Het applaus na de reguliere set is terecht lauw.

Autolux lijkt zich met de toegiften te willen verontschuldigen voor het povere optreden. Goreshter maakt een opmerking over de aanwezigen die morgen naar school moeten en zet ‘Anonymous’ in. Opnieuw klinkt de stem van Azar mager en onzuiver. ‘Turnstile Blues’ is daarna eindelijk een overtuigend nummertje krautrock, waarna ‘Reappearing’ het optreden afsluit. Bij het outro blijft alleen de bassist op het podium. Hij bindt zijn instrument in wat draad en overhandigt het aan bezoekers in de voorste rijen. Mensen grijpen naar de hals van de bas en zetten hun vingers op de snaren. De muziek klinkt rauw, onaf en chaotisch. Het is een symbolisch einde voor een vervreemdend optreden.

De roadie loopt het podium op en drukt de versterkers uit. De basgitaar staat in een hoek. De meeste bezoekers zijn al onderweg naar de buitendeur.

Foto van bg5000 uit september 2009