FIDLAR

Losbollen laten temperatuur oplopen.

9 augustus 2016, Tolhuistuin, Amsterdam
Beeld: Jos├ęphine Kurvers

‘Sabotage’, een nummer van Beastie Boys, zet de toon. Saboteren mag, saboteren moet vanavond! De vier muzikanten van FIDLAR hebben geen zekerheid, geen werk, geen plek om te slapen, geen opleiding en erger nog: het bierglas is leeg en de laatste sigaret is gebietst. Wat rest is een optreden in een onbekende zaal.

De bezoekers van de Tolhuistuin hebben met de laatste bij elkaar geschraapte centen een kaartje gekocht voor het concert. Vol verwachting kijken ze naar de chaos op het podium en de vier verdwaalde muzikanten die verbaasd de zaal in kijken. Het plastic glas is leeg en naar het podium gegooid. De moshpit ligt stil.

FIDLAR werd opgericht in 2009. De leden hadden wat mislukte baantjes achter de rug, maar konden door werk in een studio het hoofd boven water houden. Zac Carper was even verslaafd en kickte af. Elvis Kuehn en Carper vonden de tijd om nummers te schrijven en stopten deze vol met thema’s als verveling, bier, werkeloosheid, bier, meisjes en bier. Ze componeerden punkrock met voorspelbare teksten. De muziek die ze wilden maken was krachtig en simpel. Drummer Max Kuehn en bassist Brandon Schwartzel sloten aan. “Fuck it dog, life’s a risk“, een uitspraak die in de studio gebruikt werd, bleek als afkorting een prima naam en in 2012 stapte FIDLAR voor het eerst een podium op.

De eerste twintig seconden van het concert klinken rommelig. Alsof er vier muzikanten op het podium zijn geklommen die al te veel te lang werkeloos zijn en te weinig oefenen. Drummer Max Kuehn hakt dan de eerste klappen de zaal in, Schwartzel valt in en ‘Sabotage’ is een perfect openingsnummer en een goed gekozen cover. Na de eerste halve minuut zijn de vier mannen plotseling een band. De twee gitaristen raggen een fijne melodie in elk nummer en Zac Carper krijst de woorden de zaal in. De losbollen zijn prima muzikanten. FIDLAR is een groep met herkenbare thema’s en vooral heel veel ervaring op de podia. In elke zaal gaat de fik erin en op het festivalterrein gaat de zon schijnen als de groep speelt. In de Tolhuistuin is het warm en per nummer loopt de temperatuur op. De verdwaalde muzikanten vormen een goed geoliede machine.

Na ‘Sabotage’ zet Carper ‘Cheap Beer’ van debuut FIDLAR (2013) in en ligt hij na een couplet op de grond. Met een vette grijns komt hij overeind en speelt verder. Max Kuehn tikt tijdens het applaus af en ‘Drone’, een prijsnummer van TOO (2015) knalt door de zaal. In de eerste rijen is de moshpit een kolkende massa, vliegen hemdjes door de lucht en bereikt de temperatuur een recordhoogte.

Het applaus na afloop is ouderwets. Er wordt vooral hard geschreeuwd. “We want more! We want more!” Na ruim een minuut is de groep terug op het podium. Carper steekt twee vingers in de lucht als teken voor zijn kompanen. De groep speelt nog twee nummers en dan is het mooi geweest.

Met afsluiter ‘Wake Bake Skate’ schreeuwt FIDLAR met het publiek nog eenmaal de frustratie tegen het plafond. “I don’t have a job!” En dan is de kaars na slechts twee nummers en minder dan zes minuten toegift definitief uit en gaan de lichten aan. Buiten de zaal hangen enkele deelnemers van de moshpit uitgeput en tevreden in de banken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>