Tag Archive for Bovenzaal Paradiso

Johnny Dowd

Johnny Dowd bezweert de duivel met een ritmebox.

23 april 2015, Paradiso, Amsterdam

Drie minuten voor aanvang van het concert wandelt Johnny Dowd het podium op. Hij maakt een praatje met wat bezoekers en plugt zijn gitaar in. Dowd werd er ver voor de release van zijn meest recente langspeler, That’s Your Wife on the Back of My Horse, al van beschuldigd Amerikaanse folkmuziek om zeep te brengen. Dit doet Dowd met plezier, hij relativeert zijn eigen prestaties en slaagt er altijd in het publiek te vermaken.

Dowd slaat het boek met teksten open en opent met het titelnummer van zijn veertiende en laatste langspeler. Tijdens het volgende nummer breekt Dowds begeleider een van zijn gitaarsnaren. Mike Anderson moet terug naar de kleedkamer om de schade te herstellen. Dowd zet een ritmebox aan en vervolgt het concert alleen. Hij vraagt wat hulp van het publiek. “The best singers come from Holland“, zo zegt hij. Hij zet het refrein van ‘John Deer Yeller’ in en vraagt het publiek de regel “Gonna love that girl, till the day I die” mee te zingen. Dowd noemt het zojuist begonnen koor ‘a choir of angels‘ en zet het eerste couplet in. Het nummer wordt besloten met een gitaarsolo die het huiswerk zou kunnen zijn van een piepjonge leerling voor zijn eerste muziekles. Dowd speelt gitaar op een manier die wonderlijk simpel oogt maar altijd kloppend klinkt. Daarbij bezit hij de prettige kwaliteit om op precies de juiste momenten wat valse noten te zingen.

Begeleider Mike is intussen terug op het podium en besluit na gedane arbeid een pauze te nemen. Dowd legt de gitaar neer en declameert het nummer ‘Drip Drop’. Elk couplet eindigt met de prachtige zin: “That was long ago / That was yesterday.

Na elk nummer is er een praatje en Dowd slaagt er steeds in om de bezoekers te vermaken, maakt een dansje en geeft begeleider Mike nog wat rust. Na ongeveer zestig minuten zet Dowd een kerstnummer in. Na ‘XMAS’ gaat hij staan, bedankt zijn ouders, het publiek, Mike en Prince. “Still one of the best artists on guitar“, zo meldt hij. Hij kondigt meteen de toegift ‘Smile’ van Charlie Chaplin aan.

Dowd sluit het concert af zoals hij het is begonnen. Hij geeft wat mensen een hand en zwaait naar het publiek. Dowd is geen muzikant voor een perfect concert, maar met een ritmebox en een begeleider is hij wel in staat om elke zaal langer dan een uur te vermaken. Hij neemt daarbij iedereen en vooral zichzelf op de hak. Voor de laatste langspeler schreef hij ‘The Devil Don’t Bother Me’, een op zijn lijf geschreven nummer. Dowd laat zich door niemand de les lezen. Dat mag nog jaren zo blijven.

Viet Cong draait warm voor de zomerfestivals

10 februari 2015,
Paradiso, Amsterdam.

De bovenzaal van Paradiso is afgeladen vol. Voorprogramma Absolutely Free krijgt bijval voor een aardige set rockmuziek overgoten met elektronica. Tijdens het ombouwen voor het optreden vanViet Cong draagt vocalist en bassist Matt Flegel vier grote glazen bier het podium op. Hij lijkt te willen zeggen dat niet alleen het publiek zich gaat vermaken het komende uur. Bandlid Mike Wallace is als laatste bezig met het afstellen van drums en bekkens. Na een slok en kort overleg met de geluidsman gaat hij de overige leden van de groep halen.
Matt Flegel en Mike Wallace speelden samen in de postpunkgroep Women. Deze band uit Calgary, USA speelde, zo viel in diverse bladen te lezen: “Zonnige Beach Boys-popmuziek die in een verkeerd en donker steegje ernstig toegetakeld was.” Women stopte na muzikale meningsverschillen. Viet Cong musiceert in dezelfde steeg en speelt lofi-rockmuziek waarbij de kartelrandjes in elk nummer duidelijk hoorbaar zijn.

Flegel stelt bij aanvang van het concert eerst even iedereen voor. Zo is gitarist Scott Munro ziekenbroeder en heeft hij zelf succesvol een juristenopleiding afgerond. Na deze inleidende woorden zet gitarist Daniel Chistiansen ‘Unconscious Melody’ in. Er worden nummers gespeeld van het debuut Cassette en van de zojuist verschenen langspeler Viet Cong. Cassette verscheen in 2013 – inderdaad – op cassette. Achter in de zaal op de tafel met merchandise van de groep zijn de releases te koop. Het is de vraag wie van de bezoekers thuis nog cassettes kan draaien, maar voor zes euro gaan er ‘s avonds toch flink veel bezoekers naar huis met het zeer goed ontvangen debuut. Tijdens het concert valt op hoe goed de bandleden op elkaar zijn ingespeeld. Er is geen setlist en na een kort bedankje zet de groep een volgend nummer in. Duidelijk is dat Viet Cong door de vele optredens een geoliede machine is geworden.
Ook in 2014 speelde de groep in Nederland. De postpunk werd hier en daar als herrie en kil lawaai weggezet. De zwartgallige teksten van Flegel werden nihilistisch en negatief genoemd. Na een jaar toeren heeft de groep aan kwaliteit gewonnen. In de warme bovenzaal is er geen sprake van koude muziek. De invloeden van Guided by Voices, Gang of Four, Bauhaus en Joy Division zijn hoorbaar, maar overheersen niet. In songs als ‘Silhouettes’ en ‘Continental Shelf’ bewijst het kwartet met een harde geluidsmuur verder te zijn dan het kopiëren van voorbeelden. ‘Continental Shelf’ is tussen alle prachtnummers een hoogtepunt. Christansen speelt een geweldige riff, de rest van de groep sluit aan en elk kartelrandje krijgt een prachtige plek in een nummer met hitpotentie. Afsluiter ‘Death’ is in een ruim tien minuten durende versie een hard en weergaloos slot. Viet Cong komt in mei terug voor een optreden in de Amsterdamse Bitterzoet en komende zomer zal de groep op veel festivals te horen zijn. Viet Cong is er klaar voor!

Beeld: Bob Siers