Tag Archive for Magnus

Magnus. Het gapende gat in de Tolhuistuin.

Magnus

In 2004 verscheen ‘The Body Gave You Everything’ van Magnus. Het Belgische collectief werd gepresenteerd als het dansproject van Tom Barman (dEUS) en CJ Bolland. Het debuut schurkte tegen de dansvloer aan, maar het waren toch vooral rocknummers die bol stonden van de elektronica. Het heeft 10 jaar geduurd voor opvolger ‘Where Neon Goes To Die’ uitkwam. Magnus lijkt op deze tweede langspeler duidelijker te kiezen voor de opwinding van de dansmuziek en niet voor riffs en gitaarakkoorden van de rockmuziek. ‘Getting Ready’ en ‘Trouble On A Par’ zijn rockliedjes en geen dansvloervullers, maar de overige nummers vragen om  beweging.
Bij de promotie voor ‘Where Neon Goes To Die’ maakten Barman en Bolland een opvallende keuze. Gitarist Tim Vanhamel ging mee op tournee. Vanhamel is het schoolvoorbeeld van een snarenvirtuoos, maar is niet een muzikant die een zaal in vuur en vlam zet met verrassende danspasjes.

Het gapende gat
Bij het concert in de Tolhuistuin zet opener ‘The Pick-Up’ de zaal in beweging, zorgt de groep voor kippenvel bij de toeschouwers. Op het podium is er plezier en overtuiging, Magnus lijkt een groep die vol voor de dans gaat. Na vijf minuten is ‘Rhythm Is Deified’ het tweede nummer. Het openingsnummer van debuut ‘The Body Gave You Everything’ blijkt de zaal niet in beweging te kunnen houden, sterker nog de bezoekers verzaken. Zo laveert Magnus het gehele concert tussen de twee platen. Alsof de groep de bezoekers wil laten dansen en de weg naar de dansvloer inslaan. Daar aangekomen kijkt de groep om naar het debuut en worden de mensen op de dansvloer vermaakt met muziek waar de hoofden op knikken en de voeten op tikken. Nergens gaat het los, geen moment is er de extase en de drang het gevoel om te zetten in bewegingen vol passie en transpiratie.  Er is veel te weinig de aandrang om mee te gaan in de energie, in het plezier van Magnus. De lach en de dans van Barman en Vanhamel worden bekeken door de bezoekers, het lukt Magnus niet om de bezoekers mee te nemen. Tussen het podium en de zaal gaapt een gat. Natuurlijk doet Magnus er alles aan dat gat te dichten, maar het lukt slechts bij momenten.

Goed maar niet groots
Met een wat flets applaus verlaat de groep het podium. De mensen in de zaal willen nog wel een toegift, maar klappen de handen bepaald niet stuk. Magnus is snel terug en speelt in de toegift ‘Puppy’ en ‘Singing Man’, misschien wel de beste nummers van ‘When Neon Goes To Die’.  Opvallend is dat er op het podium veel plezier is en er volop wordt gedanst, terwijl de zaal allesbehalve los gaat. Het is nog steeds goed, nergens groots. Magnus speelt te veel ingetogen rockliedjes om er een geweldig dansfeest van te maken.